Verslaggeverscolumn Margriet Oostveen in Den Bosch

Nazi-design trekt veel jonge mannen, maar welke?

Hitler reageerde eens ontsteld toen een vriend voorstelde die rare snor af te scheren. Hitler vond zijn snor onmisbaar voor zijn herkenbaarheid.

De tentoonstelling Design van het Derde Rijk in Den Bosch biedt tussen de veelbesproken hakenkruizen ook veel alledaagse weetjes, die goed laten zien hoe griezelig doordacht het alomvattend ontwerp van de nazi’s was: van snor tot rassenleer, van luciferdoosje tot concentratiekamp.

Er is met protesten gedreigd; NRC plaatste een opiniestuk dat suggereerde dat we alle design van de nazi’s bij voorbaat lelijk en slecht moeten vinden; bezorgde Duitse journalisten vrezen dat een designtentoonstelling het nazisme te veel zal verheerlijken. Een verslaggever van ZDF vroeg conservator Timo de Rijk wat hij doet als er neonazi’s komen. ‘Ik hoop het’, zei de Rijk, juist overtuigd van het afschrikwekkende effect van zijn expositie.

Dus wie komen er kijken, de eerste uitverkochte week, en wat is de indruk? Tevoren pols ik bij het museum even hoe de stemming is. ‘Het is wél een wat ander publiek dan bij het minimalistische keramiek’, zegt hoofd communicatie Maan Leo. Zij ziet opvallend veel ‘niet-standaard museumbezoekers’ met een ‘historische interesse’, en dan vooral ‘jonge mannen’.

In het Design Museum.

Dan wil je toch weten of we hier bruin rechts of misschien alt right te pakken hebben. Volgens Maan lopen ze ‘natuurlijk niet met een hakenkruis op hun voorhoofd’. Ik kan voorzien van een speciale sticker met iedereen praten en zelfs fotograferen. Foto’s maken is verder verboden om te voorkomen dat te enthousiaste selfies met nazisymbolen in de sociale media belanden.

‘En? Zijn jullie al neonazi?’, zegt een bezoeker die leuk wil doen tegen een suppoost. Het museum heeft extra bewakers ingehuurd en de suppoosten kregen een speciale cursus: let op mensen die meer naar bewakingscamera’s kijken dan naar de objecten. De meeste bezoekers die ik erom vraag willen zelf ook voor geen goud met nazisymbolen op de foto.

Twee mannen staan enthousiast gebarend naast elkaar bij een maquette te praten. Micha Reacq en Niels Franken, projectmanagers. Wat trekt hen aan? Ze beginnen over het talent van de nazi’s voor marketing. ‘Hitler, dat was pure branding’, zegt Micha. ‘Heel opvallend opeens, hier.’ Goed gezien. Geen politicus kan nog zonder. Zelfs journalisten worden nu geacht zich als ‘merk’ te positioneren. Het is dan best nuttig even vast te stellen hoe de nazi’s dit deden. Weet je wie óók een merk wilde worden? Nou ja, precies.

De tentoonstelling verheerlijkt niets en is zelf ook goed design: zonder dat het heel expliciet wordt gemaakt, voel je in deze opzet de aantrekkingskracht van de beeldtaal én allerlei ongemakkelijke aanknopingspunten richting heden. We wijzen de nazi’s af, maar niet hun propagandatechniek. Hoe gevaarlijk is dat?

Niels Franken en Micha Reacq.

Cv-installateur Remco Huijsmans is met zijn vader gekomen. Ze lezen graag boeken over de Tweede Wereldoorlog. Nu is het drones hier en kernwapens daar, zegt Remco, de Tweede Wereldoorlog was ‘de laatste echte, grote, pure oorlog die we hadden, al klinkt het wel heel erg als ik dat zo zeg’.

De mannen komen in setjes, vaak vader en zoon. Vastgoedondernemers Pim en zijn vader Steven van Haaren waren al geïnteresseerd in historische propaganda. Steven: ‘Die Hitler-kop op die zwarte verkiezingsposter die hier hangt, die gaat onder je húíd zitten hoor. Pim had daar trouwens nog een verklaring voor.’

Pim: ‘Hitler zei dat die poster zwart-wit moest zijn, want dat contrasteerde lekker met het rood van de posters van de communisten.’

Uren gaat het leergierig zo door, veel mannen die me van alles willen uitleggen, zoals mannen dat graag doen. Gewone mensen met een opvallende honger naar feitjes en geen fascist te bekennen. Steigerbouwer Boy van den Bovenkamp en zijn vrouw, verpleegkundige Madelinde van den Bovenkamp, staan zelfs hun kinderen van anderhalf en drie maanden te wiegen tussen swastika’s (‘we konden geen oppas vinden’).

Boy en Madelinde van den Bovenkamp.

Als het Tweede Wereldoorlog-week is op Discovery Channel, dan kijkt Boy ‘alles’. Hij werkt veel met Polen op de steigers en eentje leende hem eens de sleutel van zijn Poolse huis. Zo zijn ze er op vakantie gegaan en hebben ze Auschwitz bezocht.

Madelinde: ‘Daar zijn we zeg maar in een gaskamer geweest.’

Boy: ‘Dat is wel… het ultieme gevoel van: ja. Hier stonden echt mensen.’

Dat missen ze hier in het Design Museum wel een beetje. Maar verder gaat het niet om mooi of lelijk, zeggen ze.

Madelinde: ‘Het gaat om hoeveel indruk iets nog maakt.’

Boy: ‘Veel van mijn Poolse collega’s kennen de naam Auschwitz niet eens meer. Dat is toch onvoorstelbaar?’

Lisa Koetsenruijter nam voor het V-vlog ook een kijkje bij de tentoonstelling in Den Bosch. Het ging haar niet in de koude kleren zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden