Column

Niesen en de muren laten trillen. Zeer bevredigend

Columnist Jacq. Veldman schrijft wekelijks over het kantoorleven, dat ze uit eigen ervaring kent

Jacq. Veldman
Jacq. Veldman Beeld
Jacq. VeldmanBeeld

Vroeger was ik nog niet zo ver, maar inmiddels leef ik het leven ten volle en sta ik op het standpunt dat als je dan tóch moet niezen, dat je het dan maar beter met bezieling kunt doen. Lekker die muren laten trillen. Zeer bevredigend. Je niest er direct ook een hele hoop negativiteit of latente neerslachtigheid mee weg - en het is goedkoper dan een coach inschakelen. Een paar van mijn collegae denken hier hoorbaar net zo over als ikzelf. Sommige collega's niezen principieel niet op het werk, lijkt het. Anderen alleen op de wc of in het fietsenhok. Het is waarschijnlijk ook een beetje een kwestie van opvoeding.

Maar nu ter zake. Ik heb één collega die precies zo ingehouden niest als haar karakter is. Het is alsof de nies weifelend zijn vinger opsteekt, een beetje een sorry-dat-ik-besta-nies. De nies - hoe moet ik dat zeggen - de nies mag er in feite niet zíjn. Maar: hij moet er wel uit. Dus als mijn collega niest, dan klinkt het alsof er een cavia gecrusht wordt in een papierversnipperaar. Of in een bankschroef, want het duurt maar kort. Ontzéttend grappig geluid dus, hoewel het voor zo'n cavia natuurlijk anders ligt.

De eerste keer dat ik mijn collega hoorde niezen, zoog ik mijn borstkas breed voor een schaterlach die zijn weerga niet zou kennen, in de wetenschap dat mijn acht werkkamercollega's zich ook niet zouden kunnen inhouden. Een gebulder zou opstijgen, negen mensen klapten tegelijk op hun bureau voorover van het lachen. In de andere werkkamers zouden ze ons gebulder horen en doortypen in de wetenschap dat ze bij het verdelen van de werkkamers in de verkeerde werkkamer waren beland - net als dat je altijd in de verkeerde rij staat bij de supermarkt.

Maar wat gebeurde er? Niks. Zeven collega's bleven stoïcijns backspacen dat het een lieve lust was. De achtste ramde een nietje door een paar A-viertjes. Op het állerlaatst stelde ik mijn uitademing bij, maar ik kon een proestgeluid niet meer onderdrukken. Mijn cavia-collega keek verstoord op. Ik trok een gezicht. Zij knikte hautain. Maar ik was dus al een stúk verder dan zij, vandaar dat ik slechts wijselijk kon zwijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden