VERSLAGGEVERSCOLUMNToine Heijmans in Amsterdam

Nederlanders zien hem als modelmigrant – maar wat betekent dat en wil hij dat wel zijn, en hoe blijft hij dan Adnan?

Adnan staat bovenaan de trap en aarzelt: Nederlands of niet? Hij kiest voor Nederlands, het is vijf jaar later, het is tijd.

‘Goed je te zien’, roept hij naar beneden, ‘hoe gaat het?’

Adnan is Adnan, dat eerst, en dit is zijn huis. Deze straat, deze stad, dit land – ze hielden hun zomergezinsvakantie in Beieren en tijdens de terugrit verheugde hij zich op het passeren van de Nederlandse grens, ‘we zijn alweer bijna in Aleppo’, versprak hij zich tegen zijn zoons, ‘ik bedoelde: Amsterdam’.

Adnan Moudarres, 2020.Beeld Toine Heijmans

We spraken Engels – in het vreemdelingenkamp voor asielzoekers waar hij belandde (2015), op een terras waar hij vertelde over zijn verbrijzelde stad (2016), tijdens de lunchpauze bij het bedrijf dat hem in vaste dienst nam (2018). En nu spreken we Nederlands, thuis, waar hij net als iedereen online werkt – even geen urenlange autoritten, meer tijd voor zijn zoons die zo snel veranderen, voor wie Syrië een verleden is dat verbleekt in de toekomst.

Adnan Moudarres is de apotheker uit Aleppo die zijn land pas ontvluchtte toen een bom zijn auto uiteen reet, ‘je raakt gewend aan oorlog’, en nu is hij Quality Assurance Officer bij farmaceutische multinational Synthon in Nijmegen. 

‘Je Nederlands is geweldig’, zeg ik, een compliment dat hij vaker hoort maar dat voor hem een dubbele betekenis kreeg. Nederlanders zien hem graag als modelmigrant – maar wat betekent dat voor hem? Wil hij dat zijn, een Nederlander, en wat is dat dan precies, en hoe blijft hij dan Adnan?

2020: de vraag van het moment.

‘De vorige keer schreef je dat ik zo snel inburgerde. Dat ik elke dag in de file stond zoals alle Nederlanders. Daar denk ik veel over na – waarom moet ik eigenlijk Nederlander zijn? Kan ik ook Syriër blijven? Is het wel goed om aan al die Nederlandse verwachtingen te voldoen? En waarom moet dat? Misschien hoeft het niet in die vorm. Het liefst blijf ik mezelf. Ik denk: als iedereen bijdraagt op zijn eigen manier, dat maakt de samenleving toch rijker?’

Vreemdelingenkamp Heumensoord, 2015.Beeld Toine Heijmans

Hij is 37 – misschien is het de leeftijd, zegt hij, ‘dat je meer gaat nadenken’. Misschien is het de relatieve rust na vijf jaar continu veranderen. Eerst de vlucht, daarna de tijdelijke verblijfsvergunning, daarna de veilige overtocht van zijn gezin, de inburgeringsdiploma’s, een huis, de school, de taal, een baan. De vijfduizend euro aan toeslagen die hij vorig jaar in termijnen terugbetaalde: niemand had hem gewaarschuwd dat het zo werkt, in Nederland, ‘ik kende dat systeem niet’.

Hij nam al die horden door hard te werken – de huisarts stelde hem laatst medicatie voor tegen hoge bloeddruk, maar hij weet wat medicijnen doen, dat is zijn vak, ‘die hoge bloeddruk is een symptoom, geen ziekte’.

Adnan moet kalmer leven, en dat kan nu ook. Terugkeren is onmogelijk, Syrië is kapot en gevaarlijk. De aanvraag voor een status voor onbepaalde tijd heeft hij online gedaan, als dat lukt volgt naturalisatie, dan kan hij weer reizen en hopelijk zijn vader bezoeken die in Turkije is beland, en zijn zus in Dubai – ze spreken elkaar al vijf jaar alleen maar digitaal.

‘Ik denk veel na en begrijp mezelf wat beter. Vroeger draaide alles om het doen, ik moest altijd iets doen, nu kan ik na mijn werk hier gewoon in de kamer zitten en nadenken over dingen.’

De jongens komen binnen. De oudste zit al in groep acht, die mag naar het vwo, de jongste in groep zes.  Vrolijke, onbezorgde krullen. Ze leerden de taal in zes maanden en de regel is dat ze thuis Arabisch spreken zodat ze het niet verleren, maar onderling spreken ze Nederlands. Nog even en ze wonen langer hier dan daar. Hun fietsen voor de deur, Amsterdamse jongens.  ‘Als ik ze met hun vriendjes zie… het gaat zo snel. Ik voel het veranderen. ’

Adnans vrouw werkt nog steeds als vrijwilliger bij de GGD en begint binnenkort aan de Vrije Universiteit waar ze nieuwkomers helpt met het oplossen van dagelijkse problemen en het omgaan met stress. Uitleggen wat dit land van ze verwacht.

Nederlanders willen graag dat nieuwkomers worden zoals zij. Meedoen, noemen politici dat.

Aleppo na ruim acht jaar oorlog.Beeld AP

In het begin, in het tentenkamp, stelde Adnan zichzelf aan Nederlanders voor als Andy. ‘Ik was een beetje bang dat de mensen me zouden beoordelen op mijn naam.’ Dat was een fout, zegt hij nu. ‘Want wat is het probleem? Ik ben een buitenlander, of hoe noem je dat, een vreemdeling – ik ben wie ik ben. Ik heb hard gewerkt, ben dankbaar, ik ben vanbinnen trots. Ik hoef niet meer aan verwachtingen te voldoen, ik ken de Nederlandse waarden en respecteer ze – verder niet. Je kunt niet alle mensen tevreden houden. Als je jezelf afhankelijk maakt van wat anderen vinden, raak je de sleutel kwijt tot je geluk.’

Zo wordt Adnan weer Adnan en als ik vertrek zegt hij: ‘Groetjes thuis!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden