Essay Diversiteit in de media

Nadia Ezzeroili: kunnen we alsjeblieft iets constructiever praten over diversiteit in de media?

Illustratie Ineke Goes

Met alle vooroordelen en bevoogdende woorden is het nog altijd ploeteren voor journalisten van kleur, stelt Nadia Ezzeroili. Hoog tijd voor een constructief gesprek.

Snijd het thema ‘diversiteit in de media’ aan, en je kunt de verkrampte reacties binnen en buiten het journalistieke vak voorspellen. ‘Diversiteit is alleen maar selectie op basis van identiteit in plaats van verdienste en dus onwenselijk’, aldus luie collega-journalisten die zich nauwelijks hebben verdiept in de materie. ‘Diversiteit is de zoveelste poging om Nederland van de Nederlanders af te pakken’, aldus de vreemdelingenhaters op sociale media. ‘Allochtone journalisten in de media zijn toch maar nestbevuilers’, aldus populistische antiracismeactivisten, eveneens op sociale media.

De toegevoegde waarde van diversiteit op de werkvloer is evident. Uit tal van internationale onderzoeken blijkt dat diversiteit een gunstige invloed heeft op het functioneren en de kwaliteit van een team. Katherine W. Phillips, professor in leiderschap en ethiek, en dean aan de Columbia Business School, constateerde na intensief onderzoek onder andere dat divers samengestelde groepen informatie effectiever delen en verwerken. Individuele leden in een diverse groep werken harder en voeren grondiger vooronderzoek uit. Bedrijven met vrouwen in de raad van bestuur functioneren beter dan bedrijven die door een old boys network wordt geleid.

Hogere wiskunde?

Die onderzoeksresultaten kun je gerust doortrekken naar diversiteit op redacties: een nieuwsmedium bedient zijn publiek beter als de berichtgeving niet alleen gevarieerd is, maar onderwerpen ook met zo veel mogelijk verschillende perspectieven zijn besproken tijdens redactievergaderingen. De kans dat een onderwerp vanuit diverse perspectieven en netwerken wordt benaderd, is logischerwijs groter met een diverse redactie – ongeacht wie het stuk uiteindelijk schrijft.

Het is geen hogere wiskunde.

Urgenter is een gesprek over definitiemacht in diversiteitsdiscussies: hoe de positie van medewerkers met een migratieachtergrond continu gedefinieerd wordt door witte collega’s op invloedrijkere plekken. Mensen die met hun goede bedoelingen voor allochtone collega’s denken te kunnen bepalen wat het beste voor hen is.

Zo drukte NRC Handelsblad onlangs een column af van politiek commentator Tom-Jan Meeus, geschreven naar aanleiding van een eigen onderzoek door zijn krant naar het gebrek aan diversiteit in de media. Daarin beklaagt Meeus zich over het ‘pijnlijke misverstand’ dat ‘mensen beter over bepaalde groepen kunnen rapporteren als ze er deel van zijn (geweest)’.

Voor alle duidelijkheid: vrijwel niemand die het belang van diversiteit in de media onderkent, heeft dit ooit beweerd of zelfs maar gesuggereerd. Maar Meeus gaat nog een stap verder. In zijn column munt hij de discutabele term ‘identiteitsjournalistiek’, afgeleid van het woord ‘identiteitspolitiek’, dat hij uitlegt als een fenomeen waarbij ‘de eigen kring, het eigenbelang’ als uitgangspunt wordt genomen.

De Ombudsman van de Volkskrant kwam daar nog bovenop. Hij stelde vorige week in zijn rubriek ‘dat je zelfs kunt betogen dat leden van een groep de minst geschikten zijn om verslag te doen van hun eigen wereld  tegenover hun kennis dreigt gebrek aan verwondering en nieuwsgierigheid van de buitenstaander’.

Serieus? Is dit hoe het werk van allochtone journalisten anno 2018 wordt bezien en gedefinieerd door de nestors binnen het vak? Worden zij gezien als willozen die geen eigen ideeën hebben over de invulling en richting van hun carrière? Bij wie op miraculeuze wijze een gebrek aan nieuwsgierigheid dreigt wanneer ze verslag doen van onderwerpen die raken aan de wereld waarin zij toevallig zijn opgegroeid?

Waar deze bevoogdende aannames precies op gebaseerd zijn, mogen Tom-Jan Meeus en de Ombudsman zelf uitleggen. Maar dat blijkt niet uit de gesprekken die ik geregeld voer met andere journalisten met een migratieachtergrond. Zij willen niet de hele verantwoordelijkheid dragen voor meer diversiteit op de redactie en in de krant, maar het schrijven of meedenken over multiculturele onderwerpen heeft geen afbreuk gedaan aan hun ontwikkeling als journalist. Want ze blijven mét nieuwsgierigheid schrijven, alleen zonder de exotische ‘verwondering’ en zonder de veronderstelde ‘eigen kring’ en het ‘eigenbelang’ als uitgangspunt. Voor alle journalisten geldt dat je kennis en achtergrond in je voordeel of nadeel kunnen werken. Dat verschilt per individu en context en niet per huidskleur, sekse of etnische afkomst.

Loyaliteitsconflict

Ondertussen hebben deze hardnekkige vooroordelen een naar bijeffect: ze kunnen leiden tot zelfcensuur bij (beginnende) allochtone journalisten. Journalisten die een intrinsieke belangstelling hebben voor multiculturele kwesties, maar geregeld onderwerpen laten liggen omdat ze wantrouwen bij collega’s en lezers vrezen.

Een giftige term als ‘identiteitsjournalistiek’ als afgeleide van ‘identiteitspolitiek’ suggereert namelijk een loyaliteitsconflict. Politieke partijen die alleen het belang dienen van een bepaalde groep doen dat omdat ze in de eerste plaats loyaal zijn aan hun eigen groep. Zo legt deze gevaarlijke analogie van Meeus weliswaar niet bewust, maar wel achteloos een verdenking op allochtone journalisten: dat ze niet de waarheidsvinding dienen, maar de belangen volgen van hun herkomstgroep – en dus niet neutraal verslag kunnen doen.

Je zou kunnen zeggen dat zulke redeneringen het spiegelbeeld zijn van de naargeestige tak van de antiracismebeweging – een groep die altijd klaarstaat om journalisten met een migratieachtergrond vanaf de zijlijn juist een gebrek aan loyaliteit aan de herkomstgroep in de schoenen te schuiven. Want in hun perceptie zijn allochtone journalisten die geen verslag doen van de multiculturele samenleving zoals zij dat willen, ofwel ‘verkaast’ of onderdeel van een groot mediacomplot waarbij ze als pionnetjes door hun witte bazen worden ingezet.

Illustratie Ineke Goes

Stellen dat een gebrek aan verwondering en nieuwsgierigheid dreigt wanneer allochtone journalisten verslag doen van een wereld waarin zij toevallig zijn opgegroeid, is evengoed slordig en kwalijk. Niemand zit immers te wachten op de verdenking dat voor de bekende of makkelijke weg is gekozen. Zo valt geen eer meer te behalen aan je reportages en onderzoeksartikelen, al zijn je ideeën over multiculturele vraagstukken nog zo goed. Het gevolg: zelfcensuur bij de journalist, kapitaalverlies voor het medium.

Smoorverliefd

Zo gek is het dus niet dat het vak weinig aantrekkelijk is voor jonge allochtone aspirant-journalisten, los van de geringe baanmogelijkheden in het algemeen. Je kunt misschien meer talent en nieuwsgierigheid in je donder hebben dan je witte medestudenten, maar waarom zou je in hemelsnaam voor dit vak kiezen als je ziet hoe er desondanks openlijk en ongegeneerd twijfel wordt gezaaid over je kwaliteiten en loyaliteit?

De geboren journalist die zich niet laat afschrikken door ruis en de slechte reputatie van de pers weet het antwoord wel: omdat je de noodzaak voelt om verslag te doen van de wereld om je heen. Omdat je zo dicht mogelijk bij de waarheid wilt komen. Omdat je de wereld begrijpelijk wilt maken voor jezelf en voor het publiek. Omdat je smoorverliefd bent op het vak. Factoren die altijd zwaarder zullen wegen dan de weerstand die je ontmoet.

Hoe houd je je als medewerker met een migratieachtergrond dan staande in dit moeras van ongefundeerde analyses en bevoogdende aannames? Door je plek op te eisen in de discussie en door je werk en positie niet te laten definiëren door anderen. Niet door de journalistieke mastodonten die hardop roepen wie je als journalist moet zijn en ook niet door de vreemdelingenhaters, beroepsactivisten en andere intriganten die een cultuuroorlog over je rug uitvechten. Wanneer collega’s, hoe waardevol hun eigen werk ook is, zonder kennis van zaken roepen hoe de positie en carrièrerichting van hun allochtone collega’s bepaald moeten worden, dan is zwijgen geen optie meer. Wanneer de cultuuroorlogtrollen je weer in diskrediet proberen te brengen, dan geef je ze met zelfcensuur precies wat ze willen.

Zweten

Het duurde alleen even voordat ik me dat realiseerde. Tijdens mijn eerste jaar bij de Volkskrant was ik nu eenmaal vooral bezig mijn draai te vinden. Ik genoot van het werk, maar de zelftwijfel was hardnekkig: zouden collega’s denken dat ik alleen een jaarcontract had gekregen vanwege mijn afkomst? Deed ik mezelf tekort als ik over multiculturele onderwerpen schreef? Werd mijn werk wel serieus genomen en werd mijn worsteling wel gezien? Lag het aan mij?

Nee, de onzekerheid over mijn positie lag niet alleen aan mij. Dit was mede het resultaat van conditionering  van jarenlang diversiteitsdiscussies volgen waarin tegenstanders en onwetende critici vrijwel altijd het laatste woord hebben.

Wat ik me ook later pas realiseerde: zwéten, je uithoudingsvermogen bewijzen, ’s nachts wakker liggen van een interview en soms tot 21 uur op de redactie blijven werken om de laatste hand te leggen aan een artikel is eerder regel dan uitzondering als beginner. Ik leerde steeds meer collega’s en leidinggevenden kennen die, ongeacht afkomst, in het begin ook voortdurend aan zichzelf twijfelden, af en toe flink op hun bek gingen en afgepeigerd naar huis gingen. Vooral de vrouwen bleken, niet geheel toevallig, erg onzeker of bescheiden over hun prestaties en positie op de redactie.

Ik kan dus alleen maar van harte wensen dat we de diversiteitsdiscussie in het algemeen  ook bij de politie, zorg en overheid – meer ontspannen en beter ingelezen met elkaar kunnen voeren, zodat we tot een beter product komen. Dat de roep om diversiteit niet wordt ervaren als een aanklacht tegen witte collega’s. Dit gesprek is keihard nodig omdat het wantrouwen in de samenleving, met name ten aanzien van de pers, toeneemt.

Voor jonge aspirant-journalisten van kleur hoop ik dat ze zich niet laten ontmoedigen of verlammen door ondermijnende geluiden binnen de journalistiek. Ik hoop ook dat ze zich niet laten afschrikken door de akelige verhalen die soms te dominant op diversiteitsnetwerken worden uitgewisseld. Dat ze hun ogen op de bal blijven houden, ook als het grimmig en zwaar wordt, en niet te verlegen zijn om de hoofdredactie of een goede collega te benaderen voor tips, feedback en een luisterend oor.

Over twee maanden ga ik een tijdje met zwangerschapsverlof, lang genoeg voor een gedreven en goede stagiair of beginnende freelancer van kleur die zich eventueel bij de Volkskrant wil ontwikkelen. Ik zorg er wel voor dat er voldoende chocolade en koekjes op mijn bureau staan om de eerste week door te komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.