Opinie Koerden in Syrië

Nederland huilt krokodillentranen om Noord-Syrië

De Nederlandse politiek verschuilt zich achter een volkenrechtelijk mandaat om de Koerden in noordoost-Syrië niet te helpen, betogen Afshin Ellian en Gelijn Molier.

Vrouwen en kinderen bij de Turks-Syrische grens in Şanlıurfa, Turkije, 13 oktober 2019. Beeld EPA

De Koerdische ­tragedie kent geen einde. Nu is Noord-Syrië aan de beurt. President Erdogan wil een einde maken aan de relatieve rust en vrede in Noord-Syrië. De staatspropaganda van Turkije bestempelt Syrische Koerden als een bedreiging voor de Turkse veiligheid. Maar ieder bewijs voor die stelling ontbreekt en de Syrische Koerden hebben zelfs, voorafgaand aan de Turkse invasie, niet één schot richting de Turkse grens gelost. Tevens stelt Ankara dat Turkije met deze invasie miljoenen ­Syrische oorlogsontheemden naar een neutrale zone wil repatriëren. Een dergelijk oogmerk kan echter nooit een rechtvaardigingsgrond vormen voor een militaire interventie. Er zijn dus geen legitieme en legale gronden te vinden voor deze invasie. Sterker, deze invasie schendt niet alleen de territoriale soevereiniteit van Syrië, maar ook het geweldsverbod en is daarmee een grove inbreuk op het ­internationaal recht.

Humanitaire catastrofe

Daarnaast dreigt er een humanitaire catastrofe. Als gevolg van de Turkse bombardementen zijn honderdduizenden onschuldige Koerdische burgers ontheemd geraakt: nog een vluchtelingenprobleem erbij. Daarbij is het niet ondenkbaar dat duizenden van oorlogsmisdrijven verdachte IS-strijders die nu nog ­gevangen zitten en door de Koerden worden bewaakt weten te ontvluchten.

In oktober 2015 besloot president Obama een aantal Amerikaanse commando’s naar Noord-Syrië te sturen om de rebellen, en vooral de Koerden, te trainen en te bewapenen voor de strijd tegen IS. Uiteindelijk werden bijna 2 duizend mariniers in dit gebied gestationeerd. De Koerden vormden de echte grondtroepen in de strijd ­tegen IS. Daarbij kwamen 11 duizend Koerden om het leven. De Koerden waren de belangrijkste bondgenoot van het Westen in de gewapende strijd tegen IS. President Trump laat de Koerden nu keihard vallen, maar hoe zit het met de rol van Nederland in deze?

Een overgrote meerderheid van de Kamerleden heeft ingestemd met een reeks van moties tegen de Turkse regering. Slechts één motie haalde het niet: het beëindigen van het Navo-lidmaatschap van Turkije. De regering toont zich eveneens verontwaardigd. Maar deze houding van ons parlement en onze regering is hypocriet. Afgelopen zomer vroeg de VS aan de Nederlandse regering om mee te doen aan de Amerikaanse operatie in Noord-Syrië. Nederland weigerde dat. Ook Duitsland en andere Europese Navo-landen weigerden troepen te ­leveren. Nu Amerika het gebied wil verlaten, spreken dezelfde landen van schande. Hoezo schande? Ook Europeanen willen niet in Noord-Syrië zijn.

Afschrikking

Overigens deden de Amerikaanse ­mariniers daar in de afgelopen maanden niets bijzonders volgens Trump. De aanwezigheid van Amerika was een soort symbolische afschrikking voor de Russische, Iraanse en Syrische troepen, die moest voorkomen dat de Koerden zouden worden aangevallen. Tegelijkertijd werden ook de Turken daarmee op afstand gehouden.

Als reden om niet op het verzoek van de Amerikanen in te gaan, voerde minister Blok aan dat een volkenrechtelijk mandaat voor de operatie in Noord-Syrië ontbreekt. Die is er kennelijk wel voor Amerika.

Na de Irak-oorlog (2003) worstelde Nederland met de vraag onder welke voorwaarden militaire of politieke steun aan internationale militaire missies zou zijn toegestaan. De Commissie-Davids (Commissie Onderzoek Besluitvorming Irak 2010) bepaalde dat hiervoor te allen tijde een volkenrechtelijk mandaat is vereist. Dat zou kunnen bestaan uit een besluit van de Veiligheidsraad, waarin die expliciet toestemming geeft voor het gebruik van geweld, het van toepassing zijn van het recht van (collectieve) zelfverdediging of een hulpverzoek van de soevereine staat waar het gewapende conflict zich afspeelt.

Depolitisering

Deze strikt legalistische benadering – een volkenrechtelijk mandaat als conditio sine qua non – voor (militaire) deelname aan internationale crisisbeheersingsoperaties vormt sindsdien het vaste uitgangspunt van de regering. Dit betekent echter een volledige juridificering en dus depolitisering van de ‘deelnemingsvraag’. Immers, met de juridische constatering dat een volkenrechtelijk mandaat ontbreekt, is het politieke debat over de deelnemingsvraag in feite beëindigd, niettegenstaande andere belangrijke legitieme gronden – bijvoorbeeld van morele en geopolitieke aard – om wél tot deelname over te gaan. Niet de volksvertegenwoordigers, niet de regering, maar de volkenrechtjuristen hebben daarmee het eerste en het laatste woord.

De deelnemingsvraag vereist in laatste instantie echter een politiek oordeel. Het internationaal recht vervult daarin onmiskenbaar een belangrijke, maar niet allesbepalende rol. Andere factoren als het voorkomen van een humanitaire ramp, het stabiliseren van een geopolitieke situatie met het oog op het behoud van de vrede, gegronde vrees voor terroristische aanvallen, de afwezigheid van een effectief statelijk gezag dienen ook in dit oordeel te worden betrokken.

Politieke afweging

Het zijn politici die deze factoren tegen elkaar af dienen te wegen. Zij kunnen hun eigen geweten en verantwoordelijkheid niet delegeren aan de juristen. Zoals Peter van Walsum, oud-VN diplomaat, zo moedig stelde in zijn ‘dissenting opinion’ bij het Rapport van de Commissie-Davids: ‘Een verantwoordelijke regering dient zich niet alleen door de regels van het volkenrecht, maar ook door de eisen van de internationale politiek te laten leiden. Als de twee met ­elkaar in botsing komen ontstaat een dilemma, maar geen regering zal ­accepteren dat haar vitale politieke doelstellingen onder alle omstandigheden voor het volkenrecht zullen moeten wijken.’

Politici die hun verantwoordelijkheid inzake oorlog en vrede aan juristen delegeren, hebben hun recht verspeeld verontwaardigd te zijn over een humanitaire ramp. Europese Navo-landen hebben door hun onverschilligheid Erdogan en Trump carte blanche gegeven om in Noord-Syrië te doen wat hen goeddunkt. Politici, stop je krokodillentranen, verschuil je niet langer achter het ontbreken van een volkenrechtelijk mandaat, en neem je verantwoordelijkheid.

Afshin Ellian is hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap aan de Rechtenfaculteit Leiden, Gelijn Molier is universitair hoofddocent in Leiden en promoveerde op een dissertatie over humanitaire interventie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden