ColumnFrank Heinen

Niemand wil die persoon zijn: een uitlegger, een zeikerd, een beterweter, een taalnazi

null Beeld

Moderne verschijnselen; we komen erin om. Maar we hoeven ons er toch niet altijd bij neer te leggen? Er zijn zaken waar we ons tegen ­kunnen – nee, móéten – verzetten. Deze week klimt Frank Heinen op de barricaden tegen het woord ‘taalnazi’.

Frank Heinen

Je komt iemand van vroeger tegen. In dat vroeger was-ie altijd blut (want: altijd drinken) en had-ie altijd dorst (want: altijd blut). Nu ziet-ie er beter uit dan destijds, zo goed dat je durft te vragen hoe het ermee staat. En stel dat die iemand dan antwoordt: ‘Ja, hartstikke goed, ik ben nu al een tijdje sober.’ Vermoedelijk is hij al een tijdje gestopt met drinken, en gebruikt hij ‘sober’ in de betekenis van het Engelse ‘sober’, de non-alcoholvariant van ‘clean’. Maar het is ook niet uitgesloten dat de iemand in kwestie al een tijdje niet meer met geld smijt, zich al te grote uitspattingen ontzegt en zodoende sober lééft, Franciscus van Assisi-style.

Wat te doen? Geen idee. Begripvol knikken, vaak het beste.

Sowieso niet doen: die persoon uitleggen dat hij zijn woorden zorgvuldiger dient te kiezen. Niemand wil de persoon zijn die bij de aanblik van een adembenemende zonsondergang begint over de aanstaande implosie van de zon en hoe onze kindskinderen dan – als er tegen die tijd nog mensen zijn – een zware pijp gaan roken. Een uitlegger, een zeikerd, een beterweter, een taalnazi.

Ooit waren mensen die belang hechtten aan zorgvuldige woordkeus, correcte grammatica en min of meer foutloze spelling nog gewoon ‘taalpuristen’. Dat klonk al niet enorm complimenteus; puristen zijn zelden leuke mensen. Streng in de leer, en zo flexibel als een hark. Ik stel me zo voor dat puristen, wanneer je een weekendje met ze in een huisje zit, als eerste beginnen met het opstellen van een corveerooster. Niet omdat ze daar zin in hebben, maar gewoon: omdat iemand het moet doen. Omdat iemand moet onthouden dat taal een bouwsteen is van het mens-zijn, en dat we weten wat er gebeurt als je bouwt met ondeugdelijke materialen – vraag maar aan de drie biggetjes. Later werden taalpuristen ‘taalnazi’s’, het bewijs dat mensen die niet veel om taal geven nogal snel in hyperbolen vervallen om hun punt te maken.

Niemand wordt graag gecorrigeerd, zelfs de suggestie van een correctie wordt al ervaren als een trap in het kruis. Veel mensen die achter zich een fietsbel horen, kijken geërgerd om: ik doe toch niets verkeerd, en wie ben jij om zo naar mij te bellen?

Wie weet helpt het als taalnazihaters het eens zo bekijken: iemand moet het doen, en wees blij dat jij die iemand niet bent. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat de taalpurist voortdurend zijn purisme aan je hoeft op te dringen: een etiquette-expert komt ook niet zomaar aan je tafeltje uitleggen dat je je lepel naar je mond moet brengen, en niet andersom. Zo iemand bedank je niet uitvoerig voor zijn hulp – een kom uiensoep in z’n nek kan-ie krijgen. Om zich af te reageren over al het taalkundige gestuntel waaraan zij dagelijks worden blootgesteld, hebben taalpuristen een eigen tijdschrift (Onze Taal) en een enkele krantenrubriek. In die safe space kan de taalpurist onbekommerd zijn punctuele, licht storende zelf zijn.

Zelf ben ik – deels uit sociaal wenselijk oogpunt, deels uit angst voor repercussies – een stille taalpurist, een soort geheim agent die van binnenuit de taalverloedering tracht te stuiten. Belangrijk voor de stille taalpurist is dat je zo weinig mogelijk anderen corrigeert, ook al hoor en lees je de gekste fouten. Het bestaan van de stille purist is een zware bedoeling*.

De keuze tussen taalnazi’s en mensen die de taal beschouwen als een supermarkt waar ze uit de schappen kunnen pakken waar ze die dag zin in hebben, is een ingewikkelde. Het is de keuze tussen pedanterie en onverschilligheid, tussen regeldwang en ‘dat maak ik zelf wel uit’, tussen een gebelgde sssttt-sisser en een onoplettende hardop-prater in de stiltecoupé.

Ze bestaan allebei, en ze zijn vergelijkbaar ergerlijk en je kunt ze praktisch tegen elkaar wegstrepen. Vermoedelijk werkt het zo: voor elke keer dat je je aan een ander ergert, ergert een ander zich op een ander moment aan jou.

*Bedoening. De ware taalpurist corrigeert en ergert immers eerst en vooral zichzelf.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden