Opinie

Nederland schond de internationale rechtsorde door Turkse politici te weigeren

Turkije-crisis

Er waren geen geldige redenen om de Turkse ministers de toegang tot Nederland te ontzeggen.

Aanhangers van Erdogan protesteren bij het Nederlandse consulaat in Istanbul. Beeld epa

In relatie tot Turkije ging er vorige week niet alleen diplomatiek, maar ook juridisch het nodige mis. Zo waren het intrekken van de landingsrechten van minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu en het tot ongewenst vreemdeling verklaren van minister van Gezinszaken Kaya strijdig met het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961.

Volgens dat verdrag mogen ministers van andere staten zich vrij bewegen op Nederlands grondgebied. Weliswaar biedt het verdrag de mogelijkheid om een buitenlandse minister de toegang te ontzeggen, maar dan moet het wel gaan over een uitzonderlijke situatie, zoals spionage of het schenden van staatsgeheimen.

Volgens de Vreemdelingenwet mogen personen tot ongewenst vreemdeling worden verklaard als zij een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of hun aanwezigheid niet in het belang is van de internationale betrekkingen van Nederland. Maar niet om hen het spreken onmogelijk te maken, zoals in het geval van minister Kaya.

Blijkbaar zijn er bovendien twee leden van het gevolg van minister Kaya aangehouden hoewel zij over diplomatieke paspoorten beschikken. Dat zou opnieuw een schending opleveren van het internationale recht.

In 2013 moest toenmalig minister Frans Timmermans ook al door het stof. De Nederlandse justitie had toen het huis van de Russische diplomaat Dmitri Borodin betreden omdat hij stomdronken zou zijn en zijn kinderen mishandelde. Maar zijn diplomatieke status stond dat binnentreden niet toe. Er zat voor Timmermans niets anders op dan met lange tanden excuses te maken aan Rusland.

De Nederlandse regering was gekant tegen een oproep aan Nederlanders die ook de Turkse nationaliteit hebben om ja te stemmen in het referendum. De afkeer van zo'n oproep is geen geldige reden om de Turkse ministers de toegang te ontzeggen. En zij is ook nog eens in strijd met de vrijheid van meningsuiting en de vergadervrijheid.

De inhoud van de uitlatingen vormt volgens de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) namelijk niet zonder meer een grond om iemand het spreken te beletten. Sterker nog, het EVRM kent nu juist de hoogste mate van bescherming toe aan politici, waarbij hun nationaliteit niet ter zake doet.

Volgens minister-president Rutte moest de ministers de toegang worden geweigerd omdat de Nederlandse publieke ruimte niet de plek is voor politieke campagnes van andere landen. Maar in 2013 werd het toenmalig minister-president David Cameron wel toegestaan om zijn Brexit-referendum te lanceren in Den Haag. Bovendien geven Nederlandse politici zelf ook regelmatig voordrachten aan Nederlanders in het buitenland, zoals minister Ploumen bij de PvdA in New York.

En als een ander land een Nederlandse politicus het spreken onmogelijk maakt, komt de Nederlandse overheid in actie. Zo maakte toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen in 2009 bezwaar bij zijn Britse ambtgenoot toen aan Geert Wilders de toegang tot het Verenigd Koninkrijk werd ontzegd. Die wilde daar zijn film Fitna vertonen in het Hogerhuis.

Burgemeester Aboutaleb beval de omgeving van de ambtswoning van de consul en later het Turkse consulaat af te sluiten. De Gemeentewet laat ruimte voor zo'n noodbevel, maar dan moet er sprake zijn van concrete vrees voor het ontstaan van ernstige wanordelijkheden. De burgemeester stelde dat er oproepen op sociale media werden gedaan om naar deze plekken te komen en dat daaraan door grote aantallen personen gehoor werd gegeven.

Maar dat is niet voldoende. Zo waren er geen aanwijzingen dat diverse groepen de confrontatie zouden aangaan. En zelfs als zo'n confrontatie zou dreigen, zou het de taak van de politie zijn geweest om de Turkse bewindspersonen de kans te geven ongestoord het woord te voeren en hen te beschermen tegen tegendemonstranten.

De Nederlandse politici wilden president Erdogan geen podium gunnen, omdat hij de uitkomst van het referendum zou willen gebruiken om zichzelf dictator te maken. Afgezien van het feit dat dictators zich doorgaans niet van referenda bedienen, vormt dit geen rechtvaardiging om de hand te lichten met de Grondwet en internationaalrechtelijke verplichtingen.

De Grondwet draagt de regering op de internationale rechtsorde te bevorderen. In deze zaak heeft Nederland deze opdracht niet waargemaakt.

Geert-Jan Alexander Knoops is advocaat en bijzonder hoogleraar politiek van het internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. Tom Zwart is hoogleraar rechten van de mens aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.