essay festivalzomer

Nederland is wereldkampioen festivals vieren en daar moeten we trots op zijn

Nederland is ‘verfestivalliseerd’. Van dance tot hardcorde: het land host en jumpt zich door de zomermaanden heen. In de afgelopen vijf jaar kwamen er tweehonderd tentenkampen bij. Niet tot ieders vreugde, dus er valt wat te polderen.

Beeld Joren Joshua

Het seizoen is natuurlijk al lang en breed begonnen - de gemeente Schijndel keek in april drie dagen tegen Paaspop aan en in Utrecht bonkte de techno van dancespektakel Soenda door de Ruigenhoekse Polder. Maar vanaf komend weekend, te beginnen bij Best Kept Secret te Hilvarenbeek, gaan de tenten echt open en wordt Nederland één groot popfestival dat door dendert tot half oktober. Hopelijk doet iemand bij Festyland in recreatiepark Hemelrijk dan de lampjes weer uit.

Wie af en toe het hoofd buiten de deur steekt, had het zelf natuurlijk ook al ontdekt: Nederland is vergaand verfestivalliseerd en moet het meest befestivalde land ter wereld zijn. Ach, wat was het culturele buitenleven een jaar of dertig geleden nog eenvoudig en overzichtelijk. De liefhebber omcirkelde drie dagen Pinkpop in zijn agenda, trok naar Geleen en klaar: het was weer mooi, wachten op de volgende jaargang.

Maar de afgelopen decennia ontplofte de festivalmarkt en de schokgolven gaan nog altijd door het cultuurlandschap. De cijfers zijn glashelder - en kunnen door sommigen als schokkend worden ervaren. Volgens onderzoekers van de jaarlijkse Festival Monitor groeit het aantal festivals in Nederland ieder jaar nog onstuimig. Er kwamen de afgelopen vijf jaar, van 2013 tot 2018, bijna tweehonderd tentenkampen bij en vooral de zuidelijke provincies lijken een groeimarkt. De benaming ‘popfestival’ dekt de lading niet meer: de sector probeert tegenwoordig vooral publiek te trekken naar sterk gedifferentieerde muziekfeesten, van dance (Mysteryland) tot metal (Fortarock), punk en hardcore (Jera On Air), hardstyle (Defqon) en americana (Once in a Blue Moon).

Parkje

Uiteraard is niet iedereen blij met de welgeteld 688 Nederlandse muziekfestivals (Festival Monitor 2018). Stadsbewoners zien soms met pijn in het hart hoe hun favoriete parkje wordt vertimmerd tot festivalterrein. Dat kleine beetje natuur delft hier weer het onderspit, is dan de veronderstelling. En de inwoner van het dorp Groenekan kan zich waarschijnlijk best voorstellen dat het gezellig is daar op dat festival Soenda, maar door die knallende techno is het toch wat lastig de slaap te vatten.

Dus neemt de laatste jaren ook het protest onstuimig toe. Omwonenden van bijvoorbeeld het Amsterdamse recreatiegebied Het Twiske proberen al jaren de uitbreiding van festival Welcome to the Future te voorkomen met actieplannen en ‘inspraaknotities’. En in het dorp Haarlemmerliede zien de bewoners met angst en beven de festivals Straf-Werk en Elrow Town tegemoet, op het nieuwe festivalterrein N1. Zelfs het gearriveerde festival Lowlands heeft tegenwoordig bezorgde burgers tegenover zich staan en de gemeenten Oldebroek, Nunspeet en Elburg pleiten voor strengere regels en minder nachtelijke herrie.

Polderen

De zorgen om nachtrust, flora en fauna zijn begrijpelijk en soms ook terecht. Maar toch moeten liefhebbers en haters er samen uitkomen en al polderend proberen de knoop van tegengestelde belangen te ontwarren. Want Nederland is niet alleen het dichtst befestivalde land ter wereld, het is ook wereldkampioen festivals organiseren. Ja, we zijn heel erg goed in feestvieren: de organisatie van veruit de meeste festivals verloopt vlekkeloos, het publiek wordt tot op de luxe ‘glamping’ van alle gemakken voorzien en jawel: ook de troep na drie dagen popfestival wordt met militaire precisie opgeruimd. In Groot-Brittannië ziet een festivalterrein er weken na een popfeest nog altijd uit als een oorlogsgebied, maar rond het recreatieterrein bij Biddinghuizen is een dag na afloop van Lowlands geen plastic beker meer te vinden. Dus wordt in verre buitenlanden al jaren bestudeerd hoe wij hier in Nederland al dat moois op poten zetten (en weer afbreken). Op het gebied van de muziekfestivals is Nederland echt een gidsland.

In culturele zin: tot in de Verenigde Staten wordt verslag gedaan van artistiek vernieuwende festivals als Le Guess Who (Utrecht), Amsterdam Dance Event (Amsterdam) en Roadburn (Tilburg). Maar ook op economisch vlak. De Nederlandse evenementenbranche is volgens een ‘sectorscan’ uit 2017 van adviesorganisatie KPMG jaarlijks goed voor een omzet van 1,4 miljard euro. Volgens KPMG levert de festivalsector daarmee een wezenlijke bijdrage aan de Nederlandse economie: ‘niet alleen vanuit economische perspectief maar ook op het gebied van werkgelegenheid’.

En juist omdat de festivals in Nederland zo goed georganiseerd worden, is de branche zo succesvol en zelfs spraakmakend. Nederlandse festivaltechniek, van podiumontwerp tot betalingssysteem, wordt geëxporteerd naar buitenlandse evenementen. Podiumbouwers, technici en ontwerpers van lichtshows leveren hun diensten wereldwijd, en de laatste jaren worden zelfs complete Nederlandse festivalconcepten als Dekmantel en DGTL uitgevoerd naar het buitenland, van Marokko tot Kroatië, Brazilië en de Verenigde Staten. De Nederlandse festivals zijn, kortom, keiharde mondiale handel en die moeten we uiteraard koesteren.

Duurzaamheid

En dan is er de afgelopen jaren nog iets om trots op te zijn als festivalland. Op bijvoorbeeld het Amsterdamse DGTL wordt de minimaatschappij die een festival nu eenmaal is ingezet om te experimenteren met duurzaamheid. DGTL probeert een ‘circulair’ festival te zijn, dat geen enkele voetafdruk achterlaat en dus geheel klimaatneutraal is. Wetenschappers en studenten werken er aan een systeem waarbij alle afval wordt hergebruikt en de eetresten (en zelfs het bestek) worden verwerkt tot compost, waarop het voedsel wordt verbouwd dat bij de volgende jaargang van het festival weer kan worden geconsumeerd. De bedenkers van dit recyclesysteem reizen inmiddels de wereld over om hun kennis te delen en de technieken worden straks mogelijk ingezet in stadswijken, om ook die duurzamer te maken.

Zo zorgen Nederlandse muziekfestivals ook nog voor een betere wereld. Natuurlijk ook omdat een popfestival bij uitstek een wapen is om de toenemende individualisering mee te bestrijden. Een festival is een maatschappelijk smeermiddel en de uitgelezen plek om weer eens iemand tegen te komen die niet per se in je eigen sociale media-bubbel zit. Het eerbiedwaardige festival Pinkpop, dat dit jaar de vijftigste editie viert, is misschien wel het mooiste voorbeeld van maatschappelijke eendracht, want het festival loopt vol met een uiterst divers publiek, van behoudend tot hip en van heel jong tot behoorlijk oud. Op al die mooie festivals rukken we ons los van het beeldscherm, en kunnen we gezamenlijk weer iets van het leven proberen te maken. Ook de sociologische waarde van een festival is onschatbaar.

Dat alles mogen, nee: móéten we ons bedenken als aan de horizon de tentenkampen weer verschijnen, of een nachtelijke vierkwartsmaat het geopende slaapkamerraam komt binnenwaaien. Het festival is soms een lastpak, maar toch vooral een feest.

LEES VERDER

Festival DGTL probeert zo klimaatneutraal en duurzaam mogelijk te zijn.

Lowlandsdirecteur Eric van Eerdenburg over zijn hoogte- en dieptepunten als festivalbaas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden