Nederlands theaterarchief van groot historisch belang

Door de steun aan het Theater Instituut Nederland te stoppen zet staatssecretaris Halbe Zijlstra een heleboel Nederlands erfgoed bij het grof vuil.

Als het aan staatssecretaris Halbe Zijlstra ligt, zal Theater Instituut Nederland (TIN) met ingang van 2013 niet meer bestaan. Dat voornemen is onbegrijpelijk, omdat daarmee ook een heleboel Nederlands erfgoed bij het grof vuil wordt gezet. Sinds 1925 is er binnen de muren van TIN een collectie opgebouwd die zijn weerga in Europa niet kent: duizenden affiches, programmaboekjes, aan theater gerelateerde prenten en tekeningen, regieboeken, foto’s, video-opnamen, kostuums en recensies.

Samen met een databank van vele tienduizenden in Nederland gespeelde voorstellingen biedt dat alles een schat aan informatie over ons nationale theaterverleden. En dat theaterverleden vertelt weer heel veel over wie wij – Nederlanders - zijn. De Canon van het Theater in Nederland, die TIN in september zal presenteren als onderdeel van een digitale theaterencyclopedie, maakt dat duidelijk.

De theatercanon gaat natuurlijk in eerste instantie over ons theaterverleden. Het aardige is echter dat hij ook probleemloos gekoppeld kan worden aan zijn grote broer, de in 2007 gepresenteerde Canon van Nederland. Die was en is gericht op het vergroten van ons nationale bewustzijn en van de kennis van onze geschiedenis. Zeker nu het Nationaal Historisch Museum zelf al weer tot het verleden lijkt te behoren, is het de moeite waard om andere middelen in te zetten.

Een aantal voorbeelden maakt onmiddellijk duidelijk hoe vruchtbaar, verhelderend en hoe leuk het ook kan zijn om de Nederlandse geschiedenis via het theater te benaderen.

Srebrenica
Als eerste noem ik de hoofdlijn ‘Nederland in Europa’, die deze dagen opnieuw actueel is omdat daarin ook Srebrenica een prominente plaats inneemt. Als je tieners van nu duidelijk wilt maken hoe de val van Srebrenica in 1995 verliep, en wat de vreselijke gevolgen waren, kun je ze natuurlijk de betreffende canontekst laten lezen. Maar om het verhaal van die oorlog ook invoelbaar te maken, en echt tot het snel afgeleide puberbrein door te laten dringen, kun je ze veel beter confronteren met het schitterende toneelstuk van Ad de Bont: Mirad, een jongen uit Bosnië.

In dat stuk vertellen de oom en tante van de veertienjarige Mirad over de brieven die ze van hem krijgen. Mirad schrijft hoe het gewone, alledaagse leven in Bosnië verandert in een hel. Door de gekozen afstandelijke vorm – een acteur en een actrice die van achter een lessenaar brieven voorlezen - werd het allemaal net niet te indringend. Het stuk bleek een schot in de roos: binnen twee jaar circuleerden er veertien vertalingen en was het van IJsland tot Israël gespeeld: zeventig theatergroepen verzorgden in totaal meer dan vijfduizend voorstellingen voor scholieren en hun ouders.

Oudejaarsconference
Een andere hoofdlijn in de Canon van Nederland is ‘De bloei van de ‘Gouden Eeuw’, toen Nederland in Amsterdam zijn eerste schouwburg kreeg. Het gebouw aan de Keizersgracht (de toegangspoort staat er nog steeds) werd ontworpen door Jacob van Campen, dezelfde die in 1648 voor het Paleis op de Dam zou tekenen. Speciaal voor de opening schreef Joost van den Vondel zijn Gijsbrecht van Aemstel. Alleen al aan de hand van die schouwburg en dat stuk kun je urenlang vertellen over de Gouden Eeuw, over de godsdienstige disputen die er destijds gevoerd werden, over de stichtingsmythe van Amsterdam die Vondel met zoveel succes introduceerde, over de buitenlandse gasten die vol trots door het stadsbestuur werden meegetroond.

Wat de Gijsbrecht ook zo interessant en veelbetekenend maakt is dat hij 330 jaar repertoire heeft gehouden. Letterlijk eeuw in eeuw uit is hij rond oud en nieuw in Amsterdam opgevoerd. De wisselende manieren waarop dat steeds gebeurde, verraden heel veel over de manier waarop latere generaties op die Gouden Eeuw terugkeken. Daar komt dan nog eens bij dat de Gijsbrecht vanaf 1707 steevast gevolgd werd door De bruiloft van Kloris en Roosje. In dat niemendalletje – want meer is het niet - was standaard ook een traditionele terugblik op het afgelopen jaar opgenomen: op rijm en vol grappen en grollen. Men noemde het de nieuwjaarswens maar in feite gaat het om – inderdaad - de voorloper van die oer-Hollandse oudejaarsconference die in 1954 door Wim Kan werd geïntroduceerd. Dat al die nieuwjaarswensen – een groot aantal bevindt zich in de collectie van TIN – en al die oudejaarsconferences een heel eigenzinnige kijk op de Nederlandse geschiedenis opleveren, laat zich raden.

Sporen van de oorlog

Dan de hoofdlijn ‘Nederland in een tijd van wereldoorlogen’. ‘Het verleden dat weigert geschiedenis te worden’ tekenen Van Oostrom en zijn medesamenstellers daarbij aan. Om te ervaren hoe waar dat zinnetje is, zou je in de theatercanon naar 1982 kunnen gaan, het jaar waarin bij Toneelgroep Baal een stuk van Judith Herzberg in première ging. Het stuk heette Leedvermaak en het speelde zich af in het Amsterdam van de jaren zeventig. Op een bruiloftsfeest waar gasten een heleboel korte gesprekjes met elkaar voerden, werd bijna achteloos duidelijk gemaakt hoe diep de sporen waren die de oorlog getrokken had in de levens van de joodse en niet-joodse Nederlanders van de eerste en tweede generatie.

Annie
Ik zal niet uitweiden over wat Herman Heijermans (‘Lage landen bij de zee’) en dansgroep ISH (‘Nederland krijgt kleur’) ons over onze nationale geschiedenis duidelijk kunnen maken. Ik kies mijn laatste voorbeeld bij de hoofdlijn ‘De verzorgingsstaat, democratisering en ontkerkelijking’. Maar dat is dan ook een inkoppertje. Het gaat natuurlijk om Annie M.G. Schmidt, samen met Harry Bannink de grondlegster van de succesvolste loot aan de eigentijdse Nederlandse theaterstam: de musical. Annie M.G. kreeg ook in de grote canon van Nederland een eigen venster, omdat zij ‘met haar tegendraadse teksten een van de meest invloedrijke en tegelijk zachtaardigste critici was van het brave, burgerlijke en verzuilde Nederland.’

In de theatercanon pronkt ze met haar musical Heerlijk duurt het langst uit 1965. Daarin worden flink wat taboes van toen doorbroken: een overspelige man, een vrouw die van hem wil scheiden en een verhouding met een ander begint, een dochter die verliefd wordt op een Turkse gastarbeider en van hem zwanger lijkt te zijn. Lees het script – aanwezig in de mediatheek van TIN - er maar op na. De originele bladmuziek (‘Op een mooie pinksterdag’) hebben we ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden