OpinieVleestaks

Niemand zit te wachten op een vleestaks

Goedkoop vlees heeft zijn tijd gehad, maar slechts twee op de tien Nederlanders ziet iets in die vleestaks.

Een kippenslachterijbedrjf.Beeld ANP

Als we de ‘True Animal Protein Price Coalition’ van Jan Terlouw en Jeroom Remmers moeten geloven, staat heel Nederland te springen om een vleestaks (Opinie en Debat, 3 augustus). In hun opiniestuk voor deze krant schrijven Terlouw en Remmers dat iedereen, van consument tot veehouder, gelukkig zou worden van een overheid die een extra heffing plaatst op kotelet, kipfilet of biefstuk.

Ik betwijfel dat ten zeerste. Uit eigen ervaring, als vleesveehouder die aan huis verkoopt en bestuurder bij belangenbehartiger LTO Nederland. En ik twijfel eraan op basis van representatief onderzoek onder 1500 Nederlanders.

Eerst de cijfers. Ruim 3 op de 5 Nederlanders vindt dat kiloknallers het schap uit mogen. Te goedkoop vlees heeft – hopelijk – zijn tijd dus gehad. Een duidelijk signaal voor de supermarkten.

39 kilo per persoon per jaar

Maar dan wordt het complexer. Gevraagd of we minder vlees moeten consumeren blijkt de politieke kleur nogal wat uit te maken. Stemt u op D66 of GroenLinks, dan is de kans groot dat u bevestigend antwoordt (respectievelijk 85 en 84 procent van de respondenten). Stemt u PVV of Forum voor Democratie, dan is de kans dat u de afgelopen dagen minder vlees op de bbq had een stuk kleiner – respectievelijk 34 en 35 procent.

‘De Nederlander’ bestaat niet, hoorden we al eens. Bovendien blijkt de Nederlander soms het een te zeggen, en het ander te doen. Ondanks alle veganbloggers, flexitariërs en zwaar bewerkte vleesvervangers is de jaarlijkse vleesconsumptie het afgelopen decennium rond de 39 kilo per persoon gebleven. Vorig jaar was er zelfs sprake van een lichte stijging, aldus Wageningen Universiteit.

Terug naar het belastingplan. Uit het onderzoek onder 1500 Nederlanders blijkt dat een accijns precies níet de ‘oplossing’ is waar de Nederlander op zit te wachten. Volgens de respondenten die de vleesconsumptie willen verminderen, is voorlichting door het Voedingscentrum de beste maatregel: 62 procent verwacht daar het meeste effect van. Iets minder dan de helft van de vleesminderaars gelooft best in een hogere prijs, maar dan wel vanuit de keten zelf: vlees met een keurmerk. Gemeten naar alle respondenten pleit slechts een kleine minderheid voor een belasting als maatregel om minder vlees gaan eten: 21,6 procent van de 1485 respondenten. Oftewel: slechts twee op de tien Nederlanders ziet iets in die vleestaks.

De consument kiest

Het klinkt gek, maar uiteindelijk is een kilo meer of minder consumptie in Nederland niet zo interessant. Wie een blik werpt op de wereldwijde trends, zowel in bevolkingsaantallen als in consumptie van dierlijke eiwitten, snapt waarom. Waar het werkelijk om gaat, is dat het vlees dat we consumeren op een zo duurzaam mogelijke manier is geproduceerd. En dat is nou precies waar we in Nederland goed in zijn.

Duurzaamheid kent vele aspecten, van welzijn en gezondheid tot input (voer) en emissie (bijvoorbeeld ammoniak) per kilo vlees. Een nadruk op het ene doel gaat soms ten koste van het andere doel, maar er bestaat gelukkig een grote diversiteit aan producenten. Daardoor is er voor ieder wat wils. Helaas is er wel een gemene deler: alle wensen van de burger ten spijt, de consument kiest en betaalt vaak niet navenant.

Daar moet wat aan veranderen. Iedere veehouder is ondernemer en ieder heeft een eigen bedrijfsvoering. Mijn 55 koeien grazen in Midden-Kennemerland, ik verkoop rechtstreeks aan de consument. De klant kan met eigen ogen het welzijn van mijn dieren bevestigen, en ik heb het geluk in een kapitaalkrachtig stukje Nederland te wonen en te kunnen verkopen aan de klant om de hoek. Andere boeren hebben een ander verdienmodel. Van directe en regionale afzet tot keurmerken (biologisch, Beter Leven) en ook – net zo goed volgens uitstekende standaarden waar het buitenland nog wat van kan leren – gewoon, regulier, gangbaar vlees. Het is niet makkelijk om te concurreren tegen goedkoop vlees uit het buitenland, maar aan energie en enthousiasme om het op alle vlakken beter te doen is in onze sector écht geen gebrek.

Consumenten zijn kritischer en stellen hogere eisen aan smaak, dierenwelzijn, voedselveiligheid en aan een regionale oorsprong. Nederlandse boeren voldoen bij uitstek aan die eisen en bieden een duurzaam alternatief voor geïmporteerd vlees. Laten we dat vooral stimuleren. We stimuleren boeren niet als we op elke gehaktbal een kwartje voor de staat leggen. Er is geen simpele oplossing om de consument tot de juiste keuze te verleiden, maar dat ontslaat ons niet van de plicht om op verantwoorde kwaliteit van nabije boeren in te blijven zetten.

Wouter Hartendorf is voorzitter van de vakgroep vleesveehouderij van LTO Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden