ColumnMax Pam

Nergens wordt zo veel gelogen als rond een zieke regeringsleider

Volgens filmmaker Michael Moore, die zijn eigen leven heeft beschreven in de drie woorden Here Comes Trouble, is die coronabesmetting van Trump een groot theaterstuk. Trump staat achter in de peilingen, verloor ook nog eens het eerste debat met Biden en moest toen een paardemiddel verzinnen in de hoop het tij te keren. Een kras stukje complotdenken, maar in zijn wantrouwen staat Moore beslist niet alleen.

Het lijkt onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk, het verloop van Trumps ziekte en zijn voorlopige wederopstanding in scène te zetten. Om dat voor elkaar te krijgen, moet een hele staf, plus een batterij aan witte doktersjassen, met elkaar samenzweren en tegenover een nieuwsgierige buitenwereld de kaken stijf op elkaar houden. Dat neemt niet weg dat nergens zo veel wordt gelogen als rond een zieke regeringsleider. Artsen doen daar druk aan mee. Sterker nog: als er onder dokters één groep is die het met de waarheid niet zo nauw neemt, dan is het wel die van de lijfartsen. Laat een lijfarts een communiqué schrijven over de toestand van zijn patiënt en er staat gegarandeerd een vaagheid in die een keiharde leugen moet maskeren.

Er zijn talloze voorbeelden, maar uit de vorige eeuw is mij vooral het sterven van de Spaanse staatsleider generalísimo Francisco Franco bijgebleven, die door allerlei belanghebbenden kunstmatig in leven werd gehouden. Zijn dood in 1975 werd tot op de dag nauwkeurig georkestreerd. Ook de ziekte en dood van de Joegoslavische maarschalk Josip Tito in 1980 duurde eindeloos. Zelfs toen Tito al was overleden, meldde staatspersbureau Tanjoeg dat hij succesvol was geopereerd aan een been, dat vermoedelijk al veel eerder was geamputeerd. Karel van het Reve heeft er droogkomisch over geschreven en voor Peter van Straaten was de lijdensweg aanleiding voor een serie tekeningen. Ook over de ziekte van Sovjetleider Leonid Brezjnev werd door de artsen geheimzinnig gedaan. Tot Brezjnev in 1982 opeens dood neerviel en zijn potentiële opvolgers nog datzelfde uur in zwarte pakken rondliepen.

Nu zou je verwachten dat al dat gekonkel hoofdzakelijk voorkomt in autoritair geregeerde landen, maar dat is slechts zeer ten dele waar. Liegen over je eigen gezondheid is Allzumenschliches − koning, keizer, admiraal, we doen het allemaal. Van de dood willen we eigenlijk niets weten, laat staan dat we er happig op zijn anderen in te lichten. Trump is beslist ook niet de eerste president die zich gezonder voordoet dan hij werkelijk is. Sterker nog: het lijkt wel een Amerikaanse traditie.

Woodrow Wilson liet na een beroerte in 1919 het regeren vooral over aan zijn vrouw, terwijl de bevolking onwetend bleef. In zijn boek Zieke Wereldleiders beschrijft David Owen – Brits diplomaat, minister én arts – hoe ook Franklin D. Roosevelt en John F. Kennedy werden beschermd door een haag van artsen en persvoorlichters die er alles aan deden de waarheid over de gezondheid van de president onder de pet te houden. Over Roosevelt schreef een marine-arts, die hem vlak voor de besprekingen in Jalta onderzocht: ‘Dit rikketikprobleem is veel ernstiger dan ik ooit had gedacht. En het grootste probleem hier is natuurlijk dat niemand er iets van mag weten’.

Kennedy leed aan de auto-immuunziekte van Addison en vertoonde daarbij allerlei syfilitische verschijnselen die echt niet van de wc-bril afkomstig waren. Ondanks de helse pijnen bedroog hij niet alleen het publiek met zijn ziekte, maar ook zijn eigen dokters – die kregen ieder slechts een deel te horen – en uiteindelijk ook zichzelf. Het meest open was nog Lyndon B. Johnson, die trots het litteken toonde van een galblaasoperatie. Ronald Reagan was volgens Owen vaak te naïef om over zijn kwalen − onder meer alzheimer − te liegen. Zelf heb ik de twee volle pagina’s uit The New York Times bewaard waarin presidentskandidaat Bob Dole opsomde waarvoor hij allemaal medicijnen kreeg. Moedig. Deze Republikein leeft nog, inmiddels 97 jaar oud.

De grootste leugenaar van allemaal was ongetwijfeld de Franse president François Mitterrand (1916-1996). Nadat Pompidou had rondgelopen met een opgeblazen kop van de steroïden, hadden potentiële opvolgers toegezegd dat zij voortaan opening van zaken zouden geven. Maar Mitterrand was nauwelijks een half jaar president of er openbaarde zich bij hem uitgezaaide prostaatkanker. Aan zijn lijfarts Gubler gaf Mitterrand de opdracht er totaal over te zwijgen: ook tegenover zijn vrouw en zijn maîtresse. Vanaf het moment dat hij instemde, werd Gubler verteerd door schuldgevoelens, maar hij zat gevangen in een leugen waaruit geen ontsnappen meer mogelijk was. Bij elke geheime bloedtransfusie maakte Gubler met grote omzichtigheid de wc’s schoon, want Mitterrand had gehoord dat de Amerikanen een haar en de ontlasting van Brezjnev hadden buitgemaakt en zo diens ziekte wisten te diagnosticeren.

Mitterrand hield het op die manier veertien jaar vol. Ondanks alles vindt Owen (82) hem een prima president.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden