Columnbert wagendorp

Negen procent minder boerenland in dertig jaar heet hier een ‘harde keuze’

null Beeld

Het meest recente rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving heet Grote opgaven in een beperkte ruimte. Volgens PBL-directeur Hans Mommaas kan het dienen als ‘inspiratiebron’ voor de formatiegesprekken. Ik ben bang dat het vooral een hoofdpijndossier zal blijken te zijn; de opgaven zijn inderdaad immens, de ruimte is beperkt en de tegenstrijdige belangen zijn brandstof voor conflicten.

Goed dat het PBL er is, ruimte is een schaars goed, veel van de problemen in Nederland zijn terug te voeren op het feit dat dit zo’n klein en overvol land is. Het zou helpen als we dat eindelijk eens zouden willen inzien en daar de juiste conclusie uit zouden trekken: Nederland is een stadsstaat, een zelfstandige stedelijke agglomeratie met wat groene zones, vergelijkbaar met Greater Los Angeles, New York, Tokyo, Shanghai of Londen.

In zo’n stadsstaat met zeventien miljoen inwoners zou het ondenkbaar zijn dat zestig procent van de grond een agrarische bestemming zou hebben (zoals in Nederland nu nog het geval is). Een rapport (zoals dat van het PBL) waarin wordt voorgesteld dat aandeel in 2050 terug te brengen naar 50 procent zou er worden weggehoond.

In deze zich ‘land’ wanende stadsstaat heet een afname over dertig jaar van 9 procent agrarische grond een ‘harde keuze’.

Grote opgaven in een beperkte ruimte gaat niet alleen over de ruimte die boeren in beslag nemen. Maar omdat die zo omvangrijk is, kom je in alle plannen uiteindelijk toch bij de boer terecht. Een miljoen woningen erbij in tien jaar, meer natuur, meer ruimte voor alternatieve energiebronnen, opvang van water, recreatiegebieden voor de inwoners van de stadsstaat, meer bos, infrastructuur: de boer heeft de daarvoor benodigde hectares in bezit.

Er klopt iets niet, als een kleine stadsstaat zich kan afficheren als de tweede landbouwexporteur ter wereld (na de VS, maar voor Duitsland, Frankrijk en China), ook al komt er aan zeker eenderde van die export geen boer te pas. Er klopt iets niet, als een van de dichtstbevolkte stadsstaten ter wereld ook nog eens dertien miljoen varkens, vier miljoen koeien, een miljoen geiten en schapen en honderd miljoen kippen huisvest.

Om die massa beesten van voedsel te voorzien, zetten we elk jaar vijf procent van de met ruimtegebrek kampende stadsstaat vol met snijmais. Veel van de noodzakelijke bouwplannen in de stadsstaat staan on hold, omdat de stikstofuitstoot van de boeren zo hoog is. Ik wil ze niet overal de schuld van geven, maar de biodiversiteit holt achteruit door het pesticidengebruik in de landbouw.

Hoe kan het, dat de stadsstaat Nederland zich heeft overgeleverd aan de boeren en van plan is daar tot minstens 2050 mee door te gaan? Waarom blijkt het zo verrekte moeilijk om te schakelen naar duurzame vormen van landbouw en veeteelt – hoewel genoeg boeren daartoe bereid zijn?

De boeren die alles bij het oude willen houden beschikken over een krachtige politieke lobby. Vroeger beschermde het CDA hun belangen met hand en tand, nu zijn de boeren ontdekt door de populisten, die hen als een soort edel-Hollanders zien. Als het moet knalt hun voorvrouw Caroline van der Plas met haar trekker zo ’s lands vergaderzaal binnen om iedereen duidelijk te maken dat er met de boer niet valt te spotten.

Sjaak van der Tak, voorzitter van landbouworganisatie LTO, vindt het raar dat het PBL maar niet inziet dat de boeren juist méér grond nodig hebben om hun zegenrijke werk voort te zetten. Vorige maand stelde hij serieus voor ten behoeve van de boeren een deel van de Noordzee in te polderen.

De stadsstaat waant zich nog altijd een boerenland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden