Opinie

Nederland is het verleerd om nuchter en analytisch militaire dreigingen onder ogen te zien

Wie rationeel het defensiebeleid en onze omgang met geweld beschouwt, ontwaart basale knelpunten.

F16-vliegtuigen Beeld ftp
F16-vliegtuigenBeeld ftp

Op het slagveld lijkt de strijd tegen IS goeddeels beslecht. Voor de Nederlandse F-16's geldt een zekere doelschaarste. Het Midden-Oosten blijft echter rommelen. Het gewelddadig jihadisme geeft zich allesbehalve gewonnen. Trek de dreigingen nog wat breder en er doemt een 'een ring van instabiliteit' op van de Noordkaap tot Noord Afrika: een alarmerend mengsel van 'groene mannetjes', cyberdreigingen, amorfe migrantenmassa's en wat dies meer zij. Dit alles raakt aan onze, zoals dat heet, 'nabije veiligheid'.

Echter, Nederland is het verleerd - zoals wel meer Westerse landen - om nuchter en analytisch dreigingen en (militair) geweld onder ogen te zien. Een cruciale vaststelling nu we sleutelen aan een nieuwe defensienota. Daarbij dreigt opnieuw het risico dat we defensiebeleid (de politieke keuzen) verwarren met een doordachte strategie. Wie rationeel het defensiebeleid en onze omgang met geweld beschouwt, ontwaart echter drie basale knelpunten.

Om te beginnen miskent Nederland de essentie van oorlog. We zijn het fenomeen oorlog gaan zien als een buitenlands-politiek instrument om 'goed te doen'. Zowat de gehele defensie-inspanning gedurende de afgelopen decennia dreef op expeditionaire missies die overal ter wereld vrede moesten brengen en medemensen moesten helpen.

Maar militair geweld is niet van nature 'goed' (behalve wellicht om acute en grove mensenrechtenschendingen te stoppen) en het langetermijneffect van opbouwmissies is doorgaans twijfelachtig. Al helemaal als het uithoudingsvermogen ontbreekt. Meestal werken we na een paar jaar militaire inzet al weer toe naar een nette vertrekregeling. Bezweringsformules als 'we moeten iets doen!' en 'aanvaardbaar risico' dienen dan vooral ter stimulering van de gemoedsrust.

Ten tweede, en met het voorgaande nauw samenhangend, neigen we er intussen toe heel veel onder het kopje veiligheid te rubriceren, de zogenoemde securitization. Wéér nieuwe taken voor de krijgsmacht duiken op: milieu en de opwarming van de aarde, internet, migratiestromen, enzovoort. Dit vertaalt zich in kneedbare termen als 'veiligheidsecosystemen' en de oproep van toenmalig commandant der strijdkrachten generaal Tom Middendorp vorig jaar om een 'creatieve veiligheidsraad' op te richten met knappe koppen uit alle sectoren: wetenschappers, kunstenaars, antropologen, internetdeskundigen, hackers, ondernemers, militairen et cetera. Uit hun synergie zou veel moois kunnen ontstaan.

Deze verbreding en onvermijdelijke vervaging van de rol van militair geweld is geen goed idee. Oorlog kent zijn eigen wetten en de rol van de krijgsmacht daarin is de zo efficiënt en effectief mogelijke toepassing van proportioneel geweld. Laat de krijgsmacht zich hierop richten in plaats van - zonder goede theoretische onderbouwing - op een scala aan missies te worden gestuurd en zo haar slagkracht te verwateren tot het niveau waarop Nederland zijn defensie niet meer afdoende kan garanderen. Een leger vecht en is niet primair een internationale of maatschappelijke dienstverlener. Een leger dat in een eindeloos uitdijend veiligheidsecosysteem alles moet kunnen, kan uiteindelijk weinig of in elk geval niet langdurig.

En laten we ten derde ook de bijbehorende hijgerigheid temmen. Blijkbaar zijn we geweld wel érg ontwend geraakt - als we er in Nederland ooit al aan gewend waren. We schieten in een collectieve adrenalinerush bij terreuraanslagen, livebeelden worden tot permanent tv-behang. Precies wat de terroristen willen in hun Theater van de Angst. En, op een ander spoor, waardeer Rusland niet op tot een existentiële bedreiging. President Vladimir Poetin speelt het spel sluw, maar Rusland is uiteindelijk een middelgrote mogendheid met een economie van het formaat Italië.

Zien we deze drie knelpunten niet onder ogen, dan moddert het defensiebeleid verder. Wat geboden is, is een nuchtere kijk op militair geweld. Het inzicht dat beleid (de verdeling van de euro's, de aanschaf van materieel, enzovoort) niet vanzelf gelijk staat aan strategie.

Een dergelijke nuchterheid zou ook sturing geven bij de discussies over de komende defensienota: een militair apparaat dat niet langer primair fungeert als uitzendkracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken, opgezadeld met een steeds bredere waaier aan taken. Maar een apparaat dat drijft op de gedachte dat de krijgsmacht uiteindelijk een apparaat is toegespitst op de proportionele toepassing van geweld. Niet meer en niet minder.

Rein Bijkerk en Christ Klep zijn militair-historici en auteurs van De oorlog van nu - Een rationele kijk op militair geweld in de 21e eeuw (2018).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden