Opinie Syrië

Nederland moet stoppen met steun aan de gewapende Syrische oppositie

Doordat ze niet wil zeggen welke Syrische organisaties zij steunt, zet de regering de Kamer buitenspel, betoogt Aziz Beth Aho.

Rebellen in het zuidwesten van Syrië, 23 juni. Beeld AFP

Al meer dan twee jaar vragen de Aramese Beweging voor Mensenrechten en ook diverse Kamerfracties aan de Nederlandse regering om te melden welke organisaties in Syrië zij met welke middelen ondersteunt. Om uit te kunnen sluiten dat ons land het geweld tegen christelijke en andere minderheden in Syrië steunt.

Minister Blok reageerde afgelopen dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer net als alle eerdere keren dat deze informatie uit veiligheidsoverwegingen niet openbaar kan worden gemaakt. ‘Aanwijzingen dat bepaalde groepen westerse steun ontvangen, maakt ze een belangrijk doelwit voor IS, het Assad-regime of voor andere extremistische groepen’, stelt het kabinet.

Uit dit antwoord blijkt dat deze Nederlandse steun aan gewapende groepen een actieve bijdrage levert of kan leveren aan de nu al meer dan zeven jaar durende oorlog in Syrië met alle verwoestingen, sektarische spanningen, doden, gewonden, ontheemden en vluchtelingen van dien. Maar tegelijkertijd ondermijnt de regering door dit antwoord de financiële controlefunctie van de Kamer en maakt ze een politieke discussie onmogelijk over welke partij Nederland, ook namens ons, nu wel of niet steunt in deze oorlog. Het parlement wordt buitenspel gezet.

Absurditeit

De Amerikaanse regering-Obama besefte al binnen een jaar de absurditeit van haar Syrië-beleid: ze gaf enerzijds militaire steun aan de Syrische oppositie, terwijl anderzijds was besloten al-Nusra, de belangrijkste speler binnen die oppositie, als terroristische organisatie te bestempelen. Dat zei Obama’s veiligheidsadviseur Ben Rhodes onlangs op de Amerikaanse radio na het uitkomen van zijn boek over zijn Obama-jaren. Terugblikkend noemt Rhodes de door Obama gevoerde Syrië-politiek ‘schizofreen’. Ook meldde hij dat het Amerikaanse parlement hier zorgvuldig buiten was gehouden.

Een jaar geleden, in juli 2017, maakte Obama’s opvolger Donald Trump, een einde aan de Amerikaanse militaire steun aan de Syrische oppositie. Twee maanden later schreef de Nederlandse regering in haar artikel-100-brief inzake de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de bestrijding van IS: ‘Nederland is actief betrokken bij het Access to Justice and Community Security (AJACS) Programme, dat onder andere de Free Syrian Police ondersteunt en daarmee bijdraagt aan het tegengaan van geweld en criminaliteit en het beschermen van burgers.’

Bijdrage stopgezet

Kort nadat de Tweede Kamer met deze brief had ingestemd, bracht het BBC-programma Panorama naar buiten dat een deel van het geld, de trainingen en de wapens uit dit AJACS-programma bij al-Nusra terechtkomt. De Britse regering heeft daarop haar bijdrage aan dit AJACS-programma direct stopgezet; de Nederlandse regering heeft de steun aan de gewapende oppositie in de noordelijke provincie Idlib (waar Panorama het onderzoek had uitgevoerd) stopgezet, maar zette deze in het zuiden van het land gewoon voort, zo werd de Kamer afgelopen voorjaar herhaaldelijk meegedeeld.

Nu duidelijk is dat verschillende landen, de Amerikanen voorop, hun steun aan de gewapende Syrische ­oppositie – welke oppositiegroep dan ook – inmiddels hebben stopgezet, wordt het gezien het bovenstaande de hoogste tijd dat de Nederlandse ­regering dat voorbeeld volgt. En als ze dat niet uit zichzelf van plan is, dan zou de Kamer daar, deze laatste week vóór het reces, nog om moeten vragen. Als er geen politieke en finan­ciële verantwoording gegeven kan worden, dan ook geen geld.

Aziz Beth Aho is voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.