Nico keek naar een cowboy en herkende zichzelf. Zou hij dat kunnen, zichzelf spelen?

Twee weken geleden zag ik een film die mij aan het denken zette. Het gaat om The Rider, waarin het verhaal wordt verteld van een rodeorijder die door een ongeluk  er gaat een paard op zijn hoofd staan  een succesvolle carrière ziet verdampen. 

Een paard op je hoofd. Daar ging ik al. Bij mij heeft er nog nooit iemand op mijn hoofd gestaan. Ik zou ook niet weten hoe je dat voor elkaar krijgt. Dan moet je ’s nachts doodstil voor je ijskast gaan liggen en dan maar hopen dat je partner in het donker stiekem een bak koude chinees naar binnen wil lepelen. ‘Au, je stond op mijn hoofd.’ Beetje wrijven en je dan laten troosten. ‘Wat deed je dan toch voor die ijskast, liefie?’

Ik heb nog nooit op een paard gezeten. Ze maken paardengeluid met hun lippen. Ik vind een paard ongelofelijk veel dier als je er vlak naast staat. Dat zag ik pas toen mijn dochter opeens wilde paardrijden. Ze was net zo groot als het zadel.

Vlak naast dat paard had ik opeens veel minder praatjes over theater, boeken en muziek. Intuïtief voelde ik dat dat paard daar helemaal niets van moest hebben. Ik stond zwijgend langs de kant en mijn dochter reed rondjes. Ook niet echt op haar gemak. Ik herkende dat hoofd. Zo keek ze als ze spinazie à la crème moest eten.

Vreemd genoeg spaarde het paard mij, maar nam het wel wraak op de vrouw die mij uit haar schoot wierp. Mijn moeder ging een keer mee, klapte in haar handen om mijn dochter aan te moedigen en kreeg toen de staart van het paard als 952 zwepen hard langs haar gezicht. Dat zag er vreemd uit, de weken daarna. Alsof iemand haar heel kort langs het vagevuur had geroetsjt.

Maar nog even over die film. In een adembenemende scène temt de hoofdrolspeler een wild paard. Tanja en ik keken naar het gevecht tussen mens en dier. Naar onderwerping en daar  tegen beter weten in  keihard tegen vechten. Hoe dat paard maar bleef geloven in een goede afloop en hoe de cowboy met het paard meebewoog. Op de achtergrond een landschap waar je uren lang doorheen kon hollen en dan het gevecht tussen vier houten schuttingen.

Ik kan niet voor Tanja spreken, maar ik zat daar behoorlijk naar mezelf te kijken. Nu nog uitvinden waar mijn schuttingen staan. Toen de film was afgelopen, keek ik naar de aftiteling. Ik zag dat bijna alle acteurs zichzelf hadden gespeeld. De prachtige vader was in het echt ook de vader van de hoofdrolspeler, die zelf ook echt een paardenhoef op zijn hoofd had gekregen. Het ontroerende autistische zusje van de rodeorijder was in het echt ook zijn zusje.

Daar heb ik drie dagen over zitten peinzen. Zou ik dat kunnen, mijzelf spelen? Zou ik macaroni op kunnen bakken zoals ik in het echt ook macaroni opbak? Ik denk het niet. Ik weet zeker dat ik dan die pan anders ga vasthouden. Professioneler. Ik sluit niet uit dat ik de macaroni een beetje omhooggooi. Ik weet eigenlijk zeker dat ik een gelouterde macaronibakker ga staan acteren. Dat ik het eten heel raar op mijn bord laat glijden en dat ik daarna eet zoals ik denk dat echte macaroni-eters eten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.