columnaleid truijens

Natuurlijk moeten leraren voorrang krijgen bij het testen. En graag snel een beetje

Beeld .

Maandagochtend voelt Sara, leerkracht in groep 6, zich niet lekker. Terwijl de kinderen aan het werk zijn en zij hen zo goed mogelijk helpt zonder dichtbij te komen, voelt ze een lichte keelpijn opkomen. Ze is ook behoorlijk snotterig, net als enkele kinderen in haar klas en haar twee puberzonen thuis. En hoorde ze haar man niet niezen vanochtend?

Sara aarzelt. Zijn dit nu ‘klachten die passen bij corona’? Koorts heeft ze niet, benauwd is ze evenmin. Ze maakt toch maar een testafspraak. Stel dat ze het wel heeft! Dan kan ze vele leerlingen besmetten, die het ­virus kunnen doorgeven.

Woensdagmiddag kan ze terecht. Ze appt haar man en zonen om zich ook te laten testen. Dat moet toch, bij een gezinslid met ‘corona-achtige klachten’? Of is dat overdreven? De GGD’s zijn overbelast. Sara aarzelt weer. Haar zonen willen echt niet thuisblijven; ze zijn dolblij op school hun vrienden weer te zien. Haar man, zzp’er, heeft eindelijk weer afspraken met klanten.

Sara blijft de rest van de week thuis. Haar klas dus ook, want de school heeft geen vervanger. De ouders van haar dertig leerlingen zitten met de handen in het haar. Wie vangt hun kinderen op? Hoe vertellen ze hun baas dat ze wéér moeten thuiswerken? Sara’s man zegt zijn klanten af; dat kost geld. Vrijdagmiddag komt de uitslag: Sara en haar gezinsleden zijn niet besmet; hun verkoudheid is inmiddels over. Gelukkig.

Was Sara wél besmet geweest, dan waren de gevolgen nog meer ontwrichtend geweest. Dan hadden de andere leerkrachten zich ook moeten laten testen en had de school, wachtend op de uitslagen, dicht gemoeten. Honderden ouders hadden dan niet naar hun werk gekund.

Natuurlijk moeten leraren – en zorgmedewerkers, kinderopvangmedewerkers en politiemensen – voorrang krijgen bij het testen. En graag snel een beetje. De gevolgen van de lange wachttijden bij de GGD zullen al over een paar weken, als de snotneuzen toenemen, ­desastreus zijn. Op scholen, in gezinnen, op het werk.

Heeft onderwijsminister Arie Slob wel in de gaten wat de prioriteit moet zijn? Als de Tweede Kamer het kabinet niet had gedwongen om voorrang te gaan geven aan het testen van mensen uit ‘vitale beroepen’, dan hing hij nu nog in zijn sussende modus van ‘er zijn geen grote uitbraken op scholen’ en ‘we doen er alles aan om landelijke sluiting van scholen te voorkomen’.

Nu onderzoekt Hugo de Jonge de mogelijkheid van voorrang. Dat duurt twee weken, veel te lang. Voorwaarde is dat de GGD’s het aankunnen. Dat kunnen ze niet, hoe hard ze ook werken. Jarenlang bezuinigen op gemeentelijke zorg repareer je niet even tijdens een pandemie.

Scholen zijn (nog) geen grote coronahaarden, goddank. Grootste zorg is nu niet een landelijke schoolsluiting, maar de dagelijkse snotneuzen, die leiden tot het acuut naar huis sturen van klassen en een hoop stress bij ouders en werkgevers. Onduidelijkheid helpt ook niet. Een paar weken geleden werd ons nog aangeraden om bij lichte klachten te laten testen. Nu ineens twijfelen snotteraars of ze geen aanstellers of jokkebrokken zijn die schaarse testmogelijkheden inpikken.

Het zou enorm schelen als leerkrachten binnen één dag een afspraak én een uitslag krijgen. Scholen hebben groot gelijk als ze zelf sneltesten ­kopen bij commerciële aanbieders. Daar is overheidsgeld voor onderwijs niet voor bedoeld, nee. Heel treurig dat het moet. Want scholen zijn bedoeld om alle dagen open te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden