Column Keyvan Shahbazi

Net als altijd aan het einde van de zomervakantie voel ik me melancholisch en zie ik op tegen de natte donkere maanden die komen gaan

We staan op ruim 2.800 meter op een oude smokkelroute op de hoofdkam van de Pyreneeën. De rotswand van honderd meter hoog die boven ons uittorent, is in de breedte van 40 meter weggeslagen als een gigantische stadsmuur waar de poort uit is verdwenen. Terwijl we aan de Franse kant in de sneeuw staan, kijken we door deze ‘poort’ tientallen kilometers de betoverend mooie beige-bruine hoogvlaktes van de Spaanse regio Aragón in.

Getriggerd door het landschap schieten mij de beelden van de speelfilm Behold a pale horse te binnen. Manuel Artiguez (Gregory Peck) is een vrijheidsstrijder in de Spaanse burgeroorlog. Na de nederlaag tegen de fascisten van Franco is hij met de stroom vluchtelingen mee gevlucht naar de Franse zijde van de Pyreneeën. Hij staat voor het dilemma of hij teruggaat om zijn stervende moeder voor het laatst te zien, terwijl hij weet dat daar de Guardia Civil op hem wacht.

Als kind had deze film een onvergetelijke indruk op mij gemaakt. Niet wetende dat ik zelf later als volwassene voor dezelfde keuze zou komen te staan. In die gedachte verzonken, hoor ik ineens mijn jongste zoon roepen: ‘Papa, wat gebeurt er als je van die hoge rots in een keer zo wooof naar beneden rolt?’ ‘Dan moet je van top tot teen in het gips’, zeg ik. Hij kijkt me bedachtzaam aan en zegt: ‘Is Dummie de Mummie ook van een hoge rots af gerold?’ Ik zeg ‘Misschien’, en roep iedereen om rechtsomkeer te maken. Er is helaas niet genoeg tijd om Spanje in te lopen.

Het afdalen naar het dal blijkt nogal hachelijk door de hordes Aziatische toeristen die, zich het smalle steile bergpad toe-eigenend, in lange linten omhoog komen. Sinds het gebied door Unesco op de werelderfgoedlijst is gezet, rijden er per jaar honderden bussen met toeristen uit de hele wereld naar toe. De berggidsen trekken ze vervolgens de berg op, zodat ze daar een selfie kunnen maken. In alle leeftijden, op gympen, zonder regenkleding en voldoende water trekken ze hijgend en puffend ‘het attractiepark’ in.

Het contrast met vroeger, waar je alleen bergsporters tegenkwam, maakt me verdrietig.

Het kronkelige pad brengt ons langs een kolkende rivier met prehistorisch grote rotspartijen. Ik schrik als ik zie dat mijn oudste zoon met losse veters van de ene rots op de andere springt. Tegenwoordig noem ik hem ‘mijn amateurpuber’ (als twaalfjarige oefent hij er nog voor). Op zo ongeveer alles wat je tegen hem zegt, reageert hij met: ‘Hoezo?!’. Als ik in paniek roep dat hij eerst zijn veters moet vastmaken, roept hij verontwaardigd terug: ‘HOEZÓ?!’

Een van de laatste dagen gaan we naar het dorpsfeest. Tussen de middag treedt een Baskisch koortje op in de oude piepkleine église. Zo hoog in de bergen creëren de melancholieke klanken in de mistige lucht een mysterieuze sfeer en je waant je in een totaal andere wereld. Als ik ontroerd een foto wil nemen, merk ik dat iemand vanaf de vierde rij zwaait. Verbijsterd herken ik mijn directeur in vakantieoutfit. We houden het kort om Nederland nog even ver weg te houden.

‘Wanneer gaan we weer naar huis, papa? Ik mis mijn Lego, roept de jongste. ‘Ik mis mijn eigen bed’, vult de andere aan. Het raakt me als ik merk dat de jongens in die laatste dagen heimwee hebben naar hun thuis. Ikzelf voel, net als altijd aan het einde van de zomervakantie, melancholie en zie op tegen de natte donkere maanden die komen gaan.

‘Hoe vonden jullie de vakantie jongens?’, roep ik van achter het stuur op de terugreis. De jongste zegt dat hij de surprise eitjes in Frankrijk veel beter vond dan die in Nederland. De tweede vond het jammer dat hij toch nog niet genoeg leesboeken mee had. De amateurpuber roept dat de vakantie ‘wel kapot geinig’ (!) was.

‘Papa, gaan we nog eens terug naar de Pyreneeën?’, vraagt mijn tweede zoon vanaf de achterbank. ‘Misschien al in de kerstvakantie’, reageer ik. ‘Dan laat ik jullie zien hoe je op sneeuwschoenen bergwandelingen kunt maken.’

Keyvan Shahbazi vervangt deze maand Daniela Hooghiemstra. Dit is het derde deel van een drieluik. Deel 1 en 2 verschenen op 23 juli en 6 augustus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden