Column Aaf Brandt Corstius

Nachtelijke bezoekers van de huisartsenpost zijn makkelijk in categorieën in te delen

Elke keer dat ik op de huisartsenpost beland, voel ik me bezwaard, want ik ben ooit op een congres geweest van huisartsen die allemaal vertelden dat het op huisartsenposten veel te druk was. Als mijn lichaam dus om 12 uur ’s nachts ineens onder de knalrode vlekken zit, vraag ik me niet alleen af: ga ik dood? Maar ook: belast ik hiermee onnodig een huisarts, midden in de nacht?

Ik ging toch maar. 

Op mijn telefoon kijken doe ik niet in een wachtkamer, want wie weet word ik opgenomen in het ziekenhuis en dan moet mijn batterij vol zijn. Een beduimelde Privé aanraken doe ik ook niet, want ik vind oude nieuwtjes over Humberto Tan het niet waard om een ziekenhuisbacterie op te lopen.

Vanaf mijn stoel kijk ik dus langdurig in het felle tl-licht naar de anderen die hier in het holst van de nacht zijn terechtgekomen. Ze zijn in duidelijke categorieën in te delen. Eén iemand is er altijd voor niks; de Amerikaanse toerist met iets met pijn aan zijn longen, die tegen zijn vriendin begint te mummelen dat hij ook wel veel gerookt had vannacht en ook wel veel geblowd, en dat de lucht hier in Amsterdam – beschuldigende toon – ook zo fucking koud is, een lange monotone monoloog die eindigt met: ‘Zullen we gaan? Ik vind dit te lang duren.’

Dan zijn er de ouders met een klein kindje. Met kleine kinderen en ouderen moet je oppassen, dat weet iedereen. Het kind hoest en ligt slapjes op schoot. De ouders zijn bleek en bezorgd. Na het gesprek met de huisarts komen ze meestal opgelucht terug in de wachtkamer. Iedereen veert op. Het was gelukkig iets met een paracetamol en even aankijken.

En dan is er de mysteryguest. Heeft deze persoon iets heel ergs, of juist helemaal niets? Dit kan iemand zijn van het genre paradijsvogel, dus de vrouw die een grote vuilniszak als handtas bij zich heeft, en die als de baliemedewerker naar haar zorgpas vraagt de gehele vuilniszak overhandigt met de tekst: ‘Hier zit m’n pas in.’

Soms is de mysteryguest een nog groter mysterie, zoals de beer van een vent die in het holst van de nacht naast me neerzeeg, zijn hoofd in zijn handen liet zakken, en ‘fuck, fuck, fuck’ begon te zeggen. Alles aan hem was gigantisch: zijn schoenen, zijn nek, zijn rug.

Ik durfde hem niet goed te bekijken, want hij zat pal naast me. Wat had hij? Wat was er met hem gebeurd? Was het razend besmettelijk? Niet meteen aan mezelf denken.

Lange tijd zaten we zo naast elkaar. Alle andere patiënten waren opgeroepen. Buiten was het pikkedonker. We wisselden geen woord, behalve zijn sliert fucks die alsmaar door bleef gaan.

Hij werd opgeroepen en ik heb hem nooit meer gezien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden