ColumnMerel van Vroonhoven

Niemand mag mijn hand vasthouden

‘Het was een gewone donderdag. Zoals altijd. Toen gebeurde het... Plots werd mama ziek. Een ziekenauto kwam haar halen. Eentje met blauwe lichten. En sirenes. ‘Tudu, tudu’, klonk het. Zo hard dat Jip zijn vingers in zijn oren stopte. Een bacterie was in mama’s hersenen gekropen. Dat zei de dokter. Daarom moest ze in het ziekenhuis blijven.’

Elke schooldag begint met hetzelfde ritueel: voorlezen. Muisstil is het dan. Geen gewiebel op stoelen, geen potlood dat plots van de tafel rolt. Alleen de stemmetjes van de hoofdrolspelers uit het boek en het geritsel van bladzijden. Elk kind zit in opperste concentratie, verstild in zijn eigen, vertrouwde luisterhouding. Mees als een slangenmens gehurkt op zijn stoel. Kaatje met haar handjes onder haar kin, ellebogen stevig op tafel. Joshua met zijn duim in zijn mond, friemelend aan zijn lapje. Bij het voorlezen zijn alle kinderen van groep 3 opeens weer klein. Eventjes geen nieuwe letters leren, schrijven of rekenen. Maar opgaan in de verhalen over ridders, superhelden of gewone kinderen. Altijd met een goede afloop, dat wel.

Alleen, vandaag is het anders. Het verhaal over Jip is geen sprookje met een goede afloop. Geen verzonnen verhaaltje uit een voorleesboek. Jip bestaat echt. Hij is een leerling uit de klas. Vorige week overleed plotseling zijn moeder. Aan een hersenvliesontsteking. Vandaag is hij voor het eerst weer op school.

Hoe ga je om met de dood van een ouder van een kind uit je klas? Op welke manier besteed je er aandacht aan? Beseffen kinderen op die leeftijd wat de dood is? Ga ik straks gewoon weer taal en rekenen geven? Terwijl dat ventje zijn moeder kwijt is. Mijn ogen lopen vol. 6 jaar is-ie pas. Geen broertje of zusje, geen vader en geen familie. Juf Ella vertelde dat Jip bij vrienden van zijn moeder is, tot er een adoptiegezin voor hem wordt gevonden. Wat nu? Op de pabo leer je niets over dit soort dingen.

‘Het is een van de moeilijkste aspecten van dit werk’, vertelde een bevriende lerares, toen ik vroeg hoe zij omging met het leed van leerlingen. Ze gaf het voorbeeld van Tom uit haar klas. Steevast in de pauze als ze met de kinderen naar buiten liep, vroeg het jongetje of hij haar hand mocht vasthouden. ‘Nee Tom’, zei ze dan. ‘Niemand mag mijn hand vasthouden en dus jij ook niet.’ Elke dag vroeg hij het opnieuw. En elke dag antwoordde zij hetzelfde. Op een dag overleed Toms moeder. Toen het jochie na een paar dagen weer op school kwam, vroeg hij net zoals altijd: ‘Juf mag ik jouw hand vasthouden?’

’Nee, Tom, niemand mag dat’, zei mijn bevriende lerares, zonder erover na te denken. Ze schrok van haar eigen opmerking. ‘Welke juf is zo ongevoelig dat ze, zelfs nu dit kind zijn moeder verloren heeft, ‘nee’ zegt?’, vroeg ze zich vol zelfverwijt af. Tot Tom haar met zijn grote bruine kijkers aankeek en zei: ‘Dank je wel Juf, hier op school is alles tenminste nog gewoon, zoals altijd.’

Tom leert mij een wijze les. School moet een veilige haven zijn. De plek waar kinderen hun zorgen kunnen delen, maar ook loslaten. Waar dingen gaan zoals ze altijd gingen. Dus veeg ik snel mijn tranen weg en begin met de schrijfles. Zo is voor Jip vandaag alles tenminste toch nog een beetje gewoon. Zoals altijd.

Dit is de 28ste aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs. Lees hier de vorige aflevering.

Merel van Vroonhoven deed als zij-instromer ook onderzoek naar het lerarentekort: ‘De aanpak is te beperkt en te versnipperd

Wat schoolleiders kunnen leren van topvrouwen (en andersom)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden