Opinie Corruptie

Nederland is toch echt geen narcostaat

Met enige regelmaat wordt Nederland opgeschud door bestuurlijke corruptieschandalen. Maar daar staat een corrigerend vermogen tegenover, betogen Petrus van Duyne en Benny van der Vorm.

Beeld Harry Cock

Naar aanleiding van de moord op advocaat Derk Wiersum, maar ook gevoed door de publicaties van Pieter Tops en Jan Tromp (De achterkant van Amsterdam) wordt op indringende toon gesteld dat Nederland een ‘narcostaat’ zou zijn. Dit is een alarmistische stelling die de kenmerken van zowel een vermeende ‘narco-staat’ alsook de Nederlandse rechtsstaat miskent.

Het wezenlijke van een ‘narcostaat’ is niet de drugshandel, maar de alom tegenwoordige corruptie: van de hoogste ambtsdrager, die zijn vriendjes vette baantjes toeschuift, tot de ­gewone straatagent die voor een tientje een verkeersovertreding door de vingers ziet, met daartussen- in een onbetrouwbare rechterlijke macht, openbaar bestuur en een ­afhankelijke pers. Zoiets treffen we in Nederland niet aan: eerder een saai aangeharkt land waarin betrekkelijk kleine misstappen redelijk snel ontdekt worden, en worden uitvergroot. Dit leidt tot politieke, bestuurlijke of strafrechtelijke correcties, die integriteitsaantasting van het openbaar bestuur voorkomt of in elk geval beperkt. Neem bijvoorbeeld de VVD, die zichzelf regelmatig moest corrigeren.

Eigen macht

In landen met een diep ingevreten corruptie treft men deze corrigerende werking niet aan. Het maakt daarbij weinig uit wat voor contrabande wordt verhandeld. Niet die handel maakt de overheid corrupt, maar binnen een corrupt openbaar bestuur kan zo’n misdaadhandel zonder krachtig tegenspel vrij snel tot een eigen macht of georganiseerde misdaad uitgroeien. Voor burgers die hier tegenin willen gaan, levert dit situaties van onveiligheid op: bedreigingen door misdadige hoofdrolspelers en hun kring van ­belanghebbenden.

In zo’n land worden mediakanalen opgekocht door uiteenlopende misdaadclans en zijn vrije verslag­gevers een bedreigde beroepsgroep: bij mishandeling op straat van een tv-ploeg kijkt de aanwezige politie de andere kant op. Moorden op verslaggevers worden zelden onderzocht, laat staan opgelost.

Wij denken daarbij niet eens aan bijvoorbeeld Mexico, maar aan ‘redelijk beschaafde’ buurlanden van de Europese Unie, zoals Oekraïne en Moldavië, waar op dit ogenblik onderzoek naar wordt gedaan. Daarbij moet men denken aan leidende politie-officieren of officieren van justitie die verdachten waarschuwen ­tegen bijvoorbeeld huiszoekingen zonder dat zij geschorst worden.

Goed bewapend

Zo’n rechtshandhavingslandschap hebben wij in Nederland niet. In feite zijn we juridisch vrij goed bewapend. Dankzij de wet-Bibob is het helemaal niet zo gemakkelijk om met misdaadgeld een zaak te beginnen: van klein tot groot worden vergunningaanvragers door gemeenten financieel doorgelicht, waarbij het, zoals uit ons onderzoek bleek, overigens merendeels om klein grut ging. ‘Echte georganiseerde misdaad’ kwam in ons bestand wel van tijd tot tijd ‘voorbij dobberen’, maar dat waren niet echt de kopstukken. Indien men de vrees voor een indringing van misdaadgeld in Amsterdam wil onderbouwen, dan is het voldoende het Bibob-bestand van de gemeente Amsterdam op te vragen.

Wat dat misdaadgeld betreft: de inbeslagneming en verbeurdverklaring loopt ‘redelijk’, zij het dat het een moeizaam proces is, zoals uit onderzoek bij herhaling is gebleken. Maar, ‘geslaagde’ misdaadonder­nemers houden netto veel minder over dan gewoonlijk wordt aangenomen. Het geldbeheer in de misdaad is niet de sterkste kant van de meeste ondernemers: de graad van verpatsing, verlies, pech en andere tegenslag is groot.

Maar waarom zou een misdaadondernemer zich in de bovenwereld begeven? Dat levert alleen zichtbaarheid en daarmee gevaar op. De best verdienende en ook moeilijk te pakken ondernemers die zijn bestudeerd, schuwden zowel geweld als de overheid. Niet uit een soort zedelijk besef, maar omdat beide altijd leiden tot informatielekken die de overheid, zij het niet altijd optimaal, tot handelen noopt.

Palermo aan de Maas

Hierin zit een duidelijk verschil met staten waarvan de rechtsstatelijkheid alleen nog maar een verbleekt naambordje is. Met enige regelmaat worden we opgeschud door bestuurlijke corruptie: vanaf ‘Palermo aan de Maas’ in de jaren tachtig van de vorige eeuw tot aan de twee onlangs beschuldigde Haagse wethouders. Ook niet-ambtelijke corruptie is ons niet onbekend: van de koppelbaas in de jaren zeventig en tachtig, via de bouwfraude (plus ambtelijke corruptie) tot de taximarkt van Schiphol, dat met zijn schimmigheid maffiatrekjes heeft.

Toch moeten we ons niet verlustigen in zelfbeschuldiging. Plaats je die voorvallen van integriteitsschendingen op een tijdslijn, dan valt op hoezeer deze over de tijd gespreid zijn. Ook valt op dat het niet eenvoudig is om in ons schandaalgevoelige land stelselmatige corruptie verborgen te houden. Daarvoor zijn er te veel tegenkrachten: de pers met ere voorop, gevolgd door ongeruste klokkenluiders wier lot niet te benijden is. Politie en justitie strompelen er wat onhandig achteraan, zoals gebruikelijk, maar niet door ingevreten integriteitsgebrek, hoewel ook niet honderd procent schoon. Echter, er komt genoeg twijfelachtig gedrag aan het licht om te voorkomen dat er een corrupt stelsel van bestuur ontstaat, zoals in een narcostaat.

Maar dat zijn we ook niet.

Petrus C. van Duyne is emeritus hoogleraar en gastdocent aan en Northumbria University. Benny van der Vorm is universitair docent bij het Willem Pompe Instituut in Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden