Column Arthur van Amerongen

Niet dat ik dood wilde, maar door al die felicitaties voelde het alsof ik met negen tenen in het graf stond

Ik werd 60 en dat viel reuze mee. Het was een beetje als de eerste keer neuken. Daar had ik vijftien jaar vol spanning op gewacht en toen ik eindelijk was ontknaapt, dacht ik: is dit alles?

Wel merkte ik dat vrienden mij met een ernstige smoel en aarzelend de hand schudden, alsof ik een ongeneeslijke en zeer besmettelijke aandoening onder de leden had. 

Het deed mij denken aan dat jarentachtigmopje van die twee patiënten in het ziekenhuis. Eentje heeft aids en zegt tegen de ander: ik wou dat ik gewoon kanker had, dan kreeg ik tenminste nog visite.

Niemand feliciteerde mij met opbeurende woorden als: ‘Potdomme Tuur, 60! Cool, kerel. Nu begint je leven pas echt.’

Ik overdrijf als ik zeg dat ik dood wilde, maar door die ambivalente felicitaties voelde het alsof ik met negen tenen in mijn vers gedolven graf stond te wiebelen. 

 Het kwam door Amsterdam, waar men geobsedeerd is door jeugdigheid. 

Ik had mijn verjaardag thuis in de Algarve moeten vieren, want daar ben ik een van de jongste – en knapste – expats.

In de hoofdstedelijke nichtenscene word je al bij het vullis gezet als je ouder bent dan 20. 

Mokum is ook een genadeloze stad voor cisgender heteromannen van mijn leeftijd, volslagen genegeerd of uitgelachen door aanstormende autreutels en krolse huppelkutjes die – en dat is een schrale troost –  omwille van nestdrang in een vinexwijk eindigen met Kees de accountant.

Er was ook een gevoel van triomf toen ik 60 werd. Mijn moeder had voorspeld dat ik die leeftijd nooit zou halen als gevolg van mijn uitbundige levensstijl. 

Eat that, mammie, dacht ik toen de klok twaalf sloeg.

Een midlifecrisis is mij bespaard gebleven. Ik ging dus niet op een brommer rijden, in een lederen pak en met een Little Steven-bandana  op mijn kalende kop. 

Ik verf mijn haar niet. Ik draag geen toupet en weiger liposuctie of een maagballon.

Ik golf niet. Ik nordic walk niet, kweek koikarpers noch bonsai. 

Een tweede leg zit er voor mij niet in, want er was geen eerste omdat ik onvruchtbaar ben.

Ik hoef nergens meer heen, ben al blij met een treinreisje van Faro naar Lissabon of een busreisje naar Malaga. 

Mijn enige avontuur bestaat uit het op gezette tijden een fles medronho leeg zuipen en het scoren van cocaïne bij zigeuners, personen van kleur en kleptomane, psychopathische hoeren. 

Misschien is dat wel het geheim van mijn eeuwige jeugd.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden