Column Nico Dijkshoorn

Niet de Gouden Eeuw, maar de 4de eeuw is mijn favoriet. Je leefde op klei en daarna ging je dood

Deze week ontstond er enige opschudding over de term Gouden Eeuw. Was dat nu wel zo een fijne tijd? Ik denk zelf van niet want je kon geen ketjap manis kopen. Ik doe ketjap manis door mijn yoghurt. In de Gouden Eeuw stonden ze drie maanden op de kade te wachten op een bolletje nootmuskaat. Dat was het, qua smaakverrijking.

Dat zegt veel over de Nederlandse creativiteit. Met nootmuskaat kan je wonderbaarlijke dingen doen. Je kunt er een kunstoog van maken, je kunt het in je lichaam proppen en kijken wanneer het er vanzelf uitvalt en je kunt het iemand op zijn achterhoofd gooien. De mogelijkheden zijn onbeperkt. In Nederland schaven we het over bloemkool. Dat is het.

Maar nog even over de Gouden Eeuw. Als je mijn arm op mijn rug draait en vraagt: ‘Zeg op mannetje, wij hebben de tijd, kom dan dichtertje zonder rijm, we weten het toch allemaal zo goed, zeg op, anders breken we je arm, wat is je favoriete eeuw?’ dan zou ik toch kiezen voor de 4de.

Daar hoor je eigenlijk nooit iemand over, maar in de 4de eeuw had je bijvoorbeeld nog een horizon. Daar zat je dan naar te kijken. Af en toe, twee keer per jaar, verscheen er iemand in de verte en dan blies je op een toeter. Zo ben ik aan mijn achternaam gekomen. In de 4de eeuw stonden er ook geen Italianen naast je te janken dat je je pasta maar twee minuten mocht koken.

Je had nog helemaal geen vreemdelingenhaat want het was veel te ver lopen. Dat is nu heel anders. Italianen wonen in onze restaurants en maken daar de dienst uit. Italianen willen ons wijs maken dat je dingen half gaar moet koken en dan zeg ik: tot hier en niet verder. Je mag huilen om tonijn in blik, prima, maar kom niet aan onze kooktijden. In Nederland koken wij het eten net zo lang tot je het met je voorhoofd kunt pureren.

Ik zit in het verzet. Soms nodig ik Italianen uit om bij mij thuis te komen eten. Ik geef ze een glas Spaanse wijn en daarna kook ik de pasta drie kwartier. Na drie minuten worden ze gek. Al dente, roepen ze, al dente. Dan doe ik of ik het verkeerd begrijp en lees ik ze een paar uur voor uit Dante’s hel. Wat ik bedoel te zeggen: vreemdelingenhaat kan allemaal zo veel gezelliger, zo veel spannender.

In de 4de eeuw bestond er geen vreemdelingenhaat. Sterker nog, niemand in Nederland was trots op de plek waar hij toevallig uit zijn moeder gleed. Dat is tegenwoordig wel een soort dingetje, dat je een Nederlandse vlag op je rug laat tatoeëren omdat je moeder zich in Heerenveen heeft laten bevruchten. Dat je twaalf uur lang met een dode kip onder je arm op een paal gaat zitten omdat kipheuken een traditie is in Oude Schapema.

Het was gewoon wat overzichtelijker in de 4de eeuw. Links en rechts bestonden nog niet. Als je tot je knieën in het sediment stond, kon je niet Thierry Baudet of Femke Halsema anoniem de schuld geven onder de naam Puntenslijperwippiewap4936. Love Island was een drooggevallen stukje land waar iemand een struik lof had gevonden.

Niemand was trots op Nederland. Je leefde op klei en daarna ging je dood. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden