Column Frank Kalshoven

Nederland eindigt met 38,8 procent op prutserplek 2

Gezegend is het land waar netjes belasting wordt geheven, en dit belastinggeld door de overheid wordt gebruikt om prachtige publieke voorzieningen van te organiseren en inkomen wijselijk te herverdelen. En ja, Nederland is zo’n land. Hou deze gedachte alstublieft vast.

Deze week publiceerde de Oeso, de studieclub van rijke landen gevestigd in Parijs, haar jaarlijkse overzicht van de belastinginkomsten van de aangesloten landen. Het grootste nieuws: nimmer waren de belastinginkomsten, afgezet tegen de nationale inkomens, zo hoog als nu. In 2017 vloeide er gemiddeld 34,2 procent van het nationale inkomen naar de schatkist, een paar tienden meer dan het vorige record, van het jaar ervoor. Maar dat is het gemiddelde.

Wie voert de lijst aan? Waar is de belastingdruk het hoogst? Denk hier rustig even over na.

De top van het klassement bestaat voor een deel uit landen met een expliciete voorkeur voor publieke voorzieningen en herverdeling. Het zijn de Scandinaviërs Denemarken (belastingdruk 46 procent) en Zweden (44 procent). Hun motto is: het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat.

Dan zijn er in de top ook landen met evidente problemen. Dat Griekenland (39,4 procent) veel belasting moet heffen, is het gevolg van de crisis aldaar. En Italië (42,4 procent) is zo dol op problemen dat ze in de toekomst hun belastingdruk nog verder willen verhogen. Dit is dus de categorie landen: hoge belastingen als gevolg van serieuze economische problemen. Niet leuk, wel logisch.

Dan hebben we nog over, de nummer één en de nummer zes, respectievelijk winnaar Frankrijk (46,2 procent) en Nederland (38,8). Welke categorie vormen wij? Mijn suggestie is: de categorie prutsers. Geen grote problemen, wel hoge belastingen, geen excellente voorzieningen.

Frankrijk is dezer dagen in de ban van de gele hesjes. Begonnen als een opstand tegen de verhoging van de brandstofaccijns is het uitgelopen op een protest tegen het gepruts. Voor de ‘hardwerkende Fransman’ is de maand langer dan zijn inkomen zich kan permitteren, een direct gevolg van de torenhoge belastingdruk. Dat juist een belastingverhoging de vlam in de pan deed slaan is geen toeval.

In Nederland lijkt alles pais en vree, krijgen de gele hesjes althans geen tractie. Maar mijn hypothese is: dat is schijn. In Nederland is groei van het nationaal inkomen de afgelopen pakweg 15 jaar grotendeels gebruikt voor de groei van collectieve consumptie, en in veel mindere mate voor groei van de koopkracht voor huishoudens. De zorg werd (veel) duurder, de oudedagsvoorzieningen kostten meer geld, de publieke sector slokte überhaupt steeds meer euro’s op.

Maar is de zorg, behalve duurder, ook beter geworden? Is het onderwijs, behalve duurder, nu van hogere kwaliteit? Gaat het bij de (nationale) politie nu van een leien dakje, en in de aanpalende strafrechtketen? Is de sociale zekerheid een paradijs van heroriëntatie, leren en werkhervatting? Is het openbaar bestuur van onbesproken kwaliteit? Ik vrees dat het antwoord op deze vragen met een denderend ‘neen’ moet worden beantwoord.

Frankrijk mag de prutser van het jaar zijn, Nederland is een goede tweede. Met de huidige belastingdruk heeft Nederland recht op publieke voorzieningen en herverdeling van bijna-Scandinavisch niveau. Met de kwaliteit van de huidige voorzieningen heeft Nederland recht op lagere belastingen. Het is een kwestie van tijd voor gele hesjes, rode mutsen of roze beenwarmers dit aan de kaak gaan stellen.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden