Commentaar

Nederland moet blijven bijdragen aan de indamming van IS

Ondanks de vragen die te stellen zijn bij de strijd tegen IS, moet Nederland zijn bijdrage handhaven.

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert in gesprek met Peshmerga's in Erbil, Irak. De minister bezocht vorige week voor het eerst de Nederlandse militairen in Irak. Beeld anp

Minister van Defensie Jeanine Hennis nam vorige week tegenover de Volkskrant een voorschot op de vraag of de Nederlandse militaire missie tegen Islamitische Staat in Irak moet worden voortgezet en zo ja hoe. Ze herinnerde fijntjes aan de gekunstelde - sommigen zouden zeggen: hypocriete - positie waarin Nederland, samen met andere Europese landen, zich in de strijd tegen IS bevindt: om volkenrechtelijke redenen wel meedoen in Irak, maar niet in Syrië, waar anderen (lees: de Amerikanen) het vuile werk mogen opknappen.

Gelikte mediastrategie

Het herinnert aan eerdere Nederlandse missies waarbij de papieren werkelijkheid in Den Haag belangrijker werd geacht dan de naakte - en vaak brute - werkelijkheid op de grond. Al is optreden zónder VN-mandaat inderdaad een zwaarwegende stap, alleen al omdat zij in algemene zin de verruwing van het interstatelijke verkeer bevordert en dus nooit lichtzinnig genomen mag worden.

Ook los van deze discussie laat de strijd tegen IS zich moeilijk op een goudschaaltje wegen. Want deze strijd tegen wat omwille van zijn gelikte mediastrategie wel de 'Apple' onder de terreurbewegingen is genoemd (afgezet tegen de 'IBM' Al Qaida) voltrekt zich niet volgens het scenario van ouderwetse oorlogen. Dat begint er al mee dat IS geen staat is, en dat de strijd ertegen onderdeel is van een serie in elkaar grijpende conflicten in de regio. Een heldere exit-strategie ontbreekt, evenals duidelijke maatstaven voor succes. Zelfs voorstanders van de missie erkennen dat IS alleen met grondtroepen (die niemand wil sturen) en met een representatiever bewind in Irak (dat ook soennieten een echte stem geeft) kan worden teruggedrongen.

Opgeheven vingertje

Toch zijn dit geen redenen om die strijd nu te staken: Nederland, als Europees land waarvoor de toenemende chaos in deze regio een toenemende bedreiging vormt, moet blijven bijdragen aan de indamming van IS, in het besef dat andere factoren minstens zo bepalend zijn en makkelijke of snelle oplossingen niet voorhanden. Als betweter met opgeheven vingertje afzijdig blijven is hier geen optie.

Zolang de Nederlandse bijdrage beperkt is en een dringend beroep op deelname aan de missie tegen IS in Syrië ontbreekt, kan Nederland in deze strijd ook volkenrechtelijk op het rechte pad blijven. Maar gekunsteld blijft het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden