Opinie

'Nederland heeft de morele plicht niet met de belastingraddraaiers mee te lopen'

In een systeem waarin belastingconcurrentie er uiteindelijk toe leidt dat de sociale voorzieningen moeten worden afgebouwd, heeft men de morele plicht niet met de raddraaiers mee te lopen, schrijft Marc Davidson. 'Dergelijke concurrentie leidt tot een race to the bottom waarbij geen welvaart wordt gecreëerd maar juist verloren gaat.'

Mark Rutte op de eurotop in Brussel Beeld reuters
Mark Rutte op de eurotop in BrusselBeeld reuters

Er woedt een mooie woordenstrijd rond de Nederlandse positie in de internationale strijd om het beste fiscale vestigingsklimaat. Tegenstanders noemen Nederland een belastingparadijs, hoewel het woord paradijs niet direct negatieve gevoelens oproept. Voorstanders noemen het liever belastingconcurrentie.

Zo ook minister-president Mark Rutte, die woensdag jl. na afloop van de Europese top in Brussel de Nederlandse belastingconcurrentie verdedigde, maar tegelijkertijd zijn blijdschap uitte dat het bankgeheim in Oostenrijk en Luxemburg wordt afgeschaft. Dankzij het bankgeheim zou men immers illegaal belasting kunnen ontduiken terwijl belastingconcurrentie juist legaal is. Letterlijk is dat laatste ook zo.

Geen wetsovertreding
Zoals Rutte aangaf, schendt Nederland met haar belastingconstructies geen internationale afspraken en verdragen. En bedrijven die via die internationale constructies belasting ontwijken, overtreden dan ook geen enkele wet. Maar Rutte's boodschap lijkt dat belastingconcurrentie niet alleen wettelijk, maar ook moreel gerechtvaardigd is. Want wat zou er mis kunnen zijn met concurrentie, het proces waarbij door Adam Smiths beroemde onzichtbare hand de totale welvaart stijgt hoewel iedereen enkel het eigen voordeel nastreeft? Het proces dat mondiaal efficiëntie en innovatie prikkelt?

Natuurlijk kent concurrentie winnaars en verliezers - als iemand in mijn winkel koopt in plaats van in de jouwe, win ik en verlies jij - maar als geheel wordt de samenleving er beter van. Want mijn voordeel plus dat van de klant is groter dan jouw nadeel, en wellicht win jij de volgende keer.

Als internationale bedrijven zich in Nederland vestigen in plaats van in het buitenland omdat zij dankzij de efficiënte Rotterdamse haven en luchthaven Schiphol minder geld aan transport kwijt zijn, wordt Nederland nimmer verweten een transportparadijs te zijn. De wereld als geheel wordt immers beter van onderlinge concurrentie. Zo ook kan belastingconcurrentie in principe leiden tot dergelijke welvaartswinst.

Het kan landen prikkelen efficiënt en doelmatig met belastingen om te gaan. Want het land dat met minder belastinggeld dezelfde publieke voorzieningen kan bieden en tegen lagere kosten belasting kan innen, kan ook lagere belastingen vragen dan een ander land. Als dat het soort belastingconcurrentie was waar de discussie om ging, dan was er moreel inderdaad weinig aan de hand.

Sterkste schouders
Helaas hebben sommige internationale belastingconstructies die in het middelpunt van de belangstelling staan weinig met hogere efficiëntie en doelmatigheid te maken. Hier gaat het om een andere vorm van belastingconcurrentie: concurrentie om de sterkste schouders.

Dergelijke concurrentie leidt tot een race to the bottom waarbij geen welvaart wordt gecreëerd maar juist verloren gaat. Twee belangrijke pijlers van vrijwel elk belastingsysteem zijn het profijtbeginsel en het draagkrachtbeginsel. Volgens het profijtbeginsel betaalt men voor overheidsvoorzieningen naar de mate dat men daarvan ook zelf gebruikmaakt.

Het draagkrachtbeginsel houdt in dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Het draagkrachtbeginsel betekent in praktijk dat er burgers en bedrijven zijn die meer belasting afdragen dan ze zelf profijt hebben van overheidsvoorzieningen, en dat er burgers zijn die juist minder afdragen omdat zij daartoe minder in staat zijn.

Elke maatschappij hecht in sterkere of minder sterke mate aan deze onderlinge solidariteit. Maar stel nu eens de situatie voor van twee identieke landen met dezelfde publieke voorzieningen, dezelfde verdeling van kapitaalkrachtige en minder kapitaalkrachtige burgers en bedrijven, en hetzelfde belastingsysteem gebaseerd op het draagkrachtbeginsel waarmee de landen ook nog eens ieder afzonderlijk gelukkig zijn. Stel nu dat er voorheen een muur tussen deze landen stond die nu wordt neergehaald. Wat gebeurt er dan?

Dan ontstaat een onderlinge concurrentie om de sterkste schouders. Want er is voor elk land voordeel te behalen door kapitaalkrachtige buitenlandse burgers en bedrijven te lokken met lagere belastingen, zolang deze burgers en bedrijven tenminste meer belasting betalen dan ze aan overheidsvoorzieningen gebruiken. Het gevolg is dat beide landen in onderlinge concurrentie gedwongen zijn de belastingen te verlagen tot het punt van het profijtbeginsel.

Oftewel, het draagkrachtbeginsel, dat elk land voorheen huldigde, wordt in onderlinge belastingconcurrentie uitgehold. Maar als het draagkrachtbeginsel overboord gaat, moeten ook vele publieke voorzieningen worden afgebouwd, zoals publiek onderwijs en sociale voorzieningen. Het mag duidelijk zijn dat beide landen in een situatie terechtkomen die slechter is dan vóór de onderlinge belastingconcurrentie en slechter dan als zij samen hun belastingen zouden coördineren.

Prisoner's dilemma
In de speltheorie heet dit probleem het prisoners' dilemma. Maar kan deze belastingconcurrentie, die geen waarde toevoegt maar juist kost, alleen in internationaal verband worden aangepakt zoals velen beweren?

Deels is dat zo. Proberen het braafste jongetje van de internationale klas te zijn, kan een land veel belastinginkomsten en bedrijvigheid kosten zolang andere landen het minder nauw nemen. Aan de andere kant hoeft men niet op het buitenland te wachten om schadelijke regelingen en constructies terug te draaien wanneer men met de eigen belastingconcurrentie significant meer wint dan men aan concurrentie vanuit het buitenland verliest. Men heeft in de belastingklas de morele plicht tenminste niet met het groepje raddraaiers mee te lopen.

Marc Davidson is onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden