Column Peter Buwalda

Naar schatting heb ik een volle maand verknutseld voor lui die ik op straat niet meer zou herkennen

Een enkele keer zie ik in de trein beschaafde lieden, maar ondanks verstandig gekozen lectuur, tijdig verzoolde stappers en gedempte conversatie, blijken het meestal gewoon gekken.

Dit keer zat ik tegenover een stel, twee tot in de puntjes verzorgde twintigers, die samen een sudoku zaten op te lossen – wat mag, natuurlijk. Sterker, de aanblik had wel iets, in harmonie cijferpuzzeltjes maken betekent dat de eerste, krankzinnige verliefdheid er wel af is, maar dat de verzuring nog niet haar intrede heeft gedaan. Om zo’n kreng samen te kraken moet je er nu eenmaal bij gaan zitten als in een Douwe Egberts-reclame, knus tegen elkaar aan, zij vult in, hij kijkt goedmoedig glimlachend mee over haar schouder.

Het knappend haardvuur was ik. Eens moet de verzuring beginnen – dan maar beter tegenover Peter, die op zoek is naar een column. Het meisje wilde het hebben over pakjesavond, die ze voor het eerst samen bij haar ouders gingen vieren. Doe maar, dacht ik, eens kijken hoe je vriendje zich houdt tijdens een slechtnieuwsgesprek, want dat is het natuurlijk, de mededeling dat je een gedicht en surprise moet maken voor iemand die je op z’n best één keer ontmoet hebt. Naar schatting heb ik een volle maand verknutseld voor lui die ik op straat niet meer zou herkennen.

‘Het wordt heel leuk’, zei het meisje, voor wie ik misschien ooit een surprise had gemaakt, zo groot was Nederland niet. ‘We gaan lootjes trekken, maar anders dan anders.’

De blossige jongen verstarde bij het ‘anders dan anders’. Hij zag eruit als een stabiele schoonzoon, niet zoals Schreurs, voornaam onbekend, met wie ik in de staalharderij van mijn vader Crosby-haken had staan scheppen en die zijn vriendin aan de kant had gezet omdat je bij haar ouders thuis je schoenen uit moest trekken. Hij was niet eens meer naar binnen gegaan.

‘We beginnen ’s morgens al’, verklaarde het meisje glunderend, ‘omdat we pas lootjes trekken op de dag zelf.’ Niet per se nadelig, de zaken lang uitstellen. Toch voelden het vriendje en ik nattigheid: ’s morgens al met sinterklaasavond beginnen klonk tegelijk slecht.

‘Er zijn twee rondes’, vervolgde het meisje, ‘eerst trek je iemand met wie je een duo vormt. De tweede ronde trekken de duo’s een ander duo.’

De jongen keek me kort aan, we dachten allebei aan elkander trekkende duo’s – wat een beetje vies klonk, toch.

En daarna?, vroeg ik zwijgend.

‘Daarna gaan die duo’s de stad in, om samen cadeautjes te kopen voor het andere duo. Maar...’ Het meisje stak haar balpen in de lucht. We staarden haar vragend aan.

‘Met handboeien aan elkaar!’

Oké. Gekken dus.

‘De rest van de middag heb je dan nog om samen een surprise te maken, en een gedicht, natuurlijk – maar aan elkaar vast!’

De mond van de jongen vormde zich tot een hoofdletter O. ‘Geinig’, zei hij timide.

Ik probeerde me voor te stellen hoe het af zou lopen, deze 5 december, de arme jongen pols aan pols door natte winkelstraten zwervend met, dat zul je altijd zien, zijn schoonvader. En erna samen op de strijkkamer met karton en zaagsel, of dat relaxter werd, of juist niet. En mochten ze hun schoenen aanhouden, eigenlijk? Op je sokken een sinterklaasgedicht maken samen met je nieuwe schoonvader  leek me ergens de druppel van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden