LAAT HET STOPPENJulien Althuisius

Nee, het coronavirus is níét onze oorlog

Niet alle moderne verschijnselen hoeven we goed te keuren. Er zijn zaken waar we ons tegen kunnen, nee móéten verzetten. Deze week keert Julien Althuisius zich tegen het vergelijken van het coronavirus met de Tweede Wereldoorlog. 

Het ene lijden is het andere niet. Onlangs was de prachtige documentaire De Kinderen van Truus op televisie. Daarin werd het verhaal verteld van Truus Wijsmuller, die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n tienduizend kinderen uit de handen van de nazi’s redde. In één scène vertelt een van de geredde kinderen hoe ze op straat van haar ouders afscheid moest nemen en hoe de Duitsers daarbij stonden te lachen. In de Tweede Wereldoorlog werden steden gebombardeerd, huizen verwoest; gezinnen werden op treinen gezet naar werkkampen, waar ze onder mensonterende omstandigheden werden afgebeuld, om vervolgens systematisch  te worden vermoord. Mensen stierven van de honger. De wanhoop was onmetelijk, de angst verlammend en het verdriet generatieoverstijgend.

De afgelopen maanden is het gebruikelijk om de situatie veroorzaakt door het coronavirus te vergelijken met die van WOII. We hebben het over oorlog, over frontsoldaten. Op Radio Gelderland vertelde een dominee uit het dorp Heerde dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog twintig slachtoffers waren gevallen ‘als gevolg van het virus van het nationaalsocialisme’. Het coronavirus eiste in een maand tijd zestig levens. ‘Dat is drie keer zoveel als in 40-45. Het is in ons dorp alsof er een bom is gevallen.’ Overal zijn vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog. In de Tweede Wereldoorlog sloten ze ook de scholen. In de Tweede Wereldoorlog werd er ook gehamsterd. In de Tweede Wereldoorlog werd er ook niet gevoetbald. In de Tweede Wereldoorlog moesten we ook oppassen met wie we contact hadden. In de Tweede Wereldoorlog ook geen grote evenementen (tenminste, geen leuke). In de Tweede Wereldoorlog had je NSB’ers, nu hebben we kliklijnbellers. 

Begrijpelijk, om een vreemde, beangstigende situatie waarbij slachtoffers vallen, de maatschappij tot stilstand komt, mensen angstig zijn en we beperkt worden in onze (sociale) bewegingsvrijheid te vergelijken met een situatie die we wel kennen en waarin dat allemaal ook gebeurde. Begrijpelijk misschien ook, vanuit het perspectief van autoriteiten, om mensen van de ernst van de situatie te doordringen. Begrijpelijk, maar misplaatst. 

Mensen worden ziek, sterven. Verliezen hun baan. Bedrijven gaan failliet. Het is crisis. Maar het is onvergelijkbaar met de gruwelijkheid en de allesverscheurende onmenselijkheid van oorlog. Alleen met een verknipt historisch bewustzijn kun je het verplichte huisarrest van nu (waarbij je de beschikking hebt over Netflix en eten kunt bestellen bij je favoriete restaurant) vergelijken met het onderduiken op de zolder van vreemden zodat je niet wordt vermoord door de Duitsers. Een voordeel is dat je als ik, nog weet van het verschil, begon het gedicht Het Verschil van Judith Herzberg, op 4 mei afgedrukt op de voorpagina van Het Parool, Alleen de stem, de toon waarop de auto met de luidsprekers, die in veel talen aanmaant – dat al die talen hier bestaan, hier mogen excelleren of mogen lanterfanten. Hoe voor de hand het ook ligt om te vergelijken, het ene lijden is het andere niet. 

Net zomin als het ene verklikken het andere is. Sinds de Tweede Wereldoorlog worden mensen die klikken NSB’ers genoemd. En ook nu weer, tijdens de coronacrisis, is het gebruik om mensen die het wagen een kliklijn te bellen over anderen die zich niet aan de maatregelen houden, weg te zetten als collaborateurs. Een vreemde reflex, want daarmee insinueer je dat mensen die zich niet aan anderhalvemeter-afspraken houden en gezellig in een grote groep feesten like it’s 1999 een soort verzetsstrijders zijn die voor onze vrijheid vechten. Maar ze strijden tegen maatregelen, niet tegen het virus. Dit is niet de vulkaan waarop gedanst moet worden. Als je dan per se een vergelijking met de oorlog en de NSB moet maken (wat je dus niet moet doen), is het precies andersom. Om het virus (de vijand! slecht!) te verslaan hebben we met elkaar wat maatregelen afgesproken. Niet degenen die zichzelf en anderen daaraan houden zijn de verraders, maar diegenen die lak aan die maatregelen hebben en daarmee met het virus (de vijand! slecht!) heulen. Degene die het hardst ‘NSB’er!’ roept, is er waarschijnlijk zelf een. Te boud? Kijk, daarom moet je dus geen vergelijkingen met de oorlog maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden