Column Joost Zaat

Niet ieder kind wordt beter van de kinderbescherming

Joost Zaat

‘Ieder kind op het juiste moment de juiste interventie’, is het motto van de Raad voor de Kinderbescherming. Dat zal meestal kloppen, maar de afgelopen weken loopt mijn gal over van ergernis over de argumentatie van de raad om een kleutertje met spoed uit huis te plaatsen.

Als Maria per ongeluk zwanger wordt, houd ik mijn hart vast. Ze komt uit een gebroken gezin en heeft een bonte verzameling psychiatrische diagnosen gekregen, die hinderlijk blijven plakken. Daarbij is Maria dik, praat ze hard en nog veel harder als ze boos is, maar dreigend is ze nooit meer.

Al voor de geboorte van Anna wordt het leger hulpverleners uitgebreid. Opvoeden is moeilijk en de zorgen van hulpverleners blijven. Maria is na de bevalling 50 tot 60 kilo zwaarder geworden. Dat is niet alleen haar eigen schuld, want de psychiater geeft pillen en ik geef regelmatig prednison voor haar astma. Van allebei krijg je enorme trek. Ze valt na een maagverkleining bijna 50 kilo af en het lukt haar met roken te stoppen. Beter bewijs dat ze haar gedrag veranderen kan, bestaat er niet. ‘Ik doe dat voor Anna.’ Maar nu ontstaat er een probleem: door de maagverkleining verandert de werking van haar pillen. Ze stopt met slikken en meldt dat braaf aan mij en haar psychiater.

Een van de vele hulpverleners doet een melding bij de raad omdat er zorgen blijven. De 4-jarige Anna bijt andere kinderen, lijkt schuw en poept nog in haar broek. Als tijdens het lopende onderzoek blijkt dat Maria opnieuw problemen met haar pillen heeft, een hulpverleenster boos bejegend zou hebben en Anna nog steeds niet op de wc poept, wordt Anna ’s morgens van school gehaald omdat het thuis niet veilig zou zijn.

Een kwetsbaar kind in een kwetsbaar gezin, dat verdient bescherming, maar dan moet het bewijs voor een acute uithuisplaatsing wel kloppen. Ik kan de raad, gesteund door wetenschappelijke literatuur, niet duidelijk maken dat dik zijn geen eigen keuze is, dat het niet slikken van pillen in dit geval gezond gedrag is en dat Nederland vol staat met poeppoli’s in ziekenhuizen voor geobstipeerde kindjes. Ik maak me veel minder zorgen dan andere hulpverleners en ben de enige die Maria en oma achttien jaar kent. Dat blijkt eerder een nadeel dan een voordeel. Mijn bril is volgens de raad veel te roze, ik vind die van hen veel te zwart.

Ik zocht recente CBS-cijfers op: het aantal kinderen dat, inclusief wijkzorg, een of andere vorm van jeugdhulp kreeg nam fors toe, van 350 duizend in 2013 naar 400 duizend in 2017. Het aantal kinderen dat uit huis geplaatst is, steeg van 33 duizend in 2015 naar 46 duizend in 2017 en het aantal nieuwe ondertoezichtstellingen, de maatregel waarbij er een gezinsvoogd komt, nam toe van 7.240 keer in 2015 tot 8.775 in 2017. Niet vaak wordt zo’n ondertoezichtstelling tussentijds opgeheven.

Oude etiketten en gebrek aan medische kennis bleken deze week doorslaggevend bij een raadsbesluit dat de gezondheid van kind, moeder en oma kan schaden. Ik vrees dat Anna voorlopig niet terugkomt. Lang niet ‘ieder kind’ wordt beter van bemoeienis van de raad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.