COLUMNJASPER VAN KUIJK

Naast hoop en bewondering is er spanning, negativiteit en cynisme te over. Dus tuinier ik

Ik ben aan het tuinieren. Niet dat ik goed ben in tuinieren of er bepaald veel van af weet. Maar ik moet iets, ter compensatie van mijn obsessieve coronanieuwsconsumptie. Elke dag om twee uur ’s middags probeer ik de Zweedse en Nederlandse coronacijfers omlaag te kijken, maar ik ben er geloof ik nog niet erg goed in. En dan helpt het om daarna een tijdje stekelplanten uit ons immense grasveld te wippen. Ik zeg niet dat het slim was dat de tuincentra vorig weekend werden overlopen, maar ik snap het wel.

Toen ik een tijdje geleden de conclusie moest trekken dat ik de afgelopen jaren iets te veel op mijn bordje had genomen, begon ik ook een aversie te ontwikkelen tegen series met veel negativiteit of spanning. Liever nóg maar een keer het overdreven optimisme van The West Wing dan het koude cynisme van House of Cards of de post-apocalyptische hel van The Walking Dead.

‘Nou’, zei Ems, ‘je zit nu met die coronacrisis midden in zo’n serie die je niet wilde kijken.’ En dat klopt. Zeker als je, zoals ik, continu met je neus op het nieuws gaat zitten. Naast hoop en bewondering is er spanning, negativiteit en cynisme te over.

Dus tuinier ik.

Dat komt niet geheel op het conto van corona. Al twee dagen na aankomst in Zweden stond ik als een bezetene brandnetels tussen de verwilderde frambozenstruiken uit te trekken. Wat je, zo leerde ik, beter niet met blote armen kunt doen. Daarna alle oude frambozenscheuten eruit snoeien, vervolgens de kruisbes uitdunnen en onlangs de volledig uitgelopen Franse roos. Ik heb me de halve winter afgevraagd of ik op instructie van Tuinman Google en met mijn volledig ongroene vingers niet de halve tuin de dood in had gesnoeid. Tot mijn grote opluchting verschijnen nu voorzichtig overal knoppen.

Eigenlijk slaat het nergens op, al dat gewroet en gesnoei. Over vier maanden gaan we terug. Al die moeite die we in die tuin steken, we ‘halen het er nooit uit’, zoals dat heet. Maar de vorige rector van mijn universiteit had als motto: probeer elke plaats beter achter te laten dan je haar aantrof. Dat gebruik ik sindsdien als rechtvaardiging voor mijn neiging om alles op te willen knappen. Maar ik doe dat ook gewoon omdat ik me daar lekker bij voel.

Toen we hier aankwamen hebben we een kleine kunststof kas neergezet. Voor dat bedrag hadden we tien keer zo veel groente en kruiden kunnen kopen als we in het ene jaar dat we hier zijn kunnen kweken. Zelf kweken levert dan misschien minder groente op, maar wel meer plezier. Soms gaat het niet om het resultaat, soms ís het werk het resultaat.

Dus zijn we nu druk met het voorkiemen van tomaten, komkommers en taprika’s (toen ik het label beschreef pakte de pen niet goed bij de eerste letter en nu heeft iedereen het hier in huis over taprika’s). En ik kijk nog steeds de coronacijfers omlaag, maar we kijken nu ook met z’n allen de plantjes omhoog. En daar kunnen we wél iets aan doen. Om beurten geven de jongens water. We verplaatsen de kasjes ’s middags naar een andere vensterbank zodat ze ook dan nog wat zon pakken. ’s Avonds halen we ze uit het koude raam en zetten ze in de warme keuken op het aanrecht. 

En ja, het moet de komende maanden wel echt heel warm worden willen we de taprika’s kunnen oogsten voor we vertrekken. Maar we doen iets. We maken iets. Voor wie na ons komt, maar ook voor onszelf.

Jasper van Kuijk schrijft wekelijks over het tijdelijke verblijf met zijn gezin in Zweden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden