ColumnMarcia Luyten

Nederlands een keuzevak? Dan lieten middelbare scholieren het hartstochtelijk vallen

 Vroeger was donderdag echt mijn dag. Dan reed een lichtbruine bus het dorp in. Op zijn flank stond in oranje letters: BIBLIOBUS. ’s Avonds lag ik met een lamp onder mijn deken om tot middernacht door te kunnen met al het nieuwe spul. Toen ik naar de middelbare moest, wist ik zeker dat Nederlands mijn lievelingsvak ging worden.

Voor we daar gingen lezen en schrijven, moesten we eerst goed ­leren lezen en schrijven. Technisch lezen, grammatica, taai en lusteloos; het was dat je wist waar je het voor deed. Toen meneer N. na twee jaar ontleden de opdracht gaf een opstel te schrijven, klaarde ik op. We waren zo ver. Ik leefde me uit en leverde in, met ingehouden adem. Een week ­later kwam het terug. Een rode 5. ­Meneer N. zei: ‘Dit heb jij niet zelf geschreven.’

Verbijstering. Woest was ik. Tegen meneer N. zei ik niet veel, de tranen zaten te hoog. Tegen mezelf zei ik: wacht maar N., ik zal je krijgen. Ik zal Nooit. Meer. Iets. Schrijven.

Dik dertig jaar later, corona brengt me terug in de school­banken. Alleen ben ik dit keer meneer N. We slaan een dag stuk op een grammaticaproefwerk (vwo2). Dochter was de moed verloren. Het lesboek vond ze onbegrijpelijk, geestdodend, zinloos. Ontleden is belangrijk, probeerde ik, noodzakelijk kwaad om werkwoorden te ­vervoegen. Voor straks, Duitse naamvallen. Ze schoof Nieuw Nederlands onder mijn ogen: onaantrekkelijk, alla. Inderdaad onduidelijk ook – over taal gesproken. Ergst van al, ook ik had het: waarom moet een scholier de taal ontleden als een Zwitsers uurwerk? Zegt u het maar: de ondergeschikte bijwoordelijke bepaling…?

Ook mijn zoon vond Nederlands een crime, tot hij ‘de meest toffe ­leraar’ trof. De man was jong en schrijver. Wat hij wilde overbrengen was liefde voor de taal. Hij pleegde gedoseerd verzet tegen de grammaticahel waar hij zijn leerlingen – gymnasiasten, redelijk gemotiveerde scholieren – doorheen moest jagen. In september was hij weg. Ik verbeeld me dat hij het niet meer kon opbrengen, de overdaad aan theorie en techniek als massavernietigingswapen tegen de literatuur.

Terwijl op dezelfde school Engels wordt gegeven met passie voor die taal. Zoon zag Hamlet. Voor een toets bestudeerde hij Shakespeares karakters, om een tableau te krijgen van hoofdpersonen uit nieuws, films en literatuur; hedendaagse helden, schurken en charlatans. Of hij in een betoog elk karakter uit Hamlet wilde vergelijken met iemand uit het nieuws. Een mooie toets, het kan.

Net zo begeesterd geeft Matijs Lips zijn lessen Nederlands – want er zijn meer jonge leraren die zich verzetten tegen De Methode. Lips gooide taakjes, testen en toetsen voor 60 procent overboord. Verdiepte zich in kunstzinnige spelvormen om zijn leerlingen te laten lezen, dichten, denken, schrijven. Dat alles opdat ze ‘zichzelf kunnen laten zien’, want ‘dat is wat pubers willen’.

Gaandeweg begrijpen ze doel en hoofdgedachte van een tekst, snappen ze ironie, en wordt hun lezen en schrijven alsmaar beter. Lips werd in 2018 door De Taalstaat uitgeroepen tot Leraar Nederlands van het Jaar. Nu is Lips net vader en weet hij niet of hij nog zoveel eigen tijd kan besteden aan het maken van lesstof.

Als Nederlands een keuzevak zou zijn, lieten middelbare scholieren het hartstochtelijk vallen. Nog geen 200 studenten gingen dit jaar ­Nederlands studeren, waarmee het vak bij gebrek aan docenten zichzelf zal opheffen. Het is wachten op de eerste nationalistisch angehauchte politicus die het vak voor zijn karretje spant. De studie van onze taal reduceren tot zielloze techniek is prima te verpakken als bewijs voor ‘weg met ons’. En waar blijft de schoolstrijd onder neerlandici die liefde voor de taal heroveren op technocraten?

Thuis spelen we het waanzinnige spel 30Seconds, waarin je een halve minuut krijgt om vijf namen of begrippen te omschrijven zonder die woorden zelf te noemen. Dochter (13) heeft een woord uit een andere eeuw: Gouden Gids. Zij: ‘Iemand die je de weg wijst’ – Gids! Vervolgt: ‘Met ervóór een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord dat niet zilver is.’ We ­keken haar verbijsterd aan. De seconden glipten weg. Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord. De verwarring werd in goed Nederlands verwoord: WTF?!

Marcia Luyten is journalist en ­schrijver

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden