vrijheidscollege

Nederland is te chagrijnig

We leven in een paradijs, maar chagrijn en cynisme overheersen, stelt Sheila Sitalsing. Bij overheid én burger. Terwijl we juist nu, in een samenleving die meer zelf moet doen, behoefte hebben aan vertrouwen.

Sheila Sitalsing.Beeld Linelle Deunk

Mijn moeder (geboren in 1929) smeert de roomboter graag dik op haar brood, met grote gele klodders. Als wij als kind daar wat van zeiden ('ieuw'), zei ze dat ze daar de hele oorlog naar had verlangd: echte volvette boter op haar brood. Ons leek dat geen excuus om decennia later nog steeds een half pakje roomboter van je mes te likken. Haar leek het evenwel volkomen legitiem na die jaren van redeloos verlangen.

Ze vertrok met haar moeder uit Den Haag omdat hun woning moest wijken voor de Atlantikwall, ze gingen naar Arnhem, daar moesten ze weg na operatie Market Garden, in Friesland maakte ze de bevrijding mee. En wat voor haar het symbool was van de overwinning op deze chaos was voor de rest van haar leven zonder enige terughoudendheid roomboter op je brood kunnen smeren.

Later zag ik iets dergelijks bij vrienden en familieleden uit het land van mijn vader, Suriname. Ze hadden de jaren van schaarste en hyperinflatie meegemaakt in de jaren tachtig en negentig en hadden in die periode een hang ontwikkeld naar groots inslaan van alles wat te koop is, toen het eindelijk weer kon.

Ze kwamen uit de jaren waarin je in de rij moest staan voor suiker, bloem, spijsolie of uien, jaren waarin er soms geen meel was en dus geen brood, jaren waarin je spaargeld waardeloos bleek te zijn geworden vanwege de hyperinflatie, jaren van satéstokjes en aluminiumfolie afwassen voor hergebruik, van een pom voor achttien personen maken met één kippenpoot, van bol staande blikken met bedorven voedsel bewaren want je weet maar nooit, van geen wc-papier en geen maandverband. En van geen roomboter.

Bij mij thuis woont een Surinamer, die bij het boodschappen doen het woord 'aanbieding' niet kan weerstaan, waardoor ons huis vol staat met spullen waarvan ik nooit wist dat we die nodig hadden, maar ja, het was drie voor de prijs van één, en beter mee verlegen dan om verlegen, want je hebt meegemaakt wat er gebeurt wanneer een overheid zich tegen haar burgers keert. En als dat weer gebeurt, zul je ontzettend blij zijn met een gros wc-rollen op zolder.

Ik heb een Surinaamse kennis die weigert in de rij te staan, waar dan ook: bij de Efteling, of voor zo'n danstent waar je moet smeken of je binnen mag. Ze vertikt het. Een rij heeft voor haar de geur van schraalheid en van vurig hopen op een pakket 'uit Holland', vol-gepakt met chocoladerepen en met aardbeienjam van Hero en met goede bedoelingen. De geur van gebrek. En daar wil ze nooit meer iets mee te maken hebben.

Zo hebben we allemaal onze eigen definitie van gebrek, en van de vrijwaring daarvan. Een definitie die niets te maken heeft met de grens voor absolute armoede en gebrek die de Wereldbank hanteert, van een minimum calorieconsumptie per dag.

Boven die absolute overlevingsgrens is gebrek ook maar een mening, om onze koning te citeren.

Beeld Linelle Deunk

Colleges over vier vrijheden 

Dit is een bewerkte versie van het vrijheidscollege dat Sheila Sitalsing in de aanloop naar Bevrijdingsdag geeft. Deze colleges zijn gebaseerd op de vier vrijheden die de Amerikaanse president Roosevelt op 6 januari 1941 muntte: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijwaring van angst en vrijwaring van gebrek. De vrijheidscolleges vinden op diverse plekken plaats. Sprekers zijn naast Sitalsing onder anderen Petra Stienen (vrijheid van godsdienst), Ad van Liempt (vrijheid van meningsuiting) en Maarten van Rossem (vrijwaring van angst). vrijheidscolleges.nl

Zelf heb ik nooit schaarste of gebrek gekend. Ik ben opgegroeid in iets wat je gerust weelde kunt noemen, eerst als klein kind in Suriname, lang voor de slechte tijd nog, en later als iets groter kind op Curaçao. Ja, er was wel eens iets niet verkrijgbaar, blauwe schoenen of likkoekjes, en dan moest je wachten op de boot met nieuwe spullen, maar we kwamen niets tekort.

Maar toen ik halverwege de jaren tachtig naar Nederland kwam om te studeren, viel mijn mond open van verwondering. Zoveel winkels, zoveel keuzemogelijkheden, zoveel weelde. En zoveel keuze in immateriële zin. In het aantal studierichtingen waaruit je bleek te kunnen kiezen, het aantal subculturen waarbij je je kon aansluiten, de richtingen die je kon inslaan, de levensstijl die je je kon aanmeten, de opinies die je kon uiten zonder dat iemand je daar op aankeek.

No future

De ongelooflijke vrijheid. En ik dacht: dit moeten de paters vroeger op school bedoeld hebben met het paradijs.

Vreemd genoeg hoorde ik tegelijkertijd vooral ach en wee van mensen hier. Het waren de jaren tachtig, het was crisis en er was werkloosheid en de rente stond hoog en er was iets met de huizenprijzen - zoals er, zo leerde ik later, altijd iets met de huizenprijzen is in dit land, hetgeen aanleiding is tot permanent zorgelijk debat.

Ik zag de punkers met hun no future. Het was zwaar en somber, in dit land van melk en honing. En ik probeer mee te voelen met die zwaarte en die somberheid.

Maar dan dacht ik aan de meisjes met wie ik op Curaçao op de lagere school had gezeten en die in hun tienerjaren zwanger waren geraakt en die nooit van dat verdomde eiland af zouden geraken. En dan dacht ik: dat lijkt me pas no future.

Ik vond het koket, modieus, dat gesomber van de jeugd hier, het leek meer met mode te maken te hebben en met ostentatief zwelgen in zelfmedelijden zonder grondslag. No Future als lifestyle.

Vooruitgangsgeloof

Pas later kreeg ik meer begrip voor ze. Want ook in dit paradijs van overvloed kan men het vooruitgangsgeloof kwijtraken. Niet zoveel hebben maar naar iets kunnen reiken, is wellicht te prefereren boven dit: alles hebben, en tegelijk menen dat dit het is, dat het nooit beter zal worden dan dit.

Ook nu, dertig jaar later, is misschien wel de grootste plaag in dit land dit: het verlies van vooruitgangsgeloof en van optimisme over de toekomst.

Die enorme luxe waar ik in terechtkwam halverwege de jaren tachtig was de vrucht van een ongekende economische ontwikkeling in Nederland sinds de tijd waarin dat redeloze verlangen van mijn moeder naar roomboter is ontstaan. In de zestig jaar tussen 1948 en pakweg 2009 zijn de verdiensten per Nederlander meer dan verviervoudigd, zo laten cijfers over het bruto binnenlands product van het CBS zien, dankzij een stijging van de arbeidsproductiviteit en het loslaten van de geleide loonpolitiek in de jaren zestig. In deze verviervoudiging is de mate waarin steeds goedkoper wordende technologische hoogstandjes ons leven zoveel comfortabeler hebben gemaakt, niet eens meegerekend. (Net als het feit dat we ruim vier keer zoveel zijn gaan weggooien).

Het aantal veranderingen en de spectaculaire toename van de rijkdom die de generatie van mijn moeder, die van de roomboter, heeft meegemaakt, is zonder historisch precedent. Op geen enkel ander moment in de geschiedenis van dit land, ook niet tijdens die zo tot de verbeelding sprekende Gouden Eeuw, met zijn kunstverzamelingen en zijn windhandel, werden zoveel mensen in zo'n korte tijd zoveel rijker.

Over deze historisch unieke periode, en wat dat betekende voor het dagelijks leven, schreef de economisch journalist Annegreet van Bergen, een heerlijk boek, Gouden Jaren dat als een dolle verkoopt.

Van Bergen zoomt in op het dagelijks leven en laat zien hoe dat binnen één generatie onherkenbaar is veranderd. Over toen je in de jaren zestig nog moest bellen bij de buren omdat driekwart van de mensen geen telefoon had. Over één keer per week in bad, met de hele familie in dezelfde teil warm water. Over toen vakantie een stukje rijden was en dan ergens in de berm gaan zitten met je picknickmand. Over hoe zaken die voorheen slechts voor enkele gelukkigen beschikbaar waren - fatsoelijke huisvesting, hoger onderwijs, exotisch voedsel, elke dag vlees, verre vakanties - gemeengoed zijn geworden.

Van Bergen schrijft nergens dat het land nu bevolkt wordt door zeurende, verwende, ontevreden wezens die geen benul hebben van de zegeningen die hun zijn toegevallen. Daar is ze vermoedelijk te netjes voor, maar ze kan het niet nalaten één veelzeggend voorbeeld aan te halen. Over een 55-plusser die tijdens een verkiezingsdebat op televisie vertelde dat hij al een jaar werkloos was. 'De man had ondanks tientallen sollicitaties nog steeds geen werk en verkeerde in een tamelijk uitzichtloze situatie. Hij wilde weten wat 'Europa' voor mensen als hij kon betekenen. Tijdens de daaropvolgende discussie bleek dat de man niet ging stemmen. Hij was namelijk op de dag van de verkiezingen met vakantie in Zuid-Afrika.'

Ondanks de onmetelijke rijkdom kolkt een rivier van onvrede en verongelijktheid door het land. Uit het Continu Onderzoek Burgerperspectieven, waarin het Sociaal en Cultureel Planbureau probeert de sfeer in het land te vatten, blijkt veelal chagrijn en cynisme over met name de politiek. Terwijl de mensen tegelijk onderkennen dat het hen persoonlijk goed gaat.

Sheila Sitalsing.Beeld Linelle Deunk

Angst

Uit het meest recente onderzoek kwam daar iets interessants bij: veel leed vindt zijn oorsprong in angst voor wat er nog moet komen. Met ziet slechter wordende gezondheidszorg, afkalvende sociale voorzieningen, verloren zekerheden, en kinderen die het niet beter zullen krijgen.

Het chagrijn richt zich ook op de anderen die onze welvaart komen halen en onze orde komen verstoren. Roemenen en Bulgaren die de arbeidsmarkt versjteren, asielzoekers die een last voor de maatschappij zijn, gelukzoekers die hier louter voor bed, bad en brood zijn.

Voor de Roemen en Bulgaren werd een Code Oranje afgekondigd. Ze kwamen niet.

Voor bootvluchtelingen worden door partijen die scherp in de gaten houden welke kant het electoraat op waait en hoe het over het huidige asielbeleid denkt (te uitnodigend!, zegt een sustantieel deel) plannen ontworpen om ze buiten de deur te houden.

Die plannen zijn niet om hen buiten te sluiten, o nee, beslist niet.

Ze zijn om de ander, de zwakkere te beschermen.

Door de grenzen te sluiten, beschermen we de vluchteling die dan niet meer over zee hoeft, want dat heeft toch geen zin.

En de Roemeen beschermen we tegen uitbuiting hier.

Het is uit pure goedertierenheid.

Daaronder zit een enorme weerzin tegen het vreemde. Uit politicologisch onderzoek blijkt dat de anti-immigratiekiezer niet zozeer bang is voor zijn eigen baan of inkomen, maar bang is voor de last die vreemdelingen zullen vormen voor de samenleving. En voor de verzorgingsstaat.

Zorgzame samenleving

In den beginne, nadat Willem Drees de AOW had geïntroduceerd in de jaren vijftig van de vorige eeuw, stuurden mensen nog bedankbriefjes naar de premier - een enkeling stuurde het geld dat aan het van de maand overschoot zelfs terug. Toen in 1977 met de volksverzekering tegen arbeidsongeschiktheid ook een huisvrouw die invalide werd na een een val van de trap bij het ramenlappen tot aan haar dood van een inkomen verzekerd was, was de verzorgingsstaat af. Zo mooi werd het nooit meer.

Meteen daarna kwam de twijfel. Door het langzaam maar zeker onttakelen van de verzorgingsstaat, veranderde dit land van melk en honing langzaam maar zeker in een land waarin steeds meer te verliezen valt.

Het was het CDA dat in de jaren tachtig de term 'zorgzame samenleving' muntte, een samenleving waarin de overheid minder voor de mensen zorgt en de mensen meer voor elkaar. In de hoop de moraal terug te brengen, en de verantwoordelijkheid voor elkaar in eigen kring.

Dat zo'n zorgzame samenleving lekker bezuinigt, was mooi meegenomen.

Links loeide, maar een decennium later was het Wim Kok die, gealarmeerd door misbruik van met name de Wet op de arbeidsongeschiktheid, een 'participatiesamenleving' bepleitte. Daarin zou geen plek meer zijn voor de calculerende burger die aan het shoppen was geslagen in de vitrinekast vol uitkeringen en voorzieningen. In de hoop dat de belastingbetalende middenklasse zonder morren de verzorgingsstaat zou blijven financieren en de sociaal-democratie zou blijven steunen.

Ruud Lubbers leest de regeringsverklaring voor van Kabinet-Lubbers/Kok, in 1989Beeld anp

 De afbouw van de verzorgingsstaat 

1983 Kabinet-Lubbers I kort uitkeringen en ambtenarenlonen met 3 procent
1986 Grote stelselherziening: uniformering en versobering WW, WAO en Ziektewet
1991 Kabinet-Lubbers/Kok besluit tot versobering WAO; introductie herkeuringen
1994 Aanscherping eisen voor WW-uitkering: minimum arbeidsverleden vereist
1998 Wet poortwachter: hogere drempel toegang WAO
2001 Pensioenfondsen van eindloon naar middelloon, minder sparen voor pensioen
2004 Aanpak vut en prepensioen, grootste naoorlogse vakbondsdemonstratie op Museumplein
2006 WIA vervangt WAO: veel scherpere keuringseisen
2006 Verkorting maximale duur WW van 5 naar 3 jaar en 3 maanden
2009 Kabinet-Balkenende/Bos stelt verhoging AOW-leeftijd voor, 3 jaar later is het zover
2012 Rutte II (VVD en PvdA) besluit tot snellere verhoging AOW-leeftijd, verkorting duur WW en grootschalige decentralisaties (inclusief bezuiniging)

Begin deze eeuw rolde Jan Peter Balkenende de oude CDA-visie op de zorgzame samenleving over het land uit. Achter de woorden over normen en waarden en gemeenschapszin ging een tamelijk ingrijpende verbouwing van de sociale zekerheid schuil. Buitenlandse kranten, in alle uithoeken van de wereld, berichtten twee jaar geleden na de Troonrede tamelijk opgewonden dat Nederland per decreet de verzorgingsstaat had afgeschaft. Maar het laatste klassieke bastion, de AOW, was al een paar jaar daarvoor grondig verbouwd.

Zo nieuws is de filosofie achter het begrip participatiesamenleving dus niet - kabinetten in Nederland lijken veel meer op elkaar dan ze zelf zouden willen toegeven.

Wat in de loop der jaren geïntensiveerd is, is de wijze waarop de burger wordt aangesproken door de politiek. Als een potentiële fraudeur, die als je even niet oplet met zijn tengels in de kassen van de sociale voorzieningen zit te graaien en met buitenproportionele strafmaatregelen in het gareel dient te worden gehouden. Het resultaat is spierballenpolitiek, doorspekt van wantrouwen.

Tegenprestatie

Dit geïnstitutionaliseerde wantrouwen was terug te zien in de verbeten jacht op stiekem samenwonende AOW'ers die hun samenwonen zouden verzwijgen om zo de (hogere) AOW voor alleenstaanden op te strijken. Het resultaat: criminalisering van bejaarden die niets anders deden dan samen boodschappen doen, of samen koken, voor de gezelligheid.

Het is ook terug te zien in de wijze waarop bijstandsgerechtigden worden behandeld. Als onaangepasten die tot flauwekulwerk worden gedwongen - nietjes uit paperassen halen, doosjes vouwen. Omdat ze een 'tegenprestatie' moeten leveren.

Een schitterend voorbeeld van dit doorgeschoten tegenprestatiedenken vormt de casus van Rahal Lamlih. Een man uit Breda met een groot hart, die op straat eten aan daklozen uitdeelde. Er kwam strijd met de gemeente van, omdat de daklozen van Breda in het kader van het ophouden van de eigen broek pas recht hadden op een van gemeentewege gratis verstrekte maaltijd als ze een etensbonnetje hadden verdiend met het opknappen van klusjes.

In het klein zien we hier wat ook in het groot gebeurt: een overheid die haar eigen burgers wantrouwt en als kinderen bejegent. En als de Nationale Ombudsman, onvermoeibaar pleitbezorger van de deugende burger, daar in Den Haag iets van zei, werd híj weggehoond en bespot.

Daar zijn we dus aangeland, zeventig jaar na de bevrijding. In een land vol boosheid en cynisme, waarin burgers zich redeloze zorgen maken over mindere tijden en waarin een overheid enerzijds zekerheden afbouwt maar zich anderzijds intensief bemoeit met het leven van haar burgers.

Wurggreep

Je ziet: chagrijn van de overheid over ons. En je ziet ook: chagrijn van Nederlanders over de samenleving en cynisme over die bemoeizuchtige politiek. Tegelijkertijd stemmen veel van die Nederlanders juist gretig op politici die pleiten voor een nog hardere aanpak van hun medeburgers. We houden elkaar gevangen in een wurggreep van wantrouwen. Terwijl we juist nu, in een samenleving die meer zelf moet doen, behoefte hebben aan meer vertrouwen. We hebben een overheid nodig die gerust stelt, die vertrouwen wekt, die mensen niet als kleuters behandelt, die loslaat. Overdragen van verantwoordelijkheid prima: maar laat het dan ook echt bij de mensen en ga vervolgens niet op ze jagen

Ik zou hartstochtelijk willen pleiten voor meer vertrouwen, van de overheid in ons. Maar ook van ons in elkaar. Alleen zo kunnen we meer vertrouwen krijgen in de toekomst; ons niet meer blindstaren op wat we verliezen, op ons gebrek, en het gevoel terugkrijgen dat we hem zelf kunnen vormgeven.

Het is niet modieus, maar misschien helpt het daarbij om eens door de ogen van vreemdelingen naar ons land te kijken. In Americanah, een schitterende roman van de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichi, kwam ik een passage tegen die volgens mij perfect verwoordt waarom we elke dag moeten aanvangen met een danklied voor onze zegeningen.

Sheila Sitalsing.Beeld Linelle Deunk

Adichie beschrijft in haar roman het leven van Obinze, een jonge Nigeriaanse man uit een geprivilegieerd nest, zijn moeder is hoogleraar in Nigeria, hij zit daar aan de universiteit, maar er komt onrust, en stakingen, de universiteit sluit, hij hangt thuis rond. En dan besluit hij naar Engeland af te reizen, illegaal, hij poetst wc's, hij, de jongen die thuis geen vinger hoefde uit te steken. Hij belandt daar op een etentje tussen allemaal liberale witte middenklasse Britten, en dan denkt hij dit:

[All the guests] understood the fleeing from war, from the kind of poverty that crushed human souls, but they would not understand the need to escape from the ominous lethargy of choicelessness. They would not understand why people like him, who were raised well-fed and watered but mired in dissatisfaction... were now resolved to do dangerous things, illegal things, so as to leave, none of them starving, or raped... but merely hungry for choice and certainty.

Als we door die ogen naar Nederland kijken, als een baken van keuzevrijheid en van zekerheden die je in de meest normale landen niet hebt (want dit is een exceptioneel land), dan helpt dat misschien het herstel van vertrouwen in elkaar, in de samenleving, in de toekomst.

Dan komt het misschien goed met ons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden