Opinie Bijschriften Mauritshuis

Niet alles had in de Gouden Eeuw met slavenhandel te maken, dus laten we ook niet doen alsof

De expositie over Johan Maurits lijdt her en der aan al te links-activistische ­geschiedschrijving, schrijven historicus Piet Emmer en emeritus hoogleraar zeegeschiedenis Henk den ­Heijer.

Meisje bij een kinderstoel (1640) van Govert Flinck, momenteel te zien in het Mauritshuis in Den Haag. Beeld Collectie Mauritshuis

Een van onze mooiste kunstmusea, het ­Mauritshuis, presenteert momenteel een tentoonstelling die weinig met kunst, maar veel met geschiedschrijving te maken heeft. Er was namelijk commotie ontstaan over het feit dat bezoekers nergens werden geïnformeerd over het mensonterende koloniale verleden van de bouwheer. Johan Maurits, zo werd zonder bewijs beweerd, zou zijn ‘paleis’ hebben gebouwd met bloedgeld verdiend aan slaven.

Alleen onderzoek kan daarover duidelijkheid brengen, maar intussen heeft het museum een tentoonstelling ingericht getiteld ‘Bewogen beeld. Op zoek naar Johan Maurits’. Bij elk van de tentoongestelde objecten zijn digitaal vier bijschriften van ‘experts’ beschikbaar die elkaar soms tegenspreken. Het museum zelf wil geen partij zijn, maar dat is schijn. Het meest in het oog springende object is een maquette van het Mauritshuis, opgebouwd uit suikerklontjes. Daarmee is Johan Maurits bij voorbaat veroordeeld.

Er is wel meer aan te merken. Zo spreken de bijschriften niet over ‘slaven’, maar over ‘tot slaaf gemaakten’. Dit activistisch taalgebruik suggereert dat alle slaven die naar Brazilië zijn gebracht aanvankelijk vrij waren en pas daarna slaaf zijn geworden. Ook wordt zonder enig bewijs beweerd dat Johan Maurits hoogstpersoonlijk betrokken was bij de slavenhandel en dat de West-Indische Compagnie veel kind slaven kocht. Een schrijver stelt ten onrechte dat Europeanen slaven ‘deporteerden’, een term die we kennen uit de tijd van ­Stalin en Hitler. Ook de mythe over de hoge sterfte op Nederlandse slavenschepen wordt herhaald, net als het verkeerde idee dat zonder de overzeese expansie ­Nederland geen ‘Gouden Eeuw’ zou hebben gekend.

Weet de bezoeker wel dat de Afrikanen het aanbod van slaven in Afrika volledig beheersten? Dat alleen Afrikaanse kooplieden bepaalden hoeveel slaven er werden aangeboden, van welke leeftijd en van welke sekse? De Europeanen kochten het liefst jonge, sterke mannen, maar Afrikaanse makelaars boden ook vrouwen en kinderen aan, dus moesten de kapiteins en planters afstappen van het Europese idee dat deze groepen economisch minderwaardig waren. En van deportatie was geen sprake, voor elke slaaf werd betaald. Mensenhandel is verwerpelijk, zeker, maar suggereer geen deportatie naar ­vernietigingskampen.

Meermaals wordt gesteld dat ­Johan Maurits de slavenhandel naar Brazilië heeft vergroot. De website slavevoyages.org, waarin meer dan veertig jaar internationaal historisch onderzoek zit, laat zien dat er onder de Portugezen vóór en na Johan Maurits vele malen meer Afrikaanse slaven naar Brazilië zijn gebracht. Onder Johan Maurits waren dat er circa 24 duizend in de Portugees-Braziliaanse periode ervoor, daarna ruim 4 miljoen.

Een blik op de cijfers van slavevoyages.org maakt ook duidelijk dat de sterfte op de Nederlandse slavenschepen in de 17de eeuw lager was dan gemiddeld, en al meer dan vijftig jaar is bekend dat het Nederlandse nationale inkomen in de Gouden Eeuw slechts voor 10 tot 20 procent werd gegenereerd door de expansie in Oost en West. Ook is er voldoende literatuur die aantoont dat een zwarte bediende in Nederland geen slaaf was zoals wordt gesuggereerd, en dat het in de toenmalige maatschappij normaal was dat niet alleen zwarte, maar ook witte bedienden vaak aan de rand van een portret werden afgebeeld.

Het is onwaarschijnlijk dat de gemiddelde bezoeker de historische kennis bezit om in te zien dat diverse bijschriften aperte onzin, misinformatie en activistische propaganda bevatten.

En dan de tentoongestelde schilderijen. Bij een van de topstukken van het Mauritshuis, het Meisje bij een kinderstoel van Govert Flinck, staat in de bijschriften dat het meisje snoept van door slaven geproduceerde ‘bloedsuiker’. In geen enkele studie is echter ooit aangetoond dat de vage klompjes op de kinderstoel suiker voorstellen. In 2000 was het schilderij te zien op de expositie ‘Kinderen op hun mooist’ in het Frans Hals Museum, nu wordt het op dubieuze gronden in verband gebracht met ‘pardoes afgehakte ledematen’ van slaven op Braziliaanse suikerplantages.

Een stilleven met bloemen in een vaas van Chinees porselein en exotische schelpen wordt gepresenteerd als pure luxe, zonder de ‘verwoestende maatschappelijke gevolgen’ die daarachter schuilging te tonen. Van wat? Kolonialisme en uitbuiting? De Verenigde Oost-Indische Compagnie importeerde inderdaad Chinees porselein, maar China is nooit gekoloniseerd. Integendeel, de Chinezen dicteerden de voorwaarden waaronder werd gehandeld.

Gelukkig wordt in een van de bijschriften ook een mythe ontkracht. Het lijkt inderdaad vast te staan dat Johan Maurits zijn huis niet had kunnen laten afbouwen zonder zijn inkomsten uit zijn gouverneurschap, maar er wordt eerlijk bij verteld dat die inkomsten maar voor een beperkt deel afkomstig kunnen zijn geweest uit de slavenhandel en slavernij. Johan Maurits kreeg immers ook een salaris en een percentage van de krijgsbuit. Of de bezoeker daardoor opgelucht naar huis gaat, valt te betwijfelen, want de meeste bijschriften slagen er niet in duidelijk te maken dat het verleden een vreemd land was, waar ze de dingen anders deden. Slavernij was daar helaas onderdeel van, maar laten we niet doen alsof alles daarmee te maken had.

Piet Emmer is auteur van De Nederlandse slavenhandel’, Henk den ­Heijer van Geschiedenis van de WIC.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden