Opinie

Neem het Nederlanderschap van terroristen niet af

Het wetsvoorstel om het Nederlanderschap van terroristen af te nemen, is een wangedrocht.

Paspoorten bij de marechaussee op Schiphol. Beeld anp

Bij de Eerste Kamer hangt en wurgt al een tijdje een wetsvoorstel om in het belang van de nationale veiligheid het Nederlanderschap in te trekken van mensen die gedrag vertonen waaruit kan blijken dat ze zich, kortweg gezegd, hebben aangesloten bij een 'foute' organisatie. Voorwaarde is wel, dat ze zich buitenslands bevinden en nog een andere nationaliteit bezitten. Bedoeling is namelijk om ervoor te zorgen dat ze Nederland ook niet meer inkomen, en dat hun andere staat ze maar moet opnemen. Verbanning dus. Dit wetsvoorstel is het voorlopige eindpunt van een hele reeks wetten die meebrengen dat het Nederlanderschap verloren kan gaan voor mensen die definitief veroordeeld zijn voor het begaan van terroristische misdrijven. In de Rijkswet op het Nederlanderschap wordt, met regelmatige uitbreiding van de lijst, verwezen naar een stuk of zestig delicten die als terroristisch hebben te gelden.

Het huidige wetsvoorstel gaat een grens over door de ontneming zelfs mogelijk te maken zonder dat er een strafrechtelijke veroordeling aan te pas is gekomen. Vandaar dat er in de juridische pers en bij de geraadpleegde adviesorganen veel kritiek op is gekomen, die het kabinet doodgemoedereerd naast zich neergelegd heeft. Ook in de Eerste Kamer is er weerstand. Die heeft zelfs geleid tot een kritisch nader voorlopig verslag, waarop de regering nog moet antwoorden.

Intussen is zelfs de Commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa in het geweer gekomen. In een brief van 2 november vraagt hij opheldering over een flink aantal dubieuze elementen in het wetsvoorstel, en eind november heeft onze regering hem daarop geantwoord. Dat antwoord herhaalt de argumenten die ook in het parlementaire debat naar voren zijn gebracht, en die nog steeds niet kunnen overtuigen.

Ulli d'Oliveira is emeritus-hoogleraar migratierecht, Universiteit van Amsterdam.

Past het voorstel binnen het door het Europees Nationaliteitsverdrag getrokken kader, dat verlies van nationaliteit alleen mag als gedrag ernstige schade toebrengt aan essentiële belangen van de staat? Ja, zegt de regering, we mogen die verdragsbepaling zelf invullen en preciseren. Nee, zeggen de critici: het beoogt u juist die schade te voorkomen door mensen buiten Nederland te houden, en van preciseren is geen sprake.

Is de regering niet bang voor discriminatie? In feite is het plan gericht tegen mensen van Marokkaanse en Turkse afkomst, zegt de Commissaris, en dat komt neer op discriminatie, al dan niet beoogd. Veel Nederlandse juristen zijn overtuigd van het racistisch effect van de regeling. De regering doet alsof ze van de prins geen kwaad weet. We mogen de nationaliteit toch intrekken als er nog een tweede overblijft?

Effectieve rechtsbescherming tegen de maatregel ontbreekt ook: de regeling is uiterst vaag, bewijsmateriaal is geheim, afkomstig van de inlichtingendiensten, en aanwezigheid bij het proces wordt niet toegelaten. Om de nationale veiligheid te waarborgen worden rechtsstatelijke waarborgen onttakeld. De regering vindt van niet.

Maar er is meer. Geen rol heeft tot nog toe gespeeld het feit dat het wetsvoorstel rechtstreeks in strijd is met Resolutie 2178 (2014) van de Veiligheidsraad, waarin is besloten dat alle staten terroristen strafrechtelijk zullen vervolgen en berechten, en vervolgens zullen reclasseren en reïntegreren. Evenmin is nog in debat geweest dat het wetsvoorstel het Vierde Protocol bij het Europees Mensenrechtenverdrag ontduikt, dat bepaalt dat 'niemand zal worden beroofd van het recht om het gebied binnen te komen van de staat waarvan hij de nationaliteit bezit'. Dit volkenrechtelijk beginsel wordt geschonden als een staat iemands nationaliteit intrekt met als enig doel om hem te beletten het land binnen te komen, aldus ook een gezaghebbend handboek. Het repatriatierecht wordt illusoir als een staat zich schuldig maakt aan 'Zwangsausbürgerungen', die we nog uit de nazitijd kennen.

Nog steeds is onvoldoende aan de orde gesteld dat het uiterst gevaarlijk is om het nationaliteitsrecht te instrumentaliseren in de strijd tegen terrorisme. Nationaliteit is niet zo maar een dingetje. Men moet door vele hoepels springen om tot een echte Nederlander genaturaliseerd te worden, maar de regering holt het belang ervan uit en destabiliseert de betrekking tussen staat en burger door het in te zetten als een van de vele praktische manieren om terrorisme tegen te gaan.

En helpt het? De IND vertelt mij dat tot op heden met al die wetgevende inspanningen sinds 2010 tot op heden nog niemand zijn Nederlanderschap is kwijtgeraakt. Kamerlid Recourt zei onlangs (ter gelegenheid van het Gerbrandydebat, georganiseerd door de Orde van Advocaten) vroom te hopen dat dit ook zo blijft. Waarom dan al die wetgevende krachtpatserij?

Hoe dan ook, het wetsvoorstel dat nu bij de Eerste Kamer ligt kan het beste worden ingetrokken. Zo niet dan dient de Eerste Kamer, bewaker ook van het grondwettelijk verankerde internationale recht, en toetser aan de grondwettelijke principes zoals het gelijkheidsbeginsel, het wangedrocht te verwerpen.

Ulli d'Oliveira is emeritus-hoogleraar migratierecht, Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden