Opinie

Nederland moet Turkije niet langer de hand boven het hoofd houden

Nederland moet Turkije aanspreken op diens onverantwoordelijke, oneerlijke en provocerende rol in het Syrische conflict.

De Aramese koningin Zenobia van Tadmor/Palmyra werpt een laatste blik op haar stad. Foto Schilderij van Herbert Schmalz, 1856-1935 bron: Wikipedia

In de Volkskrant van 2 oktober verwaardigt de Eerste Secretaris van de Turkse Ambassade in Den Haag, Sabih Can Kanadoglu, zich om te reageren op het opinie-artikel van Ruben Gischler dat Turkije vluchtelingen in zou zetten als politiek middel. Het verband dat Gischler legt 'tussen de interne Turkse politiek en de vluchtelingencrisis is onverantwoordelijk, oneerlijk en nodeloos provocerend', aldus Kanadoglu. De kwalificatie 'onwaar' ontbreekt.

In plaats van de beschuldigingen te ontkennen, benadrukt Kanadoglu dat Turkije 'een cruciale bondgenoot [is] in de internationale inspanningen met betrekking tot de vluchtelingencrisis en in de strijd tegen terrorisme'. Dat was de afgelopen jaren ook steeds de kern van het antwoord dat de Nederlandse regering gaf op herhaaldelijk gestelde Kamervragen over de rol van Turkije bij de stroom van strijders, wapens en gelden ter versterking van in Syrië vechtende jihadistische groeperingen en zelfs IS.

Kanadoglu wijst er op dat Turkije sinds het begin van de oorlog in Syrië een 'opendeurbeleid' gevoerd heeft ten aanzien van de vluchtelingenstroom, maar vergeet daarbij te vermelden dat die deur ook open stond voor jihadisten die in Syrië hun misdaden begingen en zich vervolgens terugtrokken, op adem kwamen of hun gewonden lieten verplegen in Turkije.

In het rapport 'De betrokkenheid van Turkije bij wandaden in Syrië' dat de Aramese Beweging voor Mensenrechten samen met Jubilee Campaign in juni 2014 aan de Kamer heeft aangeboden, staat een heel overzicht van de feiten, bewijzen en verdenkingen aangeleverd door in Turkije werkzame journalisten die steeds vaker door de Turkse regering de mond worden gesnoerd.


Onverantwoordelijk

De reactie van toenmalig minister Timmermans op dit rapport, waar de Kamer vervolgens om vroeg, wijdt, net als het opinie-artikel van de Turkse Ambassade, meer woorden van begrip voor de cruciale geografische positie die Turkije inneemt dan woorden waarmee op de feiten, bewijzen en verdenkingen wordt ingegaan.

Dit patroon herhaalde zich onder zijn opvolger Koenders in diens beantwoording van talloze Kamervragen over nieuwe bewijzen of verdenkingen van Turkse steun aan jihadistische groeperingen en zelfs aan IS.

Het geeft te denken dat Nederland uitgerekend met dit Turkije voorzitter is van de Foreign Terrorist Fighters werkgroep binnen de anti-IScoalitie die een eind zou moeten maken aan dit onderdeel van het Turkse opendeur-beleid.

Als Kanadoglu aan het eind van zijn opinie-artikel schrijft 'dat een duurzame oplossing met betrekking tot irreguliere migratie enkel bereikt kan worden wanneer de veroorzakende factoren worden voorkomen', kunnen wij het alleen maar met hem eens zijn. De sleutel daartoe ligt echter in Turkije en het zou de Nederlandse politiek sieren niet langer Turkije de hand boven het hoofd te houden of zelfs mee te gaan in de Turkse wens om in het noorden van Syrië een beveiligde zone te creëren (waartoe de daar opererende Koerdische strijdgroepen bestreden zouden moeten worden) maar Turkije aan te spreken op zijn eigen onverantwoordelijke, oneerlijke en provocerende rol in dit conflict.

Aziz Beth Aho is voorzitter Aramese Beweging voor Mensenrechten.

Meer over