Column

Nee tegen stone coal English

Vrij zicht

De verengelsing van het universitair onderwijs is dom, achteloos en onstuitbaar.

Hoogleraren protesteerden in 2011 in Den Haag tegen bezuinigingen. Wat doen ze nu? Beeld Martijn Beekman

Komende week barst het academisch jaar weer los. De eerste tekenen waren er al; de verplichte Journaal-reportage over studentenkamers, de ranglijst van de beste universiteiten. Utrecht won. Veel minder horen we over het straffe tempo waarin het hoger onderwijs aan het verengelsen is. Met de Brexit neemt Engeland afscheid van het vasteland, maar inmiddels wordt in Nederland driekwart van de masteropleidingen in het Engels gegeven.

Dat neemt rare vormen aan. In Leiden bestaat een vakgroep Dutch Studies. Vakgroepen en studentenraden vergaderen in het Engels, ook als er geen buitenlander te bekennen is. De koepelvereniging VSNU is hardgrondig vóór, met de gebruikelijke opgewonden argumenten. Het aantal buitenlandse studenten zou razendsnel groeien. Onze universiteiten moeten werken aan hun internationale branding. Nederland loopt achter in de war for talent.

Tegenstanders zijn er ook. Zij vertellen over Nederlandse docenten die college geven in halfbakken Engels, dat door studenten half begrepen wordt. De onderwijsopbrengst is dus een kwart. Omdat het Nederlands van de studenten zo achteruitgaat, geven de meeste universiteiten daarin bijspijkercursussen. Dan lijkt het geen goed idee om over te gaan op stone coal English. Per slot is het Nederlands de taal waarin de meeste Nederlanders denken, en wie zijn taal niet goed beheerst, kan niet goed denken.

De bekendste tegenstander is de filosoof Ad Verbrugge, van de actiegroep voor beter onderwijs BON. Hij spreekt van globish, een afgevlakte taal. Actief zijn ook Emilie van Opstall, classica aan de VU, en Piet Gerbrandy, classicus en dichter, UvA. Er kwamen twee manifesten voor het behoud van het Nederlands. Die leidden tot een rimpeling maar niet meer. Ze worden langzamerhand moedeloos, want het gaat natuurlijk gewoon om de centen.

Officieel is het Engels als voertaal niet verplicht, vertelt Emilie van Opstall. Het college van bestuur laat het aan de faculteit over. De faculteit zegt dat het moet van het college van bestuur. Dat wijst weer op de dalende instroom van studenten. Om die reden moeten er meer buitenlanders komen. De universiteit wordt immers per inschrijving afgerekend en verdient pas echt aan een buitenlandse student die de volle mep betaalt. Dus graag alles in het Engels, anders moet er helaas worden gesneden.

De vertegenwoordiger van de VSNU heet Martin Paul en is voorzitter van Maastricht University. Hij verkondigt de blijde Engelse boodschap. English unless policy, heet die. Terwijl in de wet op het hoger onderwijs staat dat de instructietaal Nederlands is, uitzonderingen daargelaten. Martin Paul is Duitser. Zo hebben we een Duitse bestuurder aan een Nederlandse universiteit die meent dat Engels beter is. In een blog vertelt Martin Paul dat hij zich met zijn beperkte Engels prima kan redden, en dat een andere taal spreken toch een goede zaak is; met andere woorden dat tegenstanders van Engels als voertaal eigenlijk gekant zijn tegen Engels leren als zodanig.

Zo plat is dit debat. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer zei VVD-onderwijswoordvoerder Pieter Duisenberg dat Engels voor zich spreekt, omdat Nederland zich 'als handelsland niet kan terugtrekken achter de dijken'. Men heeft dus geen idee dat taal meer is dan een broekzak vol pasmunt, die je naar het uitkomt kunt wisselen. Zo is het ook alleen maar in Nederland denkbaar dat de moedertaal achteloos terzijde wordt geschoven. Niet het Fries natuurlijk, dat vertegenwoordigt een mooie regionale traditie. Maar de nationale taal, die immers al bijna een nationalistische taal is. Stel je voor, mailt een docent, dat zich aan de Sorbonne iemand meldt met het idee dat het Frans moet opkrassen ten gunste van het Engels. Hij zou ter plekke worden gelyncht.

Maatschappelijke achterstanden moet je tegengaan door zo vroeg mogelijk Nederlands te onderwijzen. Daarover is iedereen het eens. Maar op topniveau zijn taalbeheersing, nuance en nauwkeurigheid ineens niet meer nodig. Taal is meer dan een voertuig, je leert erin denken en doen. Een Delftse econoom deed een experiment met zeshonderd Nederlandse studenten. De vraag was samenwerken of concurreren. Bij het Engels als voertaal was er meer competitie dan bij het Nederlands, dat kennelijk minder individualistisch en resultaatgericht is.

Kete Kervezee, voormalig inspecteur-generaal van het onderwijs, zit tegenwoordig een adviesorgaan van de Taalunie voor. Ze pleit hartstochtelijk voor Nederlands in het hoger onderwijs, maar mijn indruk is die van een Asterixgevecht. Het dorpje houdt nog moedig stand, maar het geld, de achteloosheid en de domheid hebben al gewonnen. Kervezee houdt de moed erin en wijst op een 'verkenning' die de deftige Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen op verzoek van minister Bussemaker deze herfst gaat uitvoeren, naar 'taalbeleid in het onderwijs'.

Kervezee herinnert aan de tweeënhalf miljoen laaggeletterden die we volgens de Algemene Rekenkamer in Nederland hebben. Gaan we die van peuter af aan in het Engels onderwijzen, zoals D66 Amsterdam wil, in het kader van de 21st century skills? Dat terwijl men het Nederlands ternauwernood beheerst. Ze wil vooral overtuigen van het belang van de moedertaal. Wie een sollicitatiebrief vol fouten schrijft, krijgt heus die baan niet.

Kervezee zit in haar adviescommissie samen met Vlamingen. In Vlaanderen begrijpen ze dat het niet per se een goed idee is om je culturele hebben en houwen over de reling te smijten. Waar blijven de Nederlandse schrijvers met hun protest?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.