Nederland staart op Biennale in z¿n navel

Met een pretentieuze tentoonstelling heeft Nederland zichzelf op de Biennale van Venetië gemarginaliseerd. Laten we iets anders doen met ons mooie paviljoen.

Wanneer een tentoonstellingsmaker, in het jargon wel ‘curator’ geheten, bij het presenteren van beeldende kunst zo vrij is zich de rol van kunstenaar aan te meten, dan kun je er donder op zeggen dat er op het podium te weinig ruimte overblijft voor de kunstenaars om hun werk naar behoren te tonen. In plaats dat de ‘curator’ zich dienstbaar opstelt, worden kunstwerken door hem misbruikt om zijn tentoonstellingsidee als kunstwerk te realiseren, waarmee hij kan gloriëren.

Wanneer Nederland nu op de 54ste Biennale van Venetië een fictieve opera presenteert met als pretentieuze titel ‘Opera Aperta/Loose Work’, zeer vrij naar de klassieker over semiotiek van Umberto Eco, dan moet dat muzikale meesterwerk wel geschapen zijn door een al of niet fictieve componist. Inderdaad. De auteur van deze als totaaltheater geënsceneerde voorstelling is niemand minder dan Guus Beumer, die door de Mondriaan Stichting als curator werd uitverkoren om de Nederlandse inzending dit jaar samen te stellen.

Gemurmel
Bij het betreden van het schitterende Nederlandse paviljoen van Rietveld gaan de alarmbellen al meteen rinkelen bij het lezen van de ouverture van deze ‘opera’, terwijl in de buurt het gemurmel van een monoloog te beluisteren valt. Het thema dat aangekondigd wordt, is het probleem hoe nationale representatie, nationale identiteit, gemeenschap en de Nederlandse culturele infrastructuur met elkaar verbonden kunnen worden. Onder regie van de curator/componist werd al polderend door een collectief van tien kunstenaars en vormgevers, een multidisciplinair project ontwikkeld.

Het fraaie modernistische toneel dat opgebouwd is uit een spiegelend platform met daarachter een loopbrug maakt op zich wel indruk. Maar de zin van onder andere twee afwezige kunstwerken van nationale betekenis – de Nachtwacht en het beschadigde schilderij van Barnett Newman – die opgeroepen worden door een vlek op de muur en door een fotowerk, zal de Arabische of Aziatische bezoek(st)ers zeker ontgaan. Heel komisch wordt deze ‘opera’ wanneer een wever, een architect, een classicus, twee filosofen, een kunsthistoricus en een illustrator in discussie gaan over een gat in het sociale weefsel en hoe dat te herstellen valt. Ergens speelt een pianola een bewerking van De Staatsman van Plato!

De verwachting dat deze warwinkel van leidmotieven tot een sterk visueel en auditief statement zal leiden, wordt dan ook volstrekt niet ingelost. De kunst is gedegradeerd tot onbetekenende rekwisieten in het vrijwel lege coulissetheater van de curator. Nergens maar dan ook nergens valt de rode draad van een verhaal te ontdekken. Of moet die gezocht worden in de boekenkast of in de zes fictieve recensies aan het eind van de tentoonstelling?

Potpourri
Deze multidisciplinaire potpourri maakt dat al gauw de drang ontstaat om naar het internationale paviljoen te rennen om een kwartier in alle rust te gaan staan voor het Laatste avondmaal van Tintoretto, een schilderij dat een uiterst complex thema glashelder verbeeldt.

Dat de internationale belangstelling voor het Nederlands paviljoen matig is viel op te maken uit diverse buitenlandse kranten en tijdschriften, die tot nu toe deze inzending niet als bezienswaardig vermeldden. Het was dan ook naïef te veronderstellen dat de presentatie van zo’n warrig thema in de onbarmhartige internationale schijnwerpers op een warm onthaal mag rekenen.

Nederland mist dit jaar volledig de aansluiting bij wat er internationaal speelt met deze onsamenhangende preek voor eigen parochie. Dat de onafhankelijkheid van de curator niet alleen werd ingebed door de Mondriaan Stichting blijkt ook uit de folder waarin ondersteunende instellingen en sponsors niet alleen bedankt worden voor hun financiële ondersteuning maar ook voor hun inhoudelijke bijdrage. Iedereen kon zo naar goed democratisch gebruik zijn invloed doen gelden. Terwijl het doel toch moet toch zijn om de Nederlandse bijdrage compromisloos en met verve te presenteren.

Wanneer de Nederlandse inzending naar de Biennale als ‘statelijke presentatie’ (persbericht) representatief is voor de culturele, sociale en politieke situatie waarin ons land momenteel verkeert, dan is er weinig reden tot vrolijkheid. Nu de cultuur door intolerante populistische krachten veel harder wordt aangepakt bij de bezuinigingen dan andere overheidssectoren, is er een discussie over het bestaansrecht van kunst en haar recht op overheidssteun ontstaan. Die zou juist gebaat zou zijn geweest bij een sterk internationaal optreden.

Kompas
Dat reële politieke en sociale inhouden wel adequaat en helder gepresenteerd kunnen worden, blijkt uit de kritische paviljoens van Duitsland, Polen, Zwitserland en de Verenigde Staten. Maar daar werd volledig op het kompas van de deelnemende kunstenaars gevaren. Achtereenvolgens werd op anarchistische wijze de maatschappij en het eigen ik binnenstebuiten gekeerd; het zionisme op zijn kop gezet door een fictieve terugkeer naar Polen; de consumptiemaatschappij op de hak genomen; en een op fysieke cultuur, militarisme en luxe gebaseerde wereldmacht te kijk gezet.

Ook het Roma paviljoen mocht er zijn vanwege een helder artistiek en politiek uitgangspunt. Een ontwerp van Constant uit de jaren vijftig voor een zigeuner-enclave werd heel fraai door Aernout Mik gerealiseerd als een Russisch constructivistisch paviljoen uit de jaren twintig voor Roma en hun beeldende uitingen, alsmede voor lezingen van onder anderen Salman Rushdie. Dit was geen decor voor een spruitjesdrama met een opgeheven vinger, maar hier kon de lucht van openheid en tolerantie worden opgesnoven. Perfect aansluitend bij het algemene thema van de Biennale: Illuminations.

De afgelopen jaren werd de Nederlandse kunst altijd waardig gepresenteerd met achtereenvolgens solopresentaties van Aernout Mik, De Rijke/De Rooij, Fiona Tan. Het gemis aan kunst en kwaliteit werd enigszins gecompenseerd door onder meer de presentatie van een historisch werk van Ger van Elk op de tentoonstelling The World is Yours in Palazzo Grassi: een tafel met stoelen en een hangend muurtje erboven als scheidingswand uit het voormalig restaurant van het Stedelijk Museum.

Royaal
Wanneer bij de volgende Biennale de kunst weer op de tweede plaats dreigt te komen, is het misschien beter helemaal geen inzending te maken, maar om met een royaal gebaar het paviljoen beschikbaar te stellen voor een internationale niet-westerse tentoonstelling of aan een opkomend land. Dat zou Zuid-Afrika kunnen zijn, een land in stormachtige ontwikkeling dat niet over een eigen paviljoen in het centrale tentoonstellingspark beschikt. Uiteraard met financiële ondersteuning. Doen we in dit postkoloniale tijdperk iets terug. Zou toch mooi zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden