Column Martin Sommer

Nederlandse burgemeesters zijn slachtoffer van de zwarte doos die hen produceert

De Haagse burgemeester Pauline Krikke is weg, na een politieke struikelpartij waar je op kon wachten. Ik was verbaasd dat ze niet meteen na het vreugdevuur in Scheveningen was vertrokken. Haar eerste reactie was toen dat de palletbouwers zich niet aan de afspraak hadden gehouden. Nog verbazingwekkender was het bericht dat er vaten diesel op de pallettoren hadden gestaan en dat de burgemeester dat niet wist. Ze trad pas af na het vernietigende rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en vooral nadat duidelijk was geworden dat de gemeenteraad haar zou laten vallen.

Wat opvalt is dat het aftreden van Krikke vooral als een persoonlijk drama wordt gezien. Dat is niet verwonderlijk, met een bestuurscarrière van twaalf openbare ambachten en dertien ongelukken. Maar het is ook wel zo gemakkelijk. Na haar vertrek haastten plaatselijke politici zich om te roepen dat het nu geen tijd was voor politieke spelletjes. Die depolitisering past net zo bij Nederland als het idee dat zo’n ongekozen burgemeester prima kan functioneren, als je geen persoonlijke fouten maakt.

Pauline Krikke: diesel op de houtstapel... Beeld ANP

In werkelijkheid is de burgemeester een inherent instabiele figuur, Sinterklaas voor de bevolking, heel zichtbaar en invloedrijk maar zonder stevige positie, die steeds met één oog naar de gemeenteraad kijkt voor zijn herbenoeming. De burgemeester heeft geen mandaat van de kiezers, geen programma en de benoeming komt nog altijd tot stand via een black box. Het heet tegenwoordig een sollicitatiecommissie, maar waarom Krikke uitverkoren was, weten we niet en dat maakte haar ook in de ogen van het publiek kwetsbaar.

De Nederlandse afkeer van politiek doet denken aan de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber en zijn boek If Mayors Ruled the World (‘Als burgemeesters zouden regeren’). Dat boek uit 2014 ligt nog altijd bij menig burgemeester op het nachtkastje. Politiek is gehakketak, vindt Barber, zaait verdeeldheid, hoort bij de achterhaalde nationale staat, die ook niet meer van deze tijd is. Nee, dan de burgemeesters van de grote stad. Die doen gewoon wat moet gebeuren, brengen een bloemetje bij een 100-jarige en zorgen voor reparatie van het riool. Wat is er politiek aan riolering, laat Barber de legendarische burgemeester Teddy Kollek van Jeruzalem zich retorisch afvragen. Wel, ik zou denken dat álles aan riolering politiek is. Vraag maar aan de bewoners van Amsterdam, waar het gemeentebestuur sinds jaar en dag bezig is met leuke dingen voor linkse mensen en dus decennia niets deed aan riolen, kades en bruggen. De rekening kwam natuurlijk alsnog.

Nederlandse burgemeesters zijn zo dik met Barber omdat ze een extra argument aan hem ontlenen om niet te hoeven worden gekozen. In tijden van polarisatie heb je iemand boven de partijen nodig, zeggen ze, en dat kan alleen als je niet gekozen bent. Geen warmere voorstanders van ongekozen bestuurders dan ongekozen bestuurders. Dat kan tot bizarre situaties leiden, zoals deze week, toen de ongekozen commissaris van de koning Jaap Smit de gekozen Haagse raadsleden achter gesloten deuren de oren waste omdat de kwaliteit van het debat in de gemeenteraad hem niet beviel. Dat moet beter, jongens!

Jaap Smit: debat moet beter... Beeld Martijn Beekman

Ik denk precies omgekeerd. In tijden van polarisatie kun je maar beter een stevige burgemeester hebben met een stevig kiezersmandaat dan iemand die uit de zwarte sollicitatiedoos komt. Gewoon doen wat moet gebeuren, op zijn Barbers, kan zonder steun van de kiezer tot twee dingen leiden: uit onzekerheid pappen en nathouden zoals Krikke deed, met als gevolg dat Scheveningen bijna in de as lag. Ofwel denken dat gewoon moet gebeuren waarvan ik vind dat het moet gebeuren. Dat leidt tot de ogenschijnlijk pragmatische politiek à la D66. Daar denkt men dat omstreden kwesties als pensioenkortingen, verdere Europese integratie of radicale klimaatmaatregelen domweg worden gedicteerd door de rekenmachine, de situatie of de wetenschap. Dat is ouderwetse regentenpolitiek in een modern jasje.

Van die dubbelzinnige positie heeft die andere benarde burgemeester, Femke Halsema, zichtbaar last. Haar man zei in de krant dat hij verbijsterd was door de vrouwenhaat die ze ontmoet. Ik geloof het direct, maar ook dat leidt af van de politieke vraag. Juist Halsema is het slachtoffer van de zwarte doos die in Nederland burgemeesters produceert. Anders dan Krikke was zij vermoedelijk in staat geweest in Amsterdam op eigen kracht verkiezingen om het burgemeesterschap te winnen.

Femke Halsema: pech met college... Beeld ANP

Maar zo gaat het niet en nu heeft ze de pech te opereren in een college dat zichzelf omschrijft als kneiterlinks. Daaraan heeft zij part noch deel, maar dat begrijpt het publiek niet omdat het zelf een GroenLinkse geschiedenis heeft. Het Parool somde de voornemens op waarmee ze het kneiterlinkse college trachtte in te tomen: aanscherping van het kraakbeleid, verwijdering van de illegale groep We Are Here, beschikbaarstelling van pepperspray voor handhavers en zo nog een en ander.

In de beeldvorming hielp het niet. Halsema had een steviger positie verdiend in het college van draufgängers en scherpslijpers. De gekozen burgemeester moet hoognodig geregeld worden bij de volgende formatie. In alle beschaafde landen kiest men zijn burgemeester, behalve in Kazachstan en Nederland. Het kan ook, aangezien de kroonbenoeming uit de Grondwet is verwijderd. Toch heb ik er een hard hoofd in. De tegenkrachten zijn groot en enorm van zichzelf onder de indruk. En belangrijker: ze hebben allemaal het 06-nummer van Mark Rutte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden