Opinie

Nederland moet nu aan de slag met kinderrechten

Er zit structureel iets fout in Nederland. Het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties gaf ons land vorige week niet voor niets de wind van voren.

Een kind doet mee aan een spelletje koekhappen op de vrijmarkt in het Vondelpark.Beeld anp

Nederlandse kinderen zijn al jarenlang de gelukkigste van de westerse wereld, blijkt uit diverse onderzoeken. Alleen in één Brits onderzoek moet ons land Macedonië voor laten gaan. Dat is dan wel meteen het enige smetje op de mooie ranglijsten. Of zijn er misschien toch meer?

Wie naar de fraaie ranglijsten kijkt, zal zelfgenoegzaam achterover gaan leunen. Maar dat kinderen in Nederland zo intens tevreden zijn met hun leven, wil niet automatisch zeggen dat de cijfers achter die ranglijsten reden geven tot optimisme. Integendeel. Het geluk om gelukkig te zijn lacht niet alle kinderen toe. Naast de vele hypergelukkige kinderen hebben we ook een groep van ongeveer 300.000 tot 400.000 kinderen die van het geluk niet kunnen proeven. En de overheid heeft daarbij een flinke vinger in de pap.

Naar schatting zijn jaarlijks bijvoorbeeld 118.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Doet de overheid niets om dat te stoppen? Niet genoeg, dat staat vast. Anderhalf jaar na de eerste melding bij hulpverleners, is in de vier grote steden in de helft van alle gevallen nog steeds sprake van excessief geweld. Uit ander onderzoek blijkt bovendien dat met 60 procent van alle aangemelde kinderen geen enkel gesprek wordt gevoerd. Dat is schrikbarend.

Ook gaan 3.000 tot 4.000 kinderen niet naar school, omdat het onderwijs geen raad weet met het gedrag of de beperking van deze groep. Daarnaast er zijn nog veel méér kinderen die zich niet waden in het bad der gelukzaligheid. Je zult bijvoorbeeld maar slachtoffer zijn van online seksueel misbruik. Denk daarbij aan chantage via internet, maar ook aan het ongewild verspreiden van jouw erotisch beeldmateriaal door anderen. Het aantal meldingen over dit soort zaken steeg vorig jaar met maar liefst 77 procent.

Nederland in verlegenheid

Natuurlijk komt kindermishandeling, schooluitval en online misbruik net zo goed voor in andere landen en zijn de cijfers elders soms nog een tandje schokkender. Toch zit er structureel iets fout in Nederland. Het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties gaf ons land vorige week niet voor niets de wind van voren.

Elke vijf jaar rapporteert het VN-Kinderrechtencomité over de kinderrechten in ons land. De meeste kritiekpunten uit de rapportage van vijf jaar geleden zijn nog net zo actueel. Met andere woorden, Nederland zit op de handen. De Nederlandse regering is daardoor flink in verlegenheid gebracht. Zo is er nog steeds geen integraal plan om kindermisbruik structureel te bestrijden.

Ook worden rechten van kinderen nog steeds niet standaard gewogen in besluiten van de overheid, terwijl dat wel verplicht is, omdat Nederland het VN-Kinderrechtenverdrag heeft ondertekend. Bij asielzoekerskinderen worden de rechten van het kind zelfs volkomen genegeerd. Als de ouders een procedurefout hebben gemaakt, dan kan het rechteloze kind - hup - worden gedeporteerd naar landen als Irak of Afghanistan. Het maakt daarbij niet uit of het kind is geboren in Nederland en hier bijvoorbeeld al 15 jaar woont.

Rechtsongelijkheid neemt toe
De rechtsongelijkheid tussen kinderen is echter niet hetzelfde als vijf jaar geleden. Nee, die is toegenomen. Het Kinderrechtencomité heeft twee belangrijke kritiekpunten toegevoegd. Zo mogen Nederlandse kinderen niet rechtstreeks bij de Verenigde Naties een klacht indienen over een mensenrechtenschending, omdat Nederland - in tegenstelling tot landen als België, Costa Rica en Gabon - de procedure daarvoor niet erkent. Dat is beschamend.

Het andere nieuwe kritiekpunt gaat over de decentralisatie van de jeugdhulp naar de gemeenten. De VN constateert dat hulpverlening aan kinderen nu overal anders kan zijn, doordat de rijksoverheid geen minimumeisen stelt aan gemeenten. Dat leidt tot rechtsongelijkheid. Een kind in een armlastige gemeente kan zomaar tussen wal en schip terecht komen, terwijl een kind in een rijke gemeente alle hulp en steun krijgt die nodig is. Zwerven er daardoor nu kinderen op straat of worden psychoses niet behandeld? Dat valt nog mee. De hulp is dit jaar ongeveer hetzelfde als daarvoor, maar dat zal waarschijnlijk volgend jaar veranderen als gemeenten besluiten hoe ze de bezuinigingen op jeugdhulp nader gaan invullen. Vooral voor nieuwe cliënten is het afwachten geblazen. De wachtlijsten nemen al toe en bij de medewerkers die de toegang tot hulp regelen bestaat onduidelijk over hun bevoegdheden en taken. Hulpverleners vliegen de laan uit, terwijl juist meer geld gaat naar de administratieve lastendruk.

Wie grijpt er naar de noodrem?

Wat als het straks helemaal mis gaat met onze jongeren? Doordat vooral kleinere gemeenten met elkaar samenwerken bij de inkoop van jeugdhulp, zijn de afzonderlijke gemeenteraden tandeloze tijgers. Als er onvoldoende wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van jeugdhulp en de democratische controle is een farce, dan wordt de weg naar de bodem een ongrijpbaar fenomeen en komen nog meer kinderen in de knel. Wie grijpt er dan naar de noodrem?

De Tweede Kamer gaat niet langer over de jeugdhulp. Maar ze gaan gelukkig nog wél over het naleven van het VN-Kinderrechtenverdrag. Dat betekent dat de Tweede Kamer alsnog eisen kan stellen aan gemeenten, bijvoorbeeld over onverkorte toegang tot passende hulp, zonder onderscheid. Daar staat tegenover dat 'passende normen', waar de VN om vraagt, niet zaligmakend hoeven te zijn. Een norm kan óók betekenen dat hulp juist minder wordt, precies zoals die norm voorschrijft. Ook kunnen normen zo worden geformuleerd dat ze gehaald kunnen worden binnen het beschikbare budget, in plaats van het budget aan te passen aan de noden van kinderen.

Ik vind met de VN dat we voldoende moeten investeren in hulp aan kinderen. Bijvoorbeeld dat alle gemeenten hulp moeten geven aan mishandelde kinderen, dat ze de mishandeling stoppen én vooral dat ze mishandeling proberen te voorkomen. Klinkt logisch, maar veel gemeenten doen niets aan preventie, blijkt uit onderzoek van de Kinderombudsman.

Een eis kan ook zijn dat kinderen die worden mishandeld altijd wordt gevraagd naar diens eigen mening, wensen en behoeften en dat de tijd die aangemelde kinderen moeten wachten op hulp, wordt geregistreerd. Nu gebeurt dat niet altijd, waardoor we niet eens weten hoeveel kinderen op de wachtlijst staan. In welke gemeente je woont, mag simpelweg geen verschil maken.

Wat mij betreft moet één ding voorop staan, namelijk dat we het geluk van individuele kinderen dichterbij brengen. Want het is te pijnlijk voor woorden dat uitgerekend een welvarend en gelukzalig land als Nederland een tik op de vingers krijgt van de Verenigde Naties, omdat er óók zoveel ongeluk heerst. Je gelukkig voelen mag niet afhangen van een beetje geluk hebben. Nederland moet daarom nu aan de slag met kinderrechten.

Aloys van Rest is directeur Defence for Children

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden