LezersbrievenWoensdag 11 maart

Nederlands feminisme is nog altijd onvolledig

De ingezonden lezersbrieven van woensdag 11 maart.

Vrouwen demonstreren op 8 maart tijdens Internationale Vrouwendag in Amsterdam.Beeld Hollandse Hoogte / Rob Brouwer

Brief van de dag

Zondag was er in het kader van Internationale Vrouwendag een women’s march in Amsterdam. Het viel mij op dat de mars kampte met een gebrek aan inclusie. De meest gefotografeerde vrouwen waren welvarende, niet lichamelijk beperkte, witte, cisgender, heteronormatieve vrouwen. Vrouwen die zich feminist noemen en elkaar graag op de schouders kloppen voor het gezamenlijk lopen van een aantal kilometers met ‘slimgrappige’ bordjes. Tegelijkertijd toonden sommige media juist foto’s van voornamelijk zwarte vrouwen en vrouwen van Noord-Afrikaanse, Arabische en Turkse afkomst om inclusiviteit uit te stralen.

De Nederlandse, en zeker de Amsterdamse samenleving, is diverser dan dat. Waar zijn de Indonesische, de Indiaase, de Japanse vrouwen of Chinese vrouwen? Waar zijn gehandicapte vrouwen? Transvrouwen? Non-binaire vrouwen? Het feminisme zoals zich dat in Nederland vaak toont, tijdens protesten, film- en kunstprogrammering, tijdens lezingen en panels, is veelal binair. Wit-zwart, heteroseksueel-homoseksueel, man-vrouw.

De vrouwelijke identiteit is meer fluïde en diverser. Representation matters, vandaar roep ik alle vrouwen met een privilege, politiek of academisch of anderszins, alle media, diversiteitscommissies en culturele programmeurs op meer te doen. Om zich in te zetten voor alle vrouwen, niet alleen degenen waarmee je je comfortabel voelt of die leuk op een diversiteitsfoto staan. Men kan meer leren van andere perspectieven, dan niet.

Als non­-binaire, niet witte, inheemse en niet heteroseksuele vrouw wil ik bij deze laten weten dat wij er ook zijn. En als het feminisme die verschillende groepen niet vertegenwoordigt, is het feminisme in Nederland onvolledig.

Manon Portos Minetti, New York

Werk aan de rechter

Marcel Buurman beweert dat de rechter in het Urgenda-arrest op de stoel van de wetgever is gaan zitten. Hij baseert deze conclusie op de ontstaansgeschiedenis en de intenties van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit lijkt me een erg strikte, bijna enge interpretatie van het verdrag.

In de loop van de tijd hebben ook (nationale) wetten en/of wetsartikelen in een aantal gevallen een andere, vaak ruimere betekenis, gekregen dan de wetgever voor ogen stond. Bijna altijd was het dan de rechter, die op grond van de maatschappelijke ontwikkelingen en opvattingen, de ruimte kon of zelfs moest nemen om recht te doen aan de zaak waarover een beslissing moest worden genomen. Soms werd de wetgeving nadien aangepast om deze ontwikkeling ook rechtsstatelijk te sanctioneren.

Het lijkt me een goede zaak dat de rechter ook in de Urgenda-zaak deze lijn volgt, ook nu het om het EVRM gaat. De gevolgen van de klimaatverandering komen immers steeds indringender op ons af en als de overheid zich niet houdt aan de maatregelen waartoe ze zichzelf verplicht heeft, is het goed dat de rechter corrigerend kan optreden.

Als we zouden wachten op een juridische aanpassing van het EVRM door alle lidstaten, vrees ik dat we helemaal zijn overgeleverd aan de onmacht en willekeur van politici. Klimaatverandering zal dan nauwelijks nog een issue zijn.

Harry van Sterkenburg, Vught

Handen schudden

De oproep van Mark Rutte om in de huidige crisissituatie elkaar geen hand meer te geven – en het vervolgens zelf toch te doen – doet mij denken aan de oproep van zijn voorganger Joop den Uyl ten tijde van de oliecrisis in de jaren zeventig. In de Tweede Kamer riep Den Uyl de bevolking op overal de gordijnen te sluiten om brandstof te besparen. De camera van –­ toen nog – de NTS pende in de – toen nog – oude vergaderzaal van de Kamer van Den Uyl naar de vensters. En ja hoor: alle gordijnen stonden wagenwijd open. De troostrijke gedachte is dat het vijftig jaar geleden ook allemaal weer goed gekomen is.

Roel Praat, Den Haag

Handen of honden

Een verademing; eindelijk zijn we gestopt met dat plichtmatige handen geven. De aandacht die de maatregel krijgt, geeft aan hoe belangrijk deze gewoonte lijkt. Voor mij, als introvert persoon, is het geven van handen ontzettend vervelend. Het overdondert me wanneer iemand mij met een handdruk wil begroeten. Het confronteert me met mijn onhandigheid.

Hierin zal ik vast niet de enige zijn, maar er lijkt een groot taboe op te rusten om het ongemak te erkennen. En dat terwijl het geven van een hand volstrekt overbodig is. Zeg gewoon gedag, of zwaai even. Misschien is de handdruk vergelijkbaar met het aan elkaar snuffelen dat honden doen. Iets dat ons in staat stelt om direct de persoonlijkheid van de ander te ontdekken. Een vooroordeel vellen dus. Moesten we daar niet juist vanaf?

Laten we het verstand eens voorrang geven boven het gevoel. Deze maatregel om verspreiding van het coronavirus te voorkomen is voor mij in ieder geval de aanzet om het geven van handen voorgoed flink te beperken. Minderheden hebben de afgelopen jaren veel voor elkaar gekregen, zoals het afschaffen van de term ‘gouden eeuw’ en de invoering van genderneutrale toiletten die dan ook nadrukkelijk ‘genderneutraal toilet’ genoemd worden.

Nu is het mijn beurt om voor de afschaffing van de handdruk te gaan.

Jeste Steur, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden