column Thomas van Luyn

Niet dat ik mensen vermoord en in stukjes zaag, maar ik heb ook zo mijn onhebbelijkheidjes

Zo’n tbs-­kliniek, als je daarin terecht­komt, dan doe je waarschijnlijk al een tijdje dingen waarvan je denkt: dat verdient geen schoonheidsprijs. En meer dan eens heb je tegen jezelf gezegd: weet je wat, ik ga het anders aanpakken. Gewoon wat meer lichaamsbeweging, gezonder eten en minder moorden. Maar het werkte blijkbaar niet. Daarin herken ik me dus wel. Ik heb precies hetzelfde, zij het binnen moreel en juridisch acceptabeler grenzen. Dus niet dat ik mensen vermoord en in stukjes zaag, maar ik heb ook zo mijn onhebbelijkheidjes waar ik maar niet van afkom: uitstelgedrag, kut­humeur, ontevredenheids­eten, noem maar op. Verder ben ik heel normaal hoor. (‘Onze buurman Thomas, een ontevredenheidseter? Het leek zo’n aardige man. We zagen hem weleens op straat, en dan zei hij niet veel, maar dat hadden we echt nooit van hem gedacht. Ja, dan komt het wel héél dichtbij.’)

Nu lees ik dat tbs’ers – toch niet de makkelijkste patiënten – na hun behandeling in maar 20 procent van de gevallen weer iets ergs doen. Dat is een ongelofelijk goede score, petje af. Ik denk niet dat er veel landen zijn die betere ­resultaten boeken. Op het lijstje van landen met succesvolle psychopatenbehandelingen zullen we alleen Zweden en Noorwegen boven ons moeten dulden, want dat is altijd zo op dat soort lijstjes.

Dus dan denk ik: zou het niet wat voor mij zijn, zo’n tbs? Als je 80 procent scoort met de meest weerbarstige gekken die er rondlopen, dan zou het toch een eitje moeten zijn om een redelijk mens zoals ik af te helpen van zijn dingetjes.Wat zou ik graag 80 procent harder werken, 80 procent vroeger naar bed gaan en 80 procent gezelliger zijn! Oké, statistiek is niet mijn sterkste kant, maar u begrijpt wat ik bedoel.

En ik snap heus wel dat er nadelen aan zitten, zo’n kliniek. Vreselijke kutkunst aan de muren, om te beginnen, want dat hebben ze in de hele Nederlandse gezondheidszorg. Wie kiest die zooi toch uit? Enfin, daar zet ik me wel overheen. En verder zullen mijn mede-­patiënten en ik weinig gemeen hebben, omdat het nou eenmaal geen lieverdjes zijn die daar opgesloten worden, terwijl ik juist een enorme lieverd ben. Dat worden pijnlijke stiltes in de gemeenschapsruimte. Aan de andere kant, iedereen zegt altijd: ‘Het leek zo’n aardige man’ als er iemand aan het moorden is geslagen, dus ik heb goede hoop dat er vriendelijk gezelschap te vinden. Met name pedofielen schijnen ontzettend behaagziek te zijn, dus ik vind heus wel iemand om mee te rummikuppen.

Wat natuurlijk minder leuk is, is dat als je ­binnenkomt er een grote dikke deur achter je dichtgaat, en dat anderen bepalen of en wanneer die ooit weer open mag. Maar ja, dat is essentieel voor het succes van de behandeling natuurlijk. Als je naar een gewone therapeut gaat, kun je na een uurtje kletsen buiten weer dezelfde eikel zijn die je altijd was. Daar trappen ze bij tbs niet in. Daar moet je de behandeling serieus nemen, anders is het terug naar de vingerverfkamer.

Ik begrijp dat er enorme kosten aan verbonden zijn, al die deskundigheid en al die dikke deuren, die zal ik moeten ophoesten. Misschien zit daar wel een businessmodelletje in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.