Opinie EU

Nederland weert zich juist goed in de EU

Volgens EU-deskundige Adriaan Schout moet Nederland vaker ‘nee’ zeggen in EuropaPhD-student Diederik Stadig is van mening dat een diplomatieke houding in een tijd van verhardende retoriek juist voordelig is.

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (L) in gesprek met Eurogroep-voorzitter Mario Centeno. Diederik Stadig: ‘Nederland is uitstekend in staat coalities te vormen met landen die dezelfde positie hebben, zie bijvoorbeeld de eurogroep-onderhandelingen.’ Beeld EPA

In Opinie & Debat van 3 september betoogt Adriaan Schout dat Nederland ‘nee’ moet leren zeggen in Europa, maar dat niet doet omdat ‘Nederland af wil van het Mister Njet-imago’. Hij stelt ook dat de Nederlandse ‘diplomatieke excellentie onvoldoende is tegen ongewenste sluipende integratie’. Maar het door Schout geleverde bewijs voor de stellingen die hij poneert is anekdotisch, en factoren die zijn stellingen tegenspreken laat hij links liggen. Een diplomatieke houding kan in een tijd van verhardende retoriek juist voordelig werken voor Nederland.

Volgens Schout wil Nederland af van het Mister Njet-imago dat het opgespeld heeft gekregen na het referendum over de Europese Grondwet in 2005 en dat Nederland daarom ‘overal aan mee wil doen’ en ‘het verlies van politiek kapitaal vreest door tegen te stribbelen zoals het VK en Dene­marken’. Dat klopt niet. Nederland voert namelijk een coalitie van acht landen aan die er de nadruk op legt dat landen eerst hun eigen huis op orde moeten krijgen, voordat verdere integratie van de euro doorgang vindt. Dat Nederland dus meegaat met Europese spaargeldgaranties is onjuist en Schouts betoog over de noodzaak van ‘oranje onderwerpen’ is dus ook overtrokken.

Diplomatie is niet klakkeloos

Schout beweert ook dat de diplomatieke houding van Nederland niet genoeg weerstand biedt tegen ‘ongewenste, sluipende integratie’. Maar dat andere landen ‘met modder gooien’ is niet per definitie slecht voor de Nederlandse onderhandelingspositie. Juist het Nederlandse poldermodel kan in zo’n ­klimaat floreren. Ook is Nederland, in tegenstelling tot wat Schout beweert, uitstekend in staat onder hoge druk voet bij stuk te houden en coalities te vormen met landen die dezelfde positie hebben. Zie bijvoorbeeld de eurogroep-onderhandelingen en de staatssteun- en belastingdossiers. Nederland lijkt dus een diplomatieke houding zeer goed aan stevige standpunten te kunnen koppelen.

Dat Europese landen niet klakkeloos hun soevereiniteit moeten afstaan is evident. Maar dat bij intensieve multilaterale samenwerking niet alles altijd precies kan gaan ­zoals Nederland wil, is ook logisch. Want een sterkere euro, een Europese oplossing voor migratie en Europese regels om belastingontwijking en -ontduiking tegen te gaan, zijn op korte én lange termijn allemaal dingen die Nederland sterker maken. Zelfs als, en misschien juist doordat, daar Europese compromissen voor nodig zijn. Dus in plaats van Europese ­samenwerking als een onderhandeling te beschouwen waarbij er altijd winnaars en verliezers zijn, kan men er ook voor kiezen om in een tijd van Euroscepsis de voordelen van intensievere samenwerking voor álle partijen te benadrukken. Gezien de voordelen van intensievere samenwerking voor Nederland én Europa is het laatste niet meer dan terecht.

Diederik Stadig is PhD-student aan de VU in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.