ColumnHeleen Mees

Nederland moet in economisch opzicht een voorbeeld nemen aan Denemarken

null Beeld

In maart vorig jaar, toen de ic’s overstroomden met coronapatiënten, rekende het Centraal Planbureau (CPB) vier coronascenario’s door. In het lichtste scenario zouden de contactbeperkende maatregelen drie maanden duren en in het zwartste scenario zouden de contactbeperkende maatregelen twaalf maanden duren en leiden tot grote problemen in het financiële stelsel en het inzakken van de wereldhandel.

In het lichtste scenario zou de economie in 2020 met 1,2 procent krimpen en dit jaar met 3,5 procent groeien. In het zwartste scenario zou de economie in 2020 met 7,3 procent krimpen en dit jaar met 2,7 procent, terwijl de werkloosheid zou oplopen tot 9,4 procent en de staatsschuld tot 75 procent van het bruto binnenlands product.

Tegen de tijd dat de cafés en restaurants weer open mogen heeft Nederland alles bij elkaar twaalf maanden met contactbeperkende maatregelen geleefd, variërend van de intelligente lockdown aan het begin tot de harde lockdown met avondklok sinds januari. Als het gaat om contactbeperkende maatregelen, is het zwartste scenario realiteit geworden. Maar dat geldt niet voor de economie. Met een krimp van 3,7 procent in 2020 en een groei dit jaar van 2,2 procent houden de gevolgen van de pandemie het midden tussen het lichtste en op een na lichtste coronascenario van het CPB.

De Nederlandse economie presteerde in 2020 net iets minder goed dan de Amerikaanse, maar veel beter dan de Duitse, Britse en Spaanse economie. De werkloosheid is dankzij de omvangrijke steunpakketten nauwelijks opgelopen en de staatsschuld is ondanks diezelfde steunpakketten beneden de EMU-norm van 60 procent bbp gebleven. De Nederlandse economie heeft opvallend flexibel gereageerd op de pandemie, in de meest letterlijke zin.

Het hele banenverlies is op het bordje van flexwerkers terechtgekomen. Het aantal zzp’ers is gestegen terwijl velen van hen hun inkomsten flink zagen dalen. De directeur van het CPB, Pieter Hasekamp, waarschuwde op Prinsjesdag in een uitstekend opiniestuk in deze krant dat vooral mensen met een sterke sociaaleconomische positie van de omvangrijke steunpakketten profiteren en dat de pandemie de structurele tweedeling in de Nederlandse samenleving vergroot.

Hasekamp riep het kabinet niet alleen op te investeren in bij- en omscholing, zodat mensen die werkloos zijn geworden makkelijker elders aan de slag kunnen, maar ook om de structurele tweedeling in de maatschappij aan te pakken, onder meer door het onderscheid tussen vast en flexibel werk te verkleinen en schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Nu de economie de pandemie relatief goed heeft doorstaan, is het makkelijk te vergeten dat de meest kwetsbare groepen daar de prijs voor hebben betaald.

De PvdA wil werkgevers verantwoordelijk maken voor het doorgeleiden van werknemers naar een nieuwe baan. Ik heb zelden zo’n slecht voorstel gezien. Werkloosheid is een conjunctureel verschijnsel. Als één werkgever van zijn werknemers af wil, is de kans groot dat andere werkgevers dat ook willen. Daarom kan werkloosheid, anders dan arbeidsongeschiktheid, niet particulier worden verzekerd.

Bovendien spant de PvdA het paard achter de wagen. Nederland telt juist veel flexwerkers en zzp’ers omdat werkgevers huiverig zijn voor de verplichte loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid. Dat geldt met name voor kleine werkgevers, culturele instellingen die aangewezen zijn op subsidiebudgetten en werkgevers in sectoren waar het ziekteverzuim hoog is.

Nederland moet een voorbeeld nemen aan Denemarken. De Deense economie kromp vorig jaar met slechts 2,2 procent. De Deense arbeidsmarkt is minstens zo flexibel als de Nederlandse, zonder dat de kwetsbaarste groepen daar de prijs voor betalen. De linkse Senator Bernie Sanders stelt Denemarken graag ten voorbeeld omdat een hamburgerflipper bij McDonald’s in Denemarken 22 euro per uur verdient.

Denemarken kent weinig ontslagbescherming, waardoor werkgevers niet bang zijn om mensen uit kwetsbare sociale groepen een kans te geven. Tegelijkertijd is de werkloosheidsuitkering in Denemarken relatief hoog, met name voor laagopgeleiden, waardoor het gebrek aan ontslagbescherming voor de Deense vakbonden acceptabel is. Werklozen moeten wel binnen een jaar deelnemen aan verplichte scholing of een werkervaringsplek accepteren, anders wordt de uitkering stopgezet. Als Nederland toch in een alles-moet-anders stemming is, laten we dan beginnen met het aanpakken van de tweedeling op de arbeidsmarkt.

Heleen Mees is econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden