ColumnSander Schimmelpenninck

Nergens is het sociale contract zichtbaarder dan in een voetbalstadion

null Beeld

Een week geleden keek ik naar de wedstrijd van mijn cluppie FC Twente tegen Feyenoord, in het treurige decor van een lege Grolsch Veste. De aanblik van dertigduizend lege stoeltjes deed me niet alleen beseffen hoe pijnlijk corona moet zijn voor een volksclub als Twente, die het moet hebben van kaartverkoop en de indrukwekkende bierconsumptie van haar supporters, maar ook hoe corona ervoor zorgt dat mensen elkaar nóg minder tegenkomen.

Hoe weinig ik ook heb met mensenmassa’s, het voetbal wordt gemist. De geur van gras, verschraald bier en broodjes beenham. De hoofdtribune vol kerels met een bedrijf waar je nog nooit van hebt gehoord, maar waar wel een paar honderd man werken, meestal iets met ict. En hun wederhelft, de typisch Twentse Militaryvrouw, met witte broek, paardrijlaarzen en bodywarmer. Achter de goals en op de tweede ring de volkswijken van Enschede en Hengelo, aangevuld met afvaardigingen uit elke Twentse nederzetting, zichzelf kenbaar makend met aandoenlijke spandoeken – ‘Neede Radicals’.

Nergens is het sociale contract zichtbaarder dan in een stadion. De minderheid van rijkelui hebben de mooiste plekken, gedoogd door de meerderheid in de andere vakken, omdat de sponsoren nu eenmaal de nieuwe spits hebben betaald. Maar wanneer de hoofdtribune er een potje van maakt, door bijvoorbeeld leningen met maffiosi af te sluiten of met veel drama te degraderen, staat het volk letterlijk aan de poort te rammelen. Verschil mag er zijn op de tribunes, zolang er gewonnen wordt.

Een voetbalstadion was ooit een plek waar iedereen door elkaar zat en zijn hoed in de lucht gooide na een doelpunt, maar de tribunes zijn de laatste decennia steeds meer verdeeld in ondoordringbare rangen, standen en skyboxen. De manier waarop we voetbalstadions zijn gaan inrichten, met overal poortjes en de vraag naar de juiste kaarten, staat symbool voor de manier waarop de samenleving zijn gaan inrichten. ‘Skyboxificatie’ doopte politiek filosoof Michael Sandel deze ontwikkeling naar een nieuwe standenmaatschappij.

De commercialisering en digitalisering van het alledaagse leven wist de wederzijdse onzichtbaarheid van de lagere en middenklasse enerzijds en de hogere klasse anderzijds al eerder te vergroten. Waar de rijken vroeger personeel in dienst hadden, wordt vergelijkbaar werk nu door anonieme bedrijven of apparaten gedaan. En hoe meer zaken door de bovenklasse uitbesteed kunnen worden, des te minder mensen uit verschillende sociale klassen de gelegenheid krijgen elkaar te ontmoeten.

De coronacrisis versnelt dat proces verder. In een skybox zit je als rijkaard weliswaar achter glas, de gewone man kan je in ieder geval nog zien, en vice versa. Maar nu kijkt iedereen vanuit zijn eigen woonkamer naar voetbal, op afstand. Dat vergroot de verschillen tussen voetbalclubs onderling, want hoe rijker de club, hoe belangrijker de televisiegelden en hoe kleiner de coronapijn. Maar ook de ongelijkheid tussen rijke en arme supporters groeit; de sponsoren maken door de run op investeringen enorme vermogensstijgingen mee, terwijl de leden van de harde kern hun baan straks verliezen. Maar zie het maar eens, als je elkaar niet ziet.

We leven en werken steeds meer afgezonderd van elkaar, en de publieke ruimte is nu al bijna een jaar tot risicogebied verklaard. Thuiswerken werkt voor veel mensen prima, maar wanneer we elkaar niet meer tegenkomen, komt het gevoel van onderlinge verbondenheid serieus onder druk te staan. Het spreekt voor zich dat dit slecht nieuws is voor de sociale cohesie en onze democratie; dat er nog nooit zoveel partijen meededen aan een verkiezing, is in dit kader veelzeggend.

Het lijkt me van een niet te onderschatten belang dat mensen met verschillende maatschappelijke achtergronden en posities elkaar in het dagelijks leven ontmoeten. Want alleen zo leren we met onze verschillen om te gaan, om te onderhandelen en compromissen te respecteren. Een gedeelde publieke ruimte is essentieel om het algemene belang te zien, en te leren hoe alles met elkaar verbonden is. Nóg een reden om niet te lang te wachten met het heropenen van onze samenleving.

Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden