Neoliberalisme is failliet

Zolang we in een democratische natiestaat leven, kan het neoliberalisme niet onze economische leidraad zijn

Het neoliberalisme is failliet. Sinds de zieke economie van de Westerse wereld in de jaren tachtig een broodnodige neoliberale schok heeft gekregen, is het medicijn veel te lang aangehouden als middel tegen elke kwaal. De bijwerkingen zijn niet meer te negeren.

In plaats van een samenleving waarin iedereen meetelt, geldt nu het primaat van het geld. In Amerika, door sommigen lange tijd beschouwd als het voorland – door enkelen nog steeds – kon zo met grote steun van het bedrijfsleven in 2000 een president aan de macht komen die het land in een desastreuze oorlog stortte.

Duizenden jonge mannen en vrouwen uit de allerarmste achterstandsgebieden in Amerika stierven voor een oorlog waaraan corporate America uitstekend verdiende, niet in het minst Halliburton van vice-president Cheney.

Winstbejag
Diezelfde achterstandsgebieden verkeerden voor een groot deel in zo’n geruïneerde staat door het winstbejag van bedrijven die voor een procentpunt stijging van hun aandelen – en daardoor een nog forsere bonus – hele bedrijfstakken naar nog armere gebieden overplaatsten.

Met name in Amerika kregen bedrijven een enorme invloed op de politiek. Bedrijven merkten dat zij door grote hoeveelheden geld tegen het politieke systeem aan te smijten, de politici aan het lijntje konden houden. Als verkiezingen immers niet worden gewonnen door de beste argumenten, maar de grootste lawine aan spotjes, is het onontbeerlijk de gigantische steun van het bedrijfsleven aan je zijde te hebben.

In november 2009 is nog een barrière gesneuveld voor het bedrijven om de politiek naar hun te zetten: bedrijven mogen van het Amerikaanse hooggerechtshof nu direct met bedrijfsgeld politieke kandidaten steunen, zonder limiet. Het hek is dus van de dam voor de Amerikanen, zeker als je je bedenkt dat over de periode 1998-2006 al voor tweeëneenhalf miljard dollar werd gelobbyd… alleen al door de financiële, vastgoed en verzekeringssectoren. Het totale lobbygeld over die periode loopt in de vele miljaren.

VVD
In Nederland is de belangrijkste exponent van het ‘geld-gaat-boven-alles’-denken de VVD geweest. Geïnspireerd door Thatcherisme en Reagonomics hebben de conservatief-liberalen door de jaren heen zoveel mogelijk willen privatiseren. De posterijen, de spoorwegen, de zorg, de telecomsector – alles moest worden onderworpen aan de inmiddels beruchte tucht van de markt. Tenslotte heeft alles een prijs en daarop moet geconcurreerd worden.

Al enkele decennia lang luidt het mantra: de markt weet het het beste, de markt wiedt de slechte bedrijven eruit. Zoals een professor in de macroeconomie aan de universiteit van Melbourne eens zei in een college dat ik bijwoonde: we generally believe the market knows what to do.

Iron Lady
De markt heeft echter een probleem, en hier klinkt de echo van de Iron Lady: hij bestaat niet. Wat wel bestaat zijn een heleboel individuen en bedrijven die allemaal op de eigen winst uit zijn. En snel een beetje. Want geld is goed, en heel snel heel veel geld is heel goed. Zo heeft de markt de tendens om voor het snelle geld te gaan, en niet altijd zinnig te investeren op de lange termijn.

Bovendien zorgt de dog-eat-dog concurrentie er vaak voor dat men alleen maar kijkt naar de winst, niet naar de waarde buiten de cijfertjes van een bedrijf of naar de toekomstige waarde. Het moet nu. Organon is slechts één slachtoffer van deze denkwijze. Hoewel de sluiting voor de aandeelhouders van Merck prima te verdedigen is, valt het minder goed uit te leggen aan – eigenlijk iedereen die dat niet is. Organon bevond zich in de voorhoede van R&D op het gebied van contraceptie en heeft de afgelopen jaren voor een aantal van de belangrijkste vernieuwingen in hormonale contraceptie gezorgd. Merck en dergelijke molochen in het bedrijfsleven geven hier geen zier om: zij hebben nu de licentie, dus wat maakt het voortbestaan zo’n bedrijf nu uit? De winst is al behaald.

Mythe
Ook de mythe dat het neoliberale kapitalisme misschien wat mensen aan de onderkant laat bungelen, maar in ieder geval voor de grootste economische groei zorgt in het algemeen, wordt makkelijk doorgeprikt. Ha-Joon Chang, assistent-professor in economische ontwikkeling aan de universiteit van Cambridge, toont in zijn boek Bad Samaritans: the Myth of Free Trade and the Secret History of Capitalism, aan dat het neoliberalisme helemaal niet voor meer groei heeft gezorgd en zeker niet voor ontwikkelingslanden.

Neoliberalisme is er vooral voor de winnaars in het systeem, die hun macht kunnen gebruiken om de economie nog efficiënter voor zichzelf te laten werken. Als je groeicijfers in sterk neoliberaal geörienteerde landen sinds begin jaren tachtig vergelijkt met de koopkrachtstijging van gemiddelde huishoudens, merkt dat de laatste de eerste totaal niet bijhouden.

Open

Dit werkt ook op internationale schaal: in een open wereldmarkt zijn vooral de sterke spelers het beste af. Wie denkt dat neoliberalisme in de wereld voor groei in het algemeen heeft gezorgd, moet nog eens naar de cijfers kijken: gemiddeld groeiden ontwikkelingslanden in de jaren ’60 en ’70, vóór het neoliberale evangelie wereldwijd weerklank vond, dubbel zo snel als sinds de jaren ’80. Westerse groei was gedurende die periode ongeveer een derde hoger dan daarna. Overal werden de vruchten van de groei ook nog eens eerlijker geplukt, met minder inkomensongelijkheid tot gevolg.

Ook nu zien we het weer: de landen niet vies zijn van een beetje protectionisme en staatsinterventie, met name in Azië, komen het beste uit de crisis van de afgelopen twee jaar. Als je verder teruggaat in de geschiedenis blijkt dat zelfs de vaders van het (neo)liberalisme, de VS en Groot-Britannië, met protectionisme groot zijn geworden.

Daar bovenop: overheden moeten niet bang zijn sectoren te reguleren uit angst voor investeerders en bedrijven die weglopen. Soms is het beter op korte termijn economische ‘groei’ te laten lopen om er als land op de lange termijn economisch beter voor te staan. We hebben de afgelopen jaren kunnen zien waar toegeven aan deze angst toe leidt.

Slim
Voor degene die lering trekt uit de geschiedenis is het dus duidelijk: een gemengde economie, met een goed gereguleerde markt en slimme sturing van de overheid leiden tot de beste economische groei. Uit menselijk opzicht is het vervolgens wenselijk dat iedereen profiteert van die groei. Uiteraard is het van essentiëel belang dat er veel ruimte is voor privaat economisch initiatief, nog steeds de motor van economische groei.

De overheid moet vervolgens wel investeringen sturen naar waar ze het meest economisch duurzame resultaat zullen opleveren en zo nodig jonge industriën bijstaan met directe en indirecte hulp, zodat ze uiteindelijk volwassen kunnen worden.

In de gebeurtenissen rond Organon komen een aantal van de belangrijkste zwakheden van ons huidige economische systeem naar voren: winstbejag op de korte termijn, een verontachtzaming van het menselijk welzijn en een onwil bij de overheid om in te grijpen.


Het is ironisch dat de VVD, die ideologisch het meest opheeft met het beleid dat het economische drama van de afgelopen jaren heeft gefaciliteerd, de meeste stemmen heeft gekregen – helemaal als die partij stelt dat de economie bij hun in goede handen is.

Het is jammer dat een vijfde van de kiezers op deze partij heeft gestemd. Want er zijn partijen die wel van de crisis geleerd hebben. De PvdA, die in de jaren ’90 de ideologische veren afschudde, steekt ze nu voorzichtig in. Ook andere linkse partijen zijn voor een gemengde economie naar Europees model.

Bezuinigen

Helaas luidt voor bijna iedere partij het devies: bezuinigen. Bij links gelukkig iets minder dan bij rechts. Wat draconische bezuinigingen betekenen voor een economie in crisis, of vlak na een crisis, kan je Koreaanse kennis of Amerikaanse opa je wel vertellen.

Tijdens de crisis van ’97 moesten de Koreanen een reeks maatregelen slikken om in aanmerking te komen voor IMF-leningen. Door keiharde bezuinigingen midden in een crisis kon de overheid niet helpen de economie te stimuleren. Duizenden werknemers belandden op straat. Wetswijzigingen moesten vijandelijke overnames door Japanse en Amerikaanse bedrijven mogelijk maken. De Koreanen noemen de Aziatische financiële crisis vsn 1997 dan ook de IMF-crisis.

De Amerikaanse Grote Depressie laat zien wat er gebeurt als een overheid te snel ophoudt met het stimuleren van de economie. Nadat dankzij Roosevelts New Deal vanaf 1933 de economie weer wat beter ging, begon hij onder druk van de Blue Dogs, een groep conservatieve Democraten, al in 1937 met bezuinigen. Het economische herstel hield prompt op en Amerika belandde in een nieuwe recessie waar pas een einde aan kwam door de Tweede Wereldoorlog – grotendeels dankzij de enorme overheidsuitgaven om de oorlog te winnen.

De komende bezuiningen moeten dus goed doordacht en getimed worden. De belangrijkste vragen die de komende coalitie moet beantwoorden liggen in de economische sfeer: gaan we voor de korte of de lange termijn? Letten we op het welzijn van de top van (buitenlandse) bedrijven of op het welzijn van mensen? Betalen de vele modale of zwakke schouders voor de weinige sterke, of andersom? Gaat het om geld, of gaat het om leven? Het is te hopen dat de partij met de meeste stemmen op economisch gebied niet de grootste invloed krijgt; maar ik zie het somber in.

Dat de VVD nog niets geleerd lijkt te hebben van de crisis is jammer. Maar invulling die zij willen geven is niet alleen improductief op de lange termijn of oneerlijk op de korte.

Het fundamentele probleem met een neoliberaal economisch beleid is niet alleen dat het feitelijk stompzinnig is. Het staat lijnrecht tegenover het principe van een soevereine, democratische staat die de belangen van haar eigen volk dient.

In een democratische staat gaat het erom dat de belangen van het hele volk zo goed mogelijk gediend worden. Neoliberalisme is bij uitstek een ideologie die in het voordeel werkt van de kleine, rijke elite.

Belangen

Zolang we in een democratische natiestaat leven, kan het neoliberalisme niet onze economische leidraad zijn. Het is goed voor het grote geld, goed voor het internationale bedrijfsleven dat al een voorsprong heeft opgebouwd ten opzichte van de concurrentie en goed voor iedereen die de mogelijkheden heeft om op een mondiaal niveau zijn leven in te richten. De meeste mensen hebben die mogelijkheden echter niet. Hun belangen moeten ook worden behartigd. Het zal moeilijk zijn om een dergelijk beleid, dat goed is voor iedereen, in de huidige internationale economische structeren vorm te geven: die worden beheersd door neoliberale ideologen. Maar het moet

Daarom: een overheid die de belangen van de Nederlandse economie voorop zet en in de tweede plaats de belangen van onze mede-Europeanen niet over het hoofd ziet. Laat de Mercks van deze wereld maar ergens anders een goed functionerend bedrijf de nek omdraaien voor winst op de korte termijn. Dan maar niet het braafste jongetje van de neoliberale klas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden