ColumnMax Pam

Niet de feiten tellen, maar onze meningen, tot in de percentages nauwkeurig

Volgens de Mediacourant is NPO1 op primetime heer en meester, maar stortte het aantal kijkers helemaal in tijdens het Grote ­Racismedebat van afgelopen zondag. Kijkers zapten massaal weg en vluchtten naar de Postcode Loterij Eén tegen 50 van Caroline Tensen. Voor deze deconfiture van het racismedebat heb ik twee verklaringen die ik graag met u zou willen ‘delen’, om die suffe uitdrukking maar eens te gebruiken.

De eerste verklaring ligt voor de hand: men is het racisme­debat volkomen moe. De laatste tijd is het vrijwel over niets ­anders gegaan dan over corona en racisme. Bij het virus waren Nederlanders direct betrokken, ook al zag je zelfs daar op den duur slijtage in de belangstelling. Bij racisme liep de interesse aanzienlijk sneller terug. Voor velen was het, hoe onrechtvaardig de praktijk ook is, geen halszaak. Bovendien kregen zij het gevoel te worden behandeld als kinderen, die bewust moeten worden gemaakt van hun slechte gedrag.

Dat zag je ook terug in de vorm die NPO1 had gekozen. Het leek wel of we naar een gereformeerde zondagsschool zaten te kijken. In eerste instantie moest ons iets worden geleerd. Daarna volgt de catharsis, eindigend in gevoelens van schaamte, die ervoor zorgen dat wij voortaan met meer zelfinzicht en empathie gaan handelen.

Daarbij was de meningsvorming van groter belang dan de feiten. Onlangs schreef Martin Sommer, naar aanleiding van het racismedebat in de Tweede Kamer, dat alleen Geert Wilders om cijfermateriaal had gevraagd ten einde uit te maken hoe ‘verschrikkelijk het in Nederland is gesteld’. Maar gelukkig, ‘omdat het Wilders was, hoefde niemand te luisteren’. Diezelfde houding regeerde op de NPO-themadag. Het is niet voor niets dat opiniepeiler Gijs Rademaker momenteel de rijzende man is bij de publieke omroep. Je kunt geen programma meer aanzetten of hij zit erin. Met een blij hoofd en zoetgevooisde stem komt hij je niet vertellen hoe het werkelijk zit – stel je voor! – maar hoe wij over de zaken denken. Niet de feiten tellen, maar onze meningen, tot in de percentages nauwkeurig.

Gijs dreigt helemaal op Maurice de Hond te gaan lijken, die daags na de dood van zijn zoon alweer op de televisie was en ­tegen wie ze bij de omroep natuurlijk hadden moeten zeggen: ‘Maurice, ga in godsnaam niet opnieuw de goeroe uithangen, maar neem liever eerst een half jaar vakantie.’

Helemaal in stijl was ook Het grote racisme experiment, waar evenmin veel kijkers op hebben afgestemd. Het was in feite ouwe koek uit de jaren zeventig, waarbij zogenaamd ‘blauwogigen’ de macht krijgen over zogenaamde ‘bruinogigen’, een mooi geval van pseudowetenschap die destijds al veel kritiek heeft opgeroepen. Behalve wetenschappelijke waren er ook ethische bezwaren: kinderen zouden als kanonnenvlees voor een psychologisch experiment zijn gebruikt.

Wat er precies met het experiment wordt aangetoond, is niet helemaal duidelijk. Hooguit kun je er enigszins uit opmaken dat een kind gevoelig is voor manipulatie wanneer het in een ondergeschikte positie verkeert. Dat hoeft nog niets over racisme en discriminatie te zeggen. Heel wat Amerikaanse sociologen zien ­racisme ook niet zozeer als een kwestie van identiteit en sibbekundige bewustwording, maar veeleer als een klassiek armoedeprobleem. Zij moeten tegenwoordig erg oppassen dat hun niet de mond wordt gesnoerd.

Het grote racisme experiment werd begeleid door pedagoog Steven Pont, voor al uw opvoedkundige adviezen. Die kloppen vrijwel nooit, waar hij trouwens niks aan kan doen. Uit eigen ervaring weet ik dat pedagogische adviezen doorgaans kapot slaan op het graniet van de eigen wil. Presentator van dienst was Sophie Hilbrand, die na afloop de deel­nemers nog eens pijnlijk ging bevragen of zij zich wel genoeg hadden geschaamd, ongeveer zoals Pleegzuster Bloedwijn bij sommige van haar patiënten de grootte van de prostaat opneemt.

Maar het meest gefascineerd was ik door Seyda Buurman-Kutsal, de leider van het experiment, die kundig met haar dreigementen die arme kinderen onder de knoet wist te houden. Ze sprak met een verborgen zachte g, waardoor ik spontaan een hekel aan haar kreeg. En aan alle mensen met een zachte g. Niet dat ik ze meteen met de tjoeki-tjoeki-trein het land wilde uitzetten, maar het ontnemen van het stemrecht was toch wil het minste.

Halt! En dan hebben wij hier, voordat het helemaal de verkeerde kant uitgaat, Gijs Rademaker, die voor ons heeft uitgezocht wat de Volkskrant-lezer van dit stukje vindt. Gijs, kom er maar in!

‘Eh… 31 procent van de Volkskrant-lezers vindt dit stukje tot dusver wel aardig, 54 procent vindt het helemaal ongepast of niks, terwijl 15 procent geen ­mening heeft. Die 54 procent hebben wij opgesplitst en kijk eens wat een gemêleerd beeld dat heeft opgeleverd…?!’

Tot zover! Dank je wel Gijs, wij zijn weer een stuk wijzer geworden.         

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden