Opinie

Nederland schiet ernstig tekort in de strijd tegen IS

Aan de vooravond van het Nederlandse EU-voorzitterschap is het kabinet in diep gepeins verzonken.

null Beeld Najib Nafid
Beeld Najib Nafid

De strijd tegen Islamitische Staat gaat voort, maar Nederland doet nog steeds niet mee aan de bombardementen in Syrië.

Na de afgrijselijke terreuraanslagen in Parijs op 13 november deed de Franse President Hollande een beroep op de Europese partners door artikel 42.7 van het EU-verdrag (wederzijdse bijstand) in te roepen. Voor de strijd tegen IS bood Duitsland snel militaire hulp aan (zoals tanker- en verkenningsvliegtuigen, extra trainers). Premier Cameron overtuigde een grote meerderheid in het House of Commons - inclusief een deel van de Labour fractie - om in te stemmen met Britse deelname aan de bombardementen op het hartland van IS in Syrië.

In Nederland gebeurde weinig. Minister van Defensie Hennis meldde op 18 november na de vergadering van EU-ministers van Defensie in Brussel dat 'alle opties open staan', maar tot nog toe is geen enkel besluit genomen. Ook het verzoek van de Verenigde Staten om meer bij te dragen - door minister van Buitenlandse Zaken Koenders begin december tijdens het Syrië-overleg in de Tweede Kamer gemeld - heeft geen direct resultaat opgeleverd. Het kabinet denkt na en neemt daarvoor de tijd. De Franse president en de Amerikanen moeten maar wachten.

Twijfel in de coalitie

De reden voor het Haagse getreuzel ligt bij de verdeeldheid tussen de VVD en de PvdA over Nederlandse deelname aan bombardementen van IS-doelen in Syrië. Op 5 december herhaalde PvdA-leider Samson in het radioprogramma Kamerbreed dat bombarderen niet bijdraagt aan de oplossing van het conflict zolang er geen politieke strategie is voor Syrië.

Een vreemde redenering, want IS zal geen deel uitmaken van een politieke oplossing. Daarover zijn alle partijen die zich in het Weense overleg hebben verzameld voor een vredesakkoord het in ieder geval eens. Ondertussen zijn de contouren van zo'n akkoord vastgesteld: een staakt-het-vuren, gevolgd door besprekingen over een overgangsregering en binnen anderhalf jaar vrije verkiezingen. Begin januari gaat het overleg weer verder. Hoewel er nog vele hobbels op de weg naar een definitieve regeling liggen - niet in de laatste plaats de positie van president Assad - is er nu momentum ontstaan om verdere stappen te nemen richting beëindiging van de burgeroorlog. Dat verdient uiteraard alle steun, ook die van Nederland.

Maar 'voor wat hoort wat' en daarin schiet Nederland, nota bene aan de vooravond van het begin van het EU-voorzitterschap op 1 januari, ernstig tekort. Ons land kan uiteraard op verschillende wijzen gehoor geven aan de oproep meer te doen in de strijd tegen IS. Samson heeft er terecht op gewezen dat het trainen, bewapenen en adviseren van de Koerdische en Irakese troepen die op de grond vechten tegen IS kan worden opgevoerd.

Dat vergt van Nederland wel extra personeel dat schaars is door andere missies en de vergaande bezuinigingen op de krijgsmacht van de afgelopen vijf jaar. Inzet van de F16's boven Syrië vergt geen enkele versterking van de Nederlandse bijdrage, want dezelfde toestellen die nu moeten omkeren bij de grens met Syrië kunnen doorvliegen richting Raqqa en andere IS-bolwerken. Vanuit militaire optiek pleit alles hiervoor; het kalifaat heeft immers de grens tussen Syrië en Irak opgeheven. Zeker wanneer de grondoffensieven van de Koerden en het Iraakse leger richting het grensgebied gaan, zal luchtsteun beschikbaar moeten zijn aan beide zijden. Die steun kan Nederland dan niet leveren.

Het kabinet moet nu snel een besluit nemen. Solidariteit met Frankrijk en beantwoording van het verzoek van de leider van de internationale coalitie tegen IS, de Verenigde Staten, vragen daarom. Maar ook de Nederlandse steun aan het politieke proces dat nu in gang is gezet, vereist dat ons land meer militaire bijdragen levert. Syrië zal geen vreedzame toekomst hebben zonder uitschakeling van IS. Het vredesproces en de vernietiging van het barbaarse kalifaat gaan hand in hand.

Dick Zandee is als onderzoeker verbonden aan Instituut Clingendael.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden