Opinie Pride

Niet commercialisering, maar hetero-apathie is de vijand van Pride

De Pride te commercieel en eenzijdig? Misplaatste kritiek, vindt student Monty Aal. Gevaarlijker is de overtuiging dat het wel goed zit met de rechten en acceptatie van LHBTI’s.

Toeschouwers van de Canal Parade 2018 op de Magere Brug in Amsterdam. ‘Hoeveel paren van het gelijke geslacht zien we, buiten Pride om, nog hand in hand lopen op straat?’ Beeld Els Zweerink

Pride Amsterdam 2018 loopt zo langzamerhand op zijn eind en zoals ieder jaar ging het programma gepaard met de gebruikelijke kritiek: Pride is te commercieel geworden en de Canal Parade geeft een eenzijdig beeld weer van de LHBTI+ gemeenschap, met name van de homoman.

Naar mijn mening zijn beide kritiekpunten misplaatst. Het is waar dat bedrijven meer ruimte en zichtbaarheid krijgen binnen Pride, maar met hun geld wordt bijvoorbeeld de diverse en inhoudelijk sterke programmering gefinancierd. Het door de criticasters verketterde corporate geld is noodzakelijk om de Pride mogelijk te maken, mede omdat de subsidies van de gemeente Amsterdam onvoldoende zijn.

Wat betreft de stereotypen ‘gespierde man met tuigje’ of ‘gillende nicht met roze boa’: beiden waren tijdens de Canal Parade in een minderheid. De meerderheid was divers, zowel qua uiterlijk als qua organisatie. Voor de duidelijkheid: beide voorbeelden horen er wel gewoon bij.

Misplaatste ‘het zit wel goed’-houding

Helaas was er tijdens Pride weinig aandacht voor een groter, meer wijdverspreid en vooral wat stiller probleem: het bij veel Nederlanders overheersend idee dat het wel goed zit met de emancipatie van de LHBTI+-gemeenschap. Het is een bekend riedeltje dat haast tot een dogma verheven is: Nederland is een vrij en tolerant land, iedereen kan hier zichzelf zijn, trouwen kinderen krijgen, et cetera

Wie kritiek heeft op dit idee, in welke context dan ook, wordt vaak weggezet als aansteller, iemand die er zelf om gevraagd heeft of iemand die zich bewust in een slachtofferrol plaatst. Dit zien we ook bij hen die racisme in Nederland aan de kaak proberen te stellen. De reacties die zij krijgen, bereiken een ongekende hoogte van vulgariteit.

Deze ‘het zit wel goed’-houding weerspiegelt niet de dagelijkse realiteit van veel LHBTI’s. Het idee dat het wel goed zit met de homorechten zorgt, met name onder heteroseksuelen, voor een apathische houding jegens de problemen die de homogemeenschap ervaart. Het creëert een dubbele strijd: vechten tegen het probleem, bijvoorbeeld tegen het toenemend geweld, maar ook vechten tegen een stille meerderheid die denkt dat er niet zoveel meer te doen valt qua emancipatie. Het feit dat de zichtbaarheid van LHBTI’s in Amsterdam afkoerst op een absoluut dieptepunt bewijst precies het tegendeel. Want ja, laten we ons even afvragen, hoeveel paren van het gelijke geslacht zien we, buiten Pride om, nog hand in hand lopen op straat?

Gelijke rechten betekent niet acceptatie

Deze problematische houding kan deels worden verklaard door het feit dat de juridische positie van LHBTI’s door de jaren heen steeds beter is geworden: trouwen, adoptie, betere bescherming tegen discriminatie, meer rechten voor transgenders, noem het maar op. De klassieke fout die hier gemaakt wordt, is de aanname dat op het moment dat homo’s dezelfde rechten hebben als hetero’s, dit zich ook haast automatisch vertaalt naar een dagelijkse realiteit waarin zij probleemloos door het leven kunnen gaan. Dat is helaas niet zo.

De homogemeenschap en haar allies moeten absoluut trots zijn op alles wat ze hebben bereikt. Ik, een jonge homo van 22, ben ook dagelijks iedereen dankbaar die voor mij het pad geëffend hebben. Maar de trots mag geen reden zijn om ons, als gemeenschap, comfortabel te gaan voelen. We staan als gemeenschap voor de uitdaging dat we onze problemen niet meer met nieuwe wetgeving kunnen oplossen, zoals destijds bijvoorbeeld het recht om te trouwen. We moeten de strijd aangaan met de heteronormativiteit en met de mensen die ons nog steeds niet accepteren. En deze strijd kunnen we alleen winnen als we erin slagen om hen die denken dat het wel goed zit met ons, te mobiliseren. Als we de onverschilligheid van onze heteroseksuele mede-Nederlanders kunnen overwinnen.

Monty Aal is student PPLE (Politics, Psychology, Law and Economics) aan de Universiteit van Amsterdam en actief bij multimediaplatform Pink Terrorists.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.