Column Sheila Sitalsing

Niet eerder kwam het anti-Facebookgeluid van iemand die zó dicht bij Zuckerberg stond

Sheila Sitalsing.

Het opwindende aan het lange, doorwrochte opiniestuk dat Chris Hughes schreef voor The New York Times van donderdag is niet alleen wát hij zegt, want dat hebben we vaker gehoord, sterker: het is tegenwoordig de populairste analyse over Facebook, en Zuckerbergpesten is hip. Dat Mark Zuckerberg oppermachtig is, één van de machtigste mensen in Amerika én in de rest van de wereld misschien wel. Dat Facebook onder zijn handen is uitgegroeid tot een monster dat ons allen aan een touwtje heeft, bepaalt wat de mensen zien of niet zien, en daarmee concurrenten, vijanden, politici en complete systemen kan sturen, maken of breken. Dat opsplitsing geboden is, dat opsplitsing kán, maar dat de wil en het lef ontbreken.

Het opwindende aan dit stuk is vooral wíe het zegt. Niet Guy Verhofstadt of Paul Tang die in het Europees Parlement onmachtig blaffen tegen, niet een Amerikaanse politicus die Mark Zuckerberg aan ondervraging probeert te onderwerpen, niet een vereniging van gebruikers die hun privacy terug willen, niet een concurrent, niet een zichzelf overschattend columnistje, niet een zelfbenoemde deskundige. Het opwindende is dat Chris Hughes het schrijft.

Hughes was een student van 19 toen hij Mark Zuckerberg leerde kennen, en samen met hem (en nog een paar anderen) pionierde aan wat later zou uitgroeien tot het ongekend succesvolle babbel- en informatiekanaal Facebook. Twaalf jaar geleden verliet hij Facebook, ruim vóór de schandalen en ruim voor #deleteFacebook. Hij kan zich onbesmet noemen.

Als mede-oprichter liep hij binnen toen het bedrijf een paar jaar later naar de beurs ging – ‘Een half miljard dollar voor drie jaar werken’, omschreef hij het zelf. Dat laatste deed hij overigens in een geschreven bekentenis waarin hij uitlegt dat het pervers is dat zoiets kan, en dat het verdorven is dat zo weinig mensen zo veel geld hebben en zo veel mensen zo weinig.

Er zijn de afgelopen jaren meer voormalige Facebook-medewerkers geweest die kritiek op Zuckerberg hebben gespuid, of afrekenboeken hebben geschreven waarin ze niet vergaten hun eigen straatje schoon te vegen. Hughes is aan de late kant, zou je kunnen zeggen. Maar van iemand die zo dichtbij Zuckerberg heeft gestaan en die zo nauw betrokken was bij de totstandkoming van wat hij nu ‘een monster’ noemt, kwam het anti-Facebookgeluid niet eerder.

Het is een lezenswaardige analyse, nauwkeurig gedocumenteerd, heel precies onderbouwd én van de grote greep. Zo laat Hughes mooi zien dat het monopolie van Facebook in een trend past, van verdergaande concentratie, ook buiten Sillicon Valley: ‘In de afgelopen twintig jaar is in meer dan driekwart van de Amerikaanse bedrijfssectoren, van de luchtvaart tot de farmaceutische bedrijfstak, sprake geweest van concentratie. De gemiddelde omvang van bedrijven is verdrievoudigd.’ Met machtsconcentratie, minder ondernemerschap, minder consumenten en hogere consumentenprijzen tot gevolg.

Facebook moet opsplitsen, is de klemmende oproep van de mede-oprichter. En het kan. De Verenigde Staten hebben een lange traditie van antitrustwetgeving. ‘Alleen: we lijken te zijn vergeten hoe die toe te passen.’

Tijd om de geheugens op te frissen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden