Nederland dankt vrijheid niet alleen aan blanken

Nieuwe Nederlanders hebben meer gedaan voor de bevrijding van Nederland dan wordt erkend. Het is tijd dat daar verandering in komt.

Een paar dagen geleden werd ik per mail, door de Vereniging Ons Suriname, uitgenodigd voor het bijwonen van de dodenherdenking van de ex-KNSM’ers op 4 mei in Amsterdam. De herdenking wordt sinds 1992 gehouden bij het scheepvaartmonument op het KNSM-eiland in Amsterdam.

(De KNSM was de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij die heeft bestaan tussen 1856 en 1981, red.). Op het gedenkteken staan veel namen van Surinaamse zeelieden, die op koopvaardijschepen in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. ‘Zij verdienen ons eerbetoon en bijzondere aandacht’, staat in de uitnodiging.

Kort nadat ik het mailtje had gekregen, staat de uitnodiging integraal op de populaire Surinaamse website waterkant.net. ‘Aandacht voor Surinamers bij dodenherdenking’, kopt het artikel. 'Hèhè, eindelijk, but a little too late', reageert ene Daddie op het forum bij artikel. Om vervolgens iedere Surinamer af te raden aan de herdenking deel te nemen.

Tijdens het onderzoek voor mijn roman De koningin van Paramaribo, die het leven beschrijft van de bigger than life prostituee Maxi Linder, die haar hoogtijdagen beleefde tijdens de Tweede Wereldoorlog, was mij al duidelijk geworden dat die periode niet geruisloos aan Suriname is voorbijgegaan.

Zo had je er kampen waar mensen werden opgesloten omdat ze pro-Duits zouden zijn (geweest). Ook had je opvangcentra die Nederlandse vluchtelingen herbergden. Verder zamelden Surinamers tijdens de Hongerwinter geld, kleren en voedsel in voor Nederlanders. Koningin Wilhelmina heeft hen er na de oorlog nog voor bedankt.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Dat sommige mensen in Suriname het vaak ook erg moeilijk hebben gehad, blijkt uit onderstaand gesprek, dat ik voerde tijdens mijn onderzoek.
Spreek ik met (...)?

‘Hoe komt u aan mijn telefoonnummer?’

‘Dat doet er niet toe.’

Aan de andere kant van de lijn is het akelig stil. Slechts de ademhaling van de vrouw is hoorbaar.

‘Als u me uw verhaal vertelt, zal ik daar echt discreet mee omgaan. Het is van belang dat verhalen als het uwe niet voor de geschiedenis verloren gaan. Ik schrijf een boek over Maxi Linder.’
Stilte.

‘Bent u er nog?’

‘Mijnheer, u moet weten dat het de verschrikkelijkste tijd uit mijn leven is geweest. De herinneringen daaraan heb ik ver weggeborgen. Als honden hebben ze ons van de straat geplukt en in kamp Katwijk gestopt.

Ja, mijnheer, in Suriname hadden de Nederlanders ook concentratiekampen. Wat we hadden misdaan? We probeerden alleen maar ons brood te verdienen. We deden niemand kwaad. Net als de Joden in de concentratiekampen werden we getatoeëerd.’

Ze schraapt luid haar keel. Het ontneemt haar bijna de woorden.

‘Mijn kinderen weten van niets. Zelfs mijn man weet het niet. Als u het niet erg vindt, laat ik het hierbij. Erover praten is zout in de wonden strooien.’

Een paar seconden lang sta ik met mijn mond vol tanden.

‘Mijnheer, heeft u mij gehoord!? Alsjeblieft, laat het verleden rusten! Als beesten werden we behandeld, verkracht en misbruikt.’

Haar laatste woorden galmen nog dagen na.

De bijdrage vanuit de koloniën aan de bevrijding van Europa is veelvuldig weggestopt – niet alleen in Nederland. Op 6 april zond de BBC de radiodocumentaire Paris liberation made ‘whites only’ van Mike Thomson uit. Hierin toont hij aan hoe Britse en Amerikaanse commandanten ervoor zorgden dat de bevrijding van Parijs op 25 augustus 1944 werd gezien als een ‘whites only’-overwinning – terwijl de ‘Free France Forces’ voor 65 procent uit West-Afrikanen bestond. Zij hadden geleden voor Frankrijk, maar werden niet als helden verwelkomd in Parijs.

Na de bevrijding moesten de meesten zelfs hun uniformen inleveren en teruggaan naar Afrika. Generaal-majoor Walter Bedel Smith, stafchef van de Amerikaanse generaal Eisenhower, schreef in 1944 in een geheime memo: ‘Het is wenselijker dat de divisie die Parijs inneemt voor 100 procent uit witten bestaat.’ Om dit voor elkaar te krijgen, werden alle zwarte soldaten verwijderd uit de divisie die op het punt stond Parijs in te nemen.

Daar komt nog bij dat hun pensioenen in 1959 werden bevroren.

De frustratie die afdruipt van de reactie van ‘Daddie’ op het artikel op waterkant.net, is er een die de laatste jaren steeds meer voelbaar is, binnen Nieuw-Nederlandse kringen.

Toch heeft het weinig zin mee te gaan in zijn slachtofferdenken, als hij stelt ‘A little too late’. De BBC-documentaire is het bewijs dat er langzaamaan een begin wordt gemaakt met het ontsluiten van de koloniale geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Wat een heel ander licht zou werpen op de aanwezigheid van Nieuwe Nederlanders in dit land. Daarom zou ik tegen ‘Daddie’ willen zeggen: beter te laat dan nooit.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden