ColumnJoost Zaat

Net zo kort leven mét longkankerscreening als zonder

Joost ZaatBeeld de Volkskrant

‘Heb je iets om te slapen? Ik lig al weken wakker omdat ze over twee maanden opnieuw een scan maken.’ Vanwege zijn benauwdheid had de cardioloog een CT-scan van Barts borst gemaakt. Behalve kalk in zijn kransslagaderen was er een vlekje in zijn longen gezien. Met zijn klachten heeft die plek niks te maken en het betekent vast ‘niks’, maar bij een voormalig stevige roker weet je dat niet zeker. Als het groeit, is het misschien toch longkanker. Bart is niet de enige die onzeker wordt door toevallige vondsten of uitslagen van screeningsonderzoek.

Vorige week publiceerden Nederlandse en Belgische onderzoekers de resultaten van een proefbevolkingsonderzoek met CT-scans voor longkanker bij zware (ex)rokers. Bijna anderhalf jaar geleden riep de hoofdonderzoeker van het Erasmus MC op een internationaal congres nogal voorbarig dat screening duizenden doden zou schelen. Ik had destijds in een reconstructie van dat onderzoek, gemaakt voor het NTvG, behoorlijk wat kritiek. Sindsdien duurde en duurde het maar voordat de onderzoekers alles hadden opgeschreven. Inderdaad gaan er in de groep mannelijke rokers na 4 screeningsronden en 10 jaar wachten minder mannen aan longkanker dood dan in de groep zonder CT-scans: 160 (of 156, het artikel is niet helemaal helder op dit punt) tegen 210 (of 206) in de controlegroep. Maar in beide groepen sterven er evenveel: 868 versus 860. ‘Levens’ red je dus niet. Voor- en tegenstanders vliegen elkaar daarom in de haren en dat laat ik hier maar even zo.

Onderbelicht blijft het probleem van die onzekerheid na een eerste uitslag: bij bijna 10 procent van de scans was er een onduidelijk vlekje net als bij Bart en dat betekent een nieuwe scan om te kijken of het groeit. Stress, slapeloze nachten en ongeruste familieleden. Naar schatting zijn er in Nederland een half miljoen zware rokers (en een heleboel ex-rokers). Stel dat je die elke twee jaar oproept (hoe dat moet, is nog onbekend) en dat 70 procent meedoet (net als bij andere bevolkingsonderzoeken). Dan zijn er elk jaar ten minste 17.500 onduidelijke uitslagen met alle gevolgen van dien. Zelfs bij de 467 scans (2,1 procent van alle scans) die gelijk overduidelijk leken aan te tonen dat er kanker was, bleek er bij verder onderzoek bij 264 mensen niets aan de hand. Meer dan de helft schrok zich dus ‘voor niks’ halfdood.

Bij andere bevolkingsonderzoeken is dat niet anders: ook bij een afwijkend baarmoederhalsuitstrijkje, een afwijkend mammogram of foute poeptest blijkt bij verder onderzoek het merendeel van de deelnemers geen kanker te hebben. Als u straks meedoet aan alle huidige en komende bevolkingsonderzoeken, gaat u ten minste één keer een lange periode met slecht slapen en piekeren tegemoet en denkt uw familie al aan uw begrafenis. U leeft er – gemiddeld genomen – niet langer door.

Het lijkt mij verstandig om vrees voor toekomstig ‘lek en gebrek’ wat minder leidend voor het leven te maken. Stop met roken en hoop op het beste.

Meer columns van schrijvende huisarts Joost Zaat: 

Na twee maanden hadden we een nieuw probleem: ze ging niet dood.

Ik koester de mogelijkheid om onder de cholesterolmaffia uit te komen.

De patiënt moet niet de dupe zijn van mijn drukte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden